?

Wij, mijn gastvrouw en ik, wandelden door de binnenstad van de gemeente G. in de richting van het gebouw waar ik mijn voordracht zou houden....

Het ging die avond, vertelde ik, zo dramatisch mis dat het haast weer grappig werd.

In de eerste plaats bleek het sociëteitsgebouw sinds 1934 niet geverfd en sinds 1954 niet schoongemaakt. Daarnaast was het publiek absoluut niet in het onderwerp geïnteresseerd, zodat het luidkeels door het gesprokene heen kwekte, wat op zichzelf geen probleem was, omdat de geluidsinstallatie tóch niet functioneerde. Honorarium? Hoezo honorarium? Ik kreeg zo'n Kruidvatachtige cd-opname ad fl. 4,90 van het eerste pianoconcert van Tsjaikovski, herriemuziek in optima forma. En ik ontving drie consumptiebonnen in ruil waarvoor handlauwe pils verkrijgbaar was, als ik althans bereid was mij door een haag van zwetende en schreeuwende pubers heen te worstelen. Dus ging ik maar snel naar het nabijgelegen hotel, dat echter zo godverlaten neerslachtig van interieur was dat ik besloot mij aan de regelknop van de centrale verwarming op te knopen, wat óók al mislukte omdat die helaas stropdasbestendig bleek te zijn.

Mijn gastvrouw betoonde haar medeleven. 'Maak je geen zorgen. Het gaat straks allemaal een stuk beter', verzekerde zij.

Ik had inderdaad geen reden tot klagen. Na een aandachtig beluisterde en warm beapplaudisseerde voordracht gingen wij met een man/vrouw of tien naar een allergezelligst café waar mij een glas perfect gekoelde Bee-

renburger van mijn favoriete merk werd ingeschonken. Een slokje later beloofde ik, door de euforie bevangen van iemand die weet dat de klus is geklaard, tot 2010 élk najaar naar G. te zullen komen, of men het leuk vond of niet, de ene keer met een lezingenserie over onderwerp Y, de andere keer met een lezingenserie over onderwerp X. Te beginnen met... Wat dachten de dames en heren van een reeks beschouwingen over Slechte Mannen?

Interessant! Maar wat is de definitie van een Slechte Man?

Over Caligula, Gilles de Rais en Iwan de Verschrikkelijke, criminele relicten uit een stoffig verleden, waren wij het al spoedig eens.

Het zoeken was echter naar Slechte Mannen van de meer contemporaine soort.

Adolf Hitler?

'Die ligt te veel voor de hand.'

Napoleon?

'Heeft Presser al gedaan.'

Wilhelm II?

'Die was niet zozeer slecht als stom.'

Adolf Eichmann?

'Dat was inderdaad een echte slechterik. Die deed net of hij alleen maar een plichtsgetrouwe bureaucraat was, terwijl hij in werkelijkheid heeft gezegd dat hij lachend in zijn graf zou springen bij de gedachte zes miljoen joden te hebben vermoord.'

Adolf Eichmann houden we er dus in, zo werd besloten.

Wie nog meer? De vraag bleek moeilijker dan wij dachten, gegeven het feit dat de eerste de slechtste serial killer beneden universitair peil werd bevonden.

Dries van Agt? Ruud Lubbers?

'Schei nou uit, man'

Paulus, immers de doodgraver van het christendom?

'Bingo'

Over Shakespeare's Shylock, Vestdijks meneer Visser, Lavrenti Beria en Joseph McCarthy liepen de meningen uiteen. Over Hugo Brandt Corstius bestond daarentegen volledige overeenstemming.

'Allicht'

'Trek daar gerust twéé avonden voor uit.'

'Waarom praten we eigenlijk exclusief over Slechte Mannen? Waar blijven de Slechte Vrouwen?', vroeg mijn gastvrouw.

'Die bestaan niet', zei ik, nog steeds een tikje overmoedig.

Geheel op drijfzand is deze bewering niet gebouwd. Vrouwen, is door de wetenschap aangetoond, vormen (althans in criminele zin) een absolute, voornamelijk in winkeldiefstal gespecialiseerde, miniminderheid. Er zijn natuurlijk vrouwen die hun kinderen slaan. Zoals er vrouwen zijn die hun man vermoorden, overigens meestal na jarenlang te zijn genegerd en mishandeld. Maakt dit iemand tot een Slechte Vrouw? Bij een echte Slechte Vrouw moet werkelijk in andere, minder allerdaagse categorieën worden gedacht.

Lucretia Borgia, bijvoorbeeld, of Livia, echtgenote van Augustus. Dat waren geen types om thee mee te drinken, temeer omdat zij altijd wel een snuifje arsenicum of een takje van het giftige bilzekruid bij de hand hadden. Niettemin, wat zij deden, was niet zelden in staats- of familiebelang, waarbij moge worden bedacht dat men in hun tijd de medemens vergiftigde met de routine waarmee je naar de dameskapper ging.

Onze zoektocht naar Slechte Vrouwen verliep al met al minder voorspoedig dan wij aanvankelijk vermoedden.

Lady Macbeth?

'Die heeft nooit bestaan.'

'Hoe kom je daar bij?'

'In elk geval bestond zij in de dirty mind van Shakespeare.'

'Ha, ik heb er één', zei iemand. 'Bloedige Brigitta, de kampbewaakster die haar Duitse herder op de gevangenen van Majdanek of Madjanek - hoe heet het ook weer? - heeft afgestuurd.'

Dat was dus een serieuze kandidate. Het enige probleem is, bleek tijdens haar proces, dat zij allang zo'n allerliefste Duitse oma is die babybroekjes breit en braaf op de CDU stemt, waarmee bewezen is dat ook de Slechtste Vrouw kan resocialiseren.

'Maar wat dachten jullie', zei een ander, 'van die Roemeense gravin van vierhonderd jaar geleden die zich in maagdenbloed baadde omdat dat zo goed voor haar huid zou zijn? Ze heette Elisabeth-en-nog-wat en ze gold als een soort vrouwelijke Dracula. Er is nét een roman over haar verschenen, las ik in het Nieuwsblad.'

De gravin in kwestie was Erzsébet Báthory (1560-1614), kasteelvrouwe van Csejte, die in haar autocratische hoogmoed zeshonderd meisjes heeft afgeslacht. Met middelen die elke beschrijving tarten, zodat ik mij daar niet aan zal wagen.

Na haar proces werd zij in de kelders van haar eigen stamslot ingemetseld, totdat zij een paar jaar later stierf, verluisd, verhongerd, stapelkrankzinnig en half door de ratten opgevreten. Vergeleken bij dit canaille was Kenau Simonsz Hasselaar een heilssoldate - en die roman in kwestie (Hedda de Heus, Erzsébet, uitgeverij Podium) bleek 's anderendaags alleraangenaamste treinlectuur.

Meer over