Zwanenzang van een ombudsman

Onbehagen bevangt lezer Ton Tielbeke uit Almere, wanneer de Volkskrant bij eigen nieuws over de koninklijke familie 'uitsluitend anonieme bronnen gebruikt'....

zijn doorgaans bereid journalisten alleen 'anoniem' te informeren. De journalistiek pleegt in zo'n geval enige zelfcontrole: de hoofdredacteur moet weten wie de bron is. Maar er zou, denk ik, ook niets op tegen zijn als de lezers te horen krijgen waarom besloten is dat dit nieuws uit anonieme bron per se gepubliceerd moest worden.

De afgelopen twee jaar heb ik ruim vierduizend klachten gekregen over 'journalistieke blunders' die de Volkskrant zou hebben begaan. In deze mijn laatste column lijkt het me heel erg nuttig om terug te kijken. Want heeft de wekelijkse zelfkritiek van de Volkskrant ook enig effect heeft gehad op de redactie van de krant?

Een hoopvol signaal is dat na mijn column 'Taalfouten blijken een taai ongerief'

(22.11.2003) de hoofdredactie besloten heeft de controle door de eindredactie van de aangeboden kopij drastisch te verbeteren. De resultaten ervan zouden in 2004 duidelijk moeten worden. Momenteel werkt de eindredactie hard aan een stel nieuwe en nauwkeurige procedures voor de kopijverwerking.

Zal de ombudsman daarmee overbodig worden? Ik denk het niet. Vanuit de redactie is mij afgelopen jaren met toenemende regelmaatgevraagd: 'En? Wie wordt deze week je slachtoffer?' Die vraag verraadt volgens mij een rare misvatting over de rol van de ombudsman bij de krant. Immers, het is niet de ombudsman die slachtoffers maakt. Het zijn de journalisten zelf die bij hun werk de gebruikelijke journalistieke principes aan hun laars lappen of vergeten. Zijzelf zijn het ook die zich uitleveren aan de kritiek. En die kritiek komt niet alleen van binnen, uit de boezem van de redactie. De lezers van de Volkskrant zo heb ik deze jaren ervaren blazen in dat opzicht een minstens zo geducht partijtje mee.

Een paar jaar geleden noteerden de Amerikaanse journalisten Bill Kovach en Tom Rosenstiel in The Elements of Journalism (De Grondbeginselen van de Journalistiek) dat er 'ontelbare obstakels zijn die een accurate, eerlijke, evenwichtige, onafhankelijke en ook moedige berichtgeving bemoeilijken'. Maar, zo waarschuwen zij, 'pogingen om dat wel te doen, worden gesmoord als er geen open atmosfeer heerst, waarin je de kans krijgt om vermoedens, percepties en vooroordelen van de ander ter discussie te stellen'. Het zijn de kritische lezers en de Volkskrant beschikt godzijdank over velen van dat soort die de krant blijven bevragen en bestoken.

Door er een ombudsman op na te houden bewijst de Volkskrant dat zij de open atmosfeer tussen haar en de lezers erg belangrijk vindt. De krant is dus bereid om verantwoording af te leggen over wat er fout gaat. En ook hoe en waarets fout is gegaan. The Elements of Journalism bevat, wat dat betreft, een indrukwekkende conclusie: 'Hoe kun je heilig beloven dat je de waarheid zoekt, als je niet in de allereerste plaats open bent naar je eigen lezers?' Het drama in 2003 bij de respectabele The New York Times, waar de redactie steevast doof bleef voor klachten van lezers dat sterverslaggever Jason Blair zijn artikelen verzon, heeft het grimmige bewijs geleverd wat de gevolgen kunnen zijn van het ontbreken van een open atmosfeer tussen krant en lezer. The New York Times, die een ombudsman altijd overbodig vond, heeft er nu eentje. En binnen 48 uur kreeg mijn collega David Okrent, volgens Newsweek, al dertienhonderd mailtjes van zijn lezers voor z'n kiezen.

Omtrent het ombudsmanschap zei Okrent: 'Er zijn gemakkelijkere manieren om vrienden te maken.' Inderdaad, vrienden maak je er niet mee. Maar de redacteuren en redactrices van de Volkskrant waren tegenover mij als ombudsman altijd en zonder uitzondering bereid om rekenschap af over fouten of blunders, soms mopperend en bepaald niet van harte. Maar t En de waakhond blijft. De komende jaren heet hij Thom Meens.

Meer over