Zwijnen met varkenspest

In Duitsland, Luxemburg en Frankrijk heerst de varkenspest. De kans bestaat dat ook Nederland niet ontkomt aan een nieuwe epidemie....

ZAL Nederland ontsnappen aan een nieuwe golf van varkenspest? Die bange vraag houdt de agrarische sector bezig, nu in de omringende landen Duitsland, Luxemburg en Frankrijk het varkenspestvirus weer toeslaat.

Bij de vorige uitbraak, in 1997, werden bijna 8 miljoen varkens afgemaakt om de Nederlandse exportbelangen op termijn veilig te stellen.

Er zijn zulke intensieve contacten tussen de landen dat overdracht van het zeer besmettelijke virus, dat veewagens meenemen, onvermijdelijk is, vindt dr. Remco Schrijver van het Instituut voor Diergeneeskunde in Lelystad (ID-Lelystad). 'De varkenspest steekt binnen een paar jaar weer de kop op. Dat is de realiteit.'

Maar Nederland is nu ook gewaarschuwd. Het kan met onder meer secuur reinigen en ontsmetten van transportwagens proberen de ziekte buiten de deur te houden, zegt prof. dr. Mart de Jong, epidemioloog bij Wageningen Universiteit. 'Het grote risico zit in de periode dat een ander land varkenspest heeft, maar het nog niet weet. Nu weten we ervan en kunnen we voorzorgsmaatregelen nemen.'

Vaak wordt met een beschuldigende vinger naar het wilde zwijn gewezen, als overbrenger van de varkenspest op zijn gedomesticeerde soortgenoten. Duitsland telt een vrij omvangrijke wilde zwijnenpopulatie (351 duizend). Omdat het varkenspestvirus in een grote populatie van deze dieren niet uitdooft, is er permanent een kans dat het virus wordt overgedragen als er contact is tussen de wilde zwijnen en de varkens op het boerenerf.

Het is de natuurlijke neiging van de wilde zwijnen-beer om een zeug te willen dekken. De beer is niet te houden als eenmaal een zeug achter het raster is ontdekt. Hij zal alle pogingen ondernemen om binnen de afrastering te komen. 'Als resultaat zie je dan gestreepte biggetjes', zegt De Jong.

In Duitsland wordt oraal gevaccineerd tegen het pestvirus door lokaas en voer voor wilde zwijnen neer te leggen, waarin het vaccin is verborgen. Maar afdoende is dit niet.

Het zijn met name de besmette jonge mannetjes, die de ziekte verspreiden. Zij maken zich los uit de kudde en zoeken een eigen leefgebied. 'Die dieren bereik je moeilijk met de verborgen vaccins in lokaas', zegt dr. ir. Armin Elbers, epidemioloog bij de Gezondheidsdienst voor Dieren in Deventer.

'Juist de jonge mannen hebben een enorme voortplantingsdrang. Ze hebben vrij veel contacten. Het virus kan op veel manieren worden overgedragen. Via neuscontacten, oogvocht, sperma, urine en uitwerpselen.'

In Duitsland worden veel varkens in de buitenlucht gehouden, omdat dit goed is voor het welzijn en het natuurlijke imago van de sector. Daardoor kunnen besmette zwijnen ook direct contact hebben met buiten wroetende varkens.

Maar ook indirect kan een besmet kadaver van een zwijn de Duitse varkens op het boerenerf aansteken. Als vossen of roofvogels van het kadaver vreten, kunnen delen worden meegesleept en toevallig terechtkomen in de buurt van het varken.

De jacht speelt een indirecte rol bij de overdracht van het virus. Boeren schieten bijvoorbeeld een besmet wild zwijn, dat in huiselijke kring wordt veroberd. Restanten worden aan de varkens gevoerd, die dan de varkenspest kunnen oplopen. 'Een boer zal niet snel toegeven dat hij de infectie op zijn eigen bedrijf heeft binnengebracht', zegt Elbers.

De overdracht van de ziekte naar Nederlandse wilde zwijnen, lijkt niet groot. De 3600 Nederlandse wilde zwijnen zitten voornamelijk op de Veluwe, inclusief de Kroondomeinen van Het Loo. Die gebieden grenzen niet aan Duitsland.

Maar bij Nijmegen (Groesbeek) leven vijftien wilde zwijnen die er wel Duitse contacten op nahouden. Ook in de grensgebieden van Limburg met Duitsland en België worden elk jaar zo'n honderd wilde zwijnen geschoten. Deze dieren staan in contact met hun soortgenoten in de Ardennen in België en de Eifel in Duitsland.

De laatste jaren worden in Groningen en Drenthe en in Duitsland langs de grens met Nederland uitgestrekte nieuwe bossen aangelegd. Ecologen en recreatie-ondernemers willen graag bossen aan weerszijden van de grens met elkaar verbinden. 'Je kunt voorspellen dat wilde zwijnen zich ook zeer tot deze bossen aangetrokken zullen voelen', zegt Elbers.

De grootste risico's op overdracht van de varkenspest zitten in Limburg. 'Het is heel reëel te veronderstellen dat de Nederlandse wilde zwijnen op die manier besmet raken', vindt de epidemioloog Elbers.

In dat geval lopen de varkens, die buiten mogen wroeten en zich in modderpoelen mogen wentelen, het risico om met varkenspest besmet te raken. De meeste varkens worden in Nederland echter nog in stallen gehouden en de staldeur kan goed worden afgesloten.

Vanuit de ecologie en recreatie is het gunstig allerlei gebieden aan elkaar te knopen, maar daarbij worden de belangen van de veehouderij naar de achtergrond gedrukt, vindt Elbers. Via wildreservaten kunnen allerlei ziektes gemakkelijker verspreiden. Niet alleen tussen landen, maar ook daarbinnen. Als bijvoorbeeld de Oostvaardersplassen met de Veluwe en het rivierengebied wordt verbonden, nemen de risico's toe.

Het is ook mode om rasters weg te halen en openingen te maken in wildreservaten. Maar dat betekent ook dat gedomesticeerde dieren eerder ziekten oppikken in contact met de wilde fauna.

Sinds 1994 is er een jaarlijkse controle op besmettelijke ziekten onder wilde zwijnen. De Gezondheidsdienst voor Dieren heeft een afspraak met jagersverenigingen, die bloedmonsters van geschoten dieren leveren.

Bloedmonsters van deze dieren kunnen aantonen of er antistoffen tegen varkenspest in het bloed zitten, een teken dat er contact is geweest met een besmet exemplaar. De afgelopen jaren is er nooit varkenspest aangetoond. 'Maar dat wil niet zeggen dat het volgend jaar ook zo is', aldus Elbers.

In Australië en Nieuw Zeeland is een serieuze discussie onder wetenschappers om het wilde zwijn uit te roeien om de varkenspest kwijt te raken. Het programma zou in vijf tot tien jaar uitgevoerd kunnen worden. 'In Europa, waar in tegenstelling tot Australië en Nieuw Zeeland zoveel landen bij deze ziekte zijn betrokken, is dat geen optie. De Duitse populatie wordt aangevuld door mirgrerende wilde zwijnen uit Tsjechië, Polen, Frankrijk en Oostenrijk', zegt Elbers.

In Nederland lijkt de discussie juist eerder in tegenovergestelde richting te gaan. Hoogleraar dr. Jos Verheijden, verbonden aan de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, sluit niet uit dat, als er een omvangrijke epidemie komt, Nederland toch gaat vaccineren en dat de economische nadelen dan maar worden aanvaard.

'We moeten afwegen wat we nog voor onze kiezen willen nemen. We willen de veehouderij niet om zeep helpen, maar we willen ook geen massale slachtingen. Dat betekent dat de samenleving geld op tafel moet leggen als er weer een varkenspest-crisis komt.'

Er is wel vaccinatie mogelijk tegen de varkenspest, maar landen als Japan, de VS, Engeland en de Scandinavische landen voelen daar niet voor. Een gevaccineerd beest kan best drager zijn van het virus; het hoeft dan niet zelf ziek te worden maar kan het virus wel overdragen op soortgenoten.

Inmiddels is er een markervaccin ontwikkeld dat onderscheid maakt tussen geïnfecteerde en niet-geïnfecteerde dieren. De entstof bestaat uit het E2-eiwit, een klein stukje virus, voldoende om het dier te beschermen. Tegelijk verschaft het markervaccin helderheid of het gevaccineerde dier ook besmet is geweest door daar een bijbehorende test bij te gebruiken, legt Schrijver van ID-Lelystad uit.

Het voordeel is dat op deze wijze selectief geruimd kan worden. Niet alle dieren hoeven te worden afgemaakt. Het middel is geregistreerd voor Bayer en wordt in een aantal Zuid-Amerikaanse landen gebruikt. In Europa niet, maar minister Brinkhorst van Landbouw wil er wel discussie over.

De minister van Landbouw kan in uitzonderingsgevallen zelfs een ontheffing geven op het nu gevoerde non-vaccinatiebeleid. Er gaan steeds meer stemmen op in veehouderijkringen om dit ook te doen.

Meer over