Zwijgende forensen

In de treinwagons tussen Guadalajara en Madrid klinkt klassieke muziek. Het is de route langs de Spaanse voorsteden waarop een jaar geleden de treinbommen ontploften die aan 191 mensen het leven kostten....

Alex Burghoorn

Het plein voor de halte Alcalá de Henares schetst het leven van de forens in een notendop. Op de ene straathoek is café Het Kantoor gevestigd, ertegenover ligt bar Het Station.

De treinaanslagen van 11 maart 2004 in Madrid troffen de Spaanse hoofdstad in het hart - maar de meeste pijn liet zich voelen in de voorsteden langs het spoor naar Guadalajara. Vrijwel alle 191 doden en meer dan 1500 gewonden hadden die donderdagochtend de deur achter zich dichtgetrokken in een suburbio.

De terroristen van Abu Dujan al-Afghani kozen de lijnen C-1 en C- 7 van het stoptreinnetwerk rondom Madrid als toneel voor de heilige oorlog in Europa. Het was een echo van 11 september 2001, precies twee jaar en zes maanden later. Waar vier vliegtuigen zich in het World Trade Center, het Pentagon en een weide in Pennsylvania boorden, ontploften vier treinen in het Madrileense centraal station Atocha en de haltes El Pozo en Santa Eugenia.

Op het Amerikaanse 09/11 volgde het Spaanse 11-M.

Tien man waren het - of misschien dertien, de Spaanse politie is er nog altijd onzeker over. In de vroegte spoedden ze zich door de tourniquets van Alcalá de Henares naar de treinen richting Madrid, die in de ochtenduren om de paar minuten vertrekken. Ze droegen bomtassen bij zich, dertien stuks. Ongemerkt voegden ze zich tussen de passagiers - hun auto's, een Renault en een Skoda, lieten ze achteloos achter op de forensenparkeerplaatsen aan beide zijden van het station.

De fantasieloze woonkazernes van Alcalá de Henares, opgetrokken uit rode baksteen, trokken aan de ogen van de moordenaars voorbij. Fabrieksterreinen rijgen zich hier aaneen - verkoopstalletjes van Ola-ijs wachten er in lange rijen op de zomer. Betonnen muurtjes langs het spoor zitten tot de randen vol met grafitti. Aan de horizon, rechts, in dit jaargetijde nog vorstelijk besneeuwde bergtoppen.

Waar de terroristen zijn uitgestapt, is onbekend. Maar waarschijnlijk op Vicálvaro, een halte waar ook de ondergrondse stopt. Daar konden ze zich makkelijk uit de voeten maken voor de eerste bommen om 07.37 uur afgingen. Hoe groot is de roes geweest, toen ze op hun schuiladres in Leganés, weer een andere voorstad, de beelden van angst en verderf op televisie hebben gezien?

Zeker is dat 11-M voor hen niet genoeg was. In hun appartement lagen tientallen kilo's springstof en een videoband met dreigementen. Maar van aanslagen is het niet meer gekomen. De harde kern heeft zich op 3 april 2004 opgeblazen toen de Spaanse politie het huis had omsingeld.

Op de stations El Pozo, Santa Eugenia en Atocha leunen, een jaar later, bij het opengaan van de deuren steevast twee veiligheidsbeambten in felgele hesjes naar buiten. In de rijtuigen klinken onophoudelijk grote klassieken - Bach, Mozart, Beethoven. Zo valt het niemand op dat de forensen stil voor zich uitkijken.

Meer over