nieuws

Zweedse regering valt na motie van wantrouwen

De Zweedse regering van premier Stefan Löfven is maandagochtend gevallen nadat een meerderheid in de Riksdag een motie van wantrouwen aannam.

De Zweedse premier Stefan Löfven nadat zijn regering is gevallen.  Beeld EPA
De Zweedse premier Stefan Löfven nadat zijn regering is gevallen.Beeld EPA

Het plan van Löfven om de Zweedse huurwet versoepelen, zodat het voor verhuurders voortaan makkelijker zou worden hun huurprijs te verhogen, viel slecht bij de linkse oppositie. Het is voor de eerste keer in de geschiedenis van Zweden dat een premier een motie van wantrouwen niet overleeft.

Hoewel het niet vaak voorkomt dat een Zweedse regering tussentijds valt, was het desalniettemin vanaf het begin al duidelijk dat de huidige regering van de sociaaldemocratisch Löfven er met 116 van de beschikbare 349 zetels bijzonder zwak voor stond.

Zijn minderheidsregering bestond uit zijn eigen Sociaaldemocratische partij en milieupartij de Groenen, maar voor een meerderheid was hij afhankelijk van zowel twee centrumrechtse partijen als de Linkerpartij. Alle drie de partijen deden dat om een regering met de rechts-populistische Zweden Democraten te voorkomen.

Kritiek

Maar ondanks deze regering van ‘nationaal belang’ was er vrijwel altijd kritiek op Löfven. Al tijdens zijn eerste kabinetsperiode tussen 2014 en 2018 maakte hij, vooral onder druk van de grote toestroom van immigranten, een fikse draai naar rechts en om de gedoogsteun van de twee centrumrechtse partijen binnen te hengelen.

Na zijn herverkiezing ging hij begin 2019, na maandenlange en moeizame onderhandelingen, uiteindelijk akkoord met nog meer rechtse hervormingen. In totaal beloofde hij 73 liberale hervormingseisen door te voeren; van belastingverlagingen en een versoepeling van het ontslagrecht tot het marktconform maken van de huurprijzen.

Gedoogsteun

Hoewel de Linkerpartij erg veel moeite had met die hervormingen, besloot het begin 2019 toch gedoogsteun aan de regering te verlenen. Ook die partij wilde er alles aan doen de rechts-populistische Zweden Democraten buiten de regering te houden.

Wel gaf toenmalig partijleider Jonas Sjöstedt direct als waarschuwing mee dat zodra zou blijken dat deze nieuwe, blokoverschrijdende regeerwijze hem niet zou zinnen, Löfven gewoon een motie van wantrouwen kon verwachten. ‘Stefan Löfven mag aantreden als minister-president’, zei hij toen, ‘maar het wordt een regeringsperiode waarin hij onze rode lijn moet respecteren.’

Volgens Sjöstedts opvolger Dadgostar was precies dat moment vorige week bereikt, toen Löfven besloot te morrelen aan de Zweedse huurwet. Veel Zweden zijn immers trots op hun huurstelsel waarbij de ongeveer drie miljoen Zweedse huurders niet zelf onderhandelen met hun verhuurder over het te betalen maandbedrag, maar dat op collectieve wijze laten doen door de Hyresgästföreningen, een soort vakbond voor huurders.

Huurprijzen

Voor de huurder is dat fijn, omdat het systeem in de praktijk betekent dat huurprijzen maar zeer langzaam stijgen (de stijging in Stockholm was de afgelopen jaren veel minder scherp dan in andere Europese hoofdsteden) maar vastgoedbezitters zijn er minder blij mee. Omdat het maar nauwelijks loont een pand te verhuren, wordt er weinig gebouwd en is er veel te weinig aanbod om aan de vraag te voldoen; de wachttijden voor een appartement zijn lang in Zweden.

En volgens de Zweedse vastgoedorganisatie Fastighetsägarna zorgt het systeem bovendien voor een levendige zwarte huurmarkt. Löfven wilde dat aanpakken door eigenaars van appartementencomplexen gebouwd na juli 2022 het recht te geven zelf te onderhandelen met hun huurders.

Rode lijn

‘Iemand moet opkomen voor de Zweedse huurders’, zei de voorzitter van de Linkerpartij over die aanpassing –de vooraf aangegeven rode lijn was gepasseerd. Hoewel de twee centrumrechtse partijen die ook gedoogsteun geven aan Löfven zelf geen tegenstander zijn van de nieuwe huurwet, gaven ook zij aan eigenlijk niet langer door te willen gaan met met deze regering.

De rechts-populistische partij Zweden Democraten – de reden dat de huidige gedoogregering überhaupt in het leven werd geroepen – herkende in de onmin een uitgelezen kans en diende een motie van wantrouwen in. Löfven heeft nu een week de tijd om met zijn regeringsploeg af te treden. Daarna zijn er twee mogelijke vervolgstappen: of een nieuwe ronde formatiegesprekken starten, of voor het eerst sinds 1958 vervroegde verkiezingen uitschrijven.