bericht uitstockholm

Zweden koud en afstandelijk? Dat cliché kan wat mij betreft de prullenbak in

Jeroen Visser
De zoon van Jeroen Visser fietst naar zijn Zweedse school. Het gezin Visser verhuisde deze zomer vanuit Azië naar Scandinavië.  Beeld Jeroen Visser
De zoon van Jeroen Visser fietst naar zijn Zweedse school. Het gezin Visser verhuisde deze zomer vanuit Azië naar Scandinavië.Beeld Jeroen Visser

‘Papa, we hebben een Engelse club op school en ik ben voorzitter’, zei mijn 6-jarige zoontje vorige maand, toen ik hem ophaalde van school. ‘Alleen de kinderen die Engels spreken, mogen erin.’ Geweldig, dacht ik, hij maakt vrienden. Clubvorming is belangrijk. Maar leert hij zo wel genoeg Zweeds?

Toen we deze zomer vanuit Azië naar Zweden verhuisden, besloten we onze twee kinderen op een Zweedse school te doen. We willen dat ze met vriendjes uit de buurt kunnen spelen en het helpt hen (en ons) beter te integreren. Plus: een nieuwe taal verrijkt het leven. En passant leren we een kant van Zweden kennen die aan ons voorbij zou gaan als de kinderen op een internationale school zouden zitten.

Maar én een nieuwe school én een nieuwe taal, dat valt niet mee. Gelukkig kregen we in de zomer hulp van verschillende ouders die aanboden om een speelafspraak te maken, zodat onze jongens aan het begin van het schooljaar al iemand zouden kennen in de klas. Ik had altijd over de Zweden gehoord dat ze een beetje koud en afstandelijk waren, maar dat cliché kon wat ons betreft meteen in de prullenbak.

En zo stonden we in augustus met onze nieuwe kennissen op het schoolplein. Met onze oudste mochten we vanwege corona niet mee de school in. Veel restricties zijn ingetrokken, maar deze houden ze erin. (Ik denk dat de school het stiekem wel fijn vindt dat ouders buiten blijven.) Met de jongste van 3 jaar moesten we juist mee. Zweedse kinderdagverblijven hanteren een ‘inscholingsperiode’, variërend van één dag tot twee weken. Bij ons was het drie dagen, waarbij een van ons de hele dag meedraaide.

Het betekende ook dat we drie dagen hadden om te zien hoe het er op een Zweeds kinderdagverblijf aan toegaat. De enorme droogruimte bijvoorbeeld, waar de kinderen hun regenkleding, skipakken, laarzen en snowboots te drogen hangen als ze weer eens buiten zijn geweest. En het eten. Zweedse scholen hebben een kok en serveren warm eten tussen de middag. Héérlijk, nooit meer die boterhammen smeren in de vroege ochtend. Op mijn eerste inscholingsdag bestond het menu uit aardappels, zalm en een mosterdsausje. ‘Waarom ben je zo verbaasd, Jeroen?’, vroeg de juf, terwijl ik op het kleine krukje tussen de peuters zat te genieten.

Het gekke was: ongeveer anderhalf uur na deze overvloedige lunch kwam er wéér eten. Zweedse schoolkinderen krijgen aan het begin van de middag mellis, een boterham met kaas of een cracker. Mellis komt van het woord mellanmål, een tussendoortje dus. Onze kinderen dachten aanvankelijk dat dit de echte lunch was en aten dan niet één, maar vier boterhammen.

Het kinderdagverblijf is een coöperatie, wat betekent dat de ouders samen de boel runnen. De school wordt wel gewoon betaald door de overheid en de staf bestaat uit geschoolde juffen (en de kok). Van ouders wordt verwacht dat ze actief meehelpen. Zo stond ik laatst een zaterdagochtend de keuken te poetsen. Ook ben ik ingedeeld in de communicatiecommissie, waarover ik me nogal schuldig voel, omdat mijn Zweeds nog lang niet goed genoeg is om goed te communiceren. Maar het voelt toch alsof we al een beetje deel uitmaken van de samenleving.

Er is wel één nadeel aan dit alles: de inburgering van de kinderen gaat vele malen sneller dan die van ons. Toen ik mijn zoontje laatst ophaalde, kwam er een meisje naar ons toe met een vraag. Terwijl ik zocht naar de juiste woorden, had mijn zoontje al antwoord gegeven.

Meer over