Zwagerman kijkt Hoe de stilte vorm te geven

Wit is nu al decennia lang de leidende kleur in Robert Rymans werk, en stilte is zijn leitmotiv.

Wat is het stilst denkbare schilderij? Ter gelegenheid van de Dag van de Stilte stelde Wieteke van Zeil zichzelf in oktober in dit katern die vraag. Na enige overdenkingen over het Hollandse stilleven (Heda, Coorte) vond zij het antwoord bij Johannes Vermeer. In sommige van zijn werken kon Vermeer 'de stilte schilderen die om één persoon hangt'. Van Zeil constateerde dat de personen die Vermeer portretteerde, zijn verzonken in een stille concentratie 'waarvan je weet dat het van binnen, in dat hoofd, niet stil is. Maar daar kun je niet bij. Een soevereine, actieve stilte, die van de dode objecten in een stilleven niet zouden kunnen uitgaan.'

Maar wat als mens en ding uit het schilderij zijn gebannen? Hoe verhoudt stilte zich tot het abstracte schilderij? En welke kleur representeert het overtuigendst een nastreefbare stilte?

In Stilte, geste en stem (2011) beweert filosoof René ten Bosch: 'Stilte verbindt men vaak met het niets. Het zou de ene helft van het niets zijn. De andere helft is duisternis.'

Voor een kunstenaar die in abstractie de stilte wil veruiterlijken, is de optelsom snel gemaakt. Het niets plus de duisternis is: zwart. Komt Malevich' vermaarde Zwarte vierkant uit 1914 vervolgens in aanmerking voor het predikaat 'stilst denkbare schilderij'? Of de eindeloze reeksen zwarte monochromen van de Amerikaanse abstract-expressionist Ad Reinhardt (1913-1967)?

Ooit noemde Reinhardt zijn zwarte vierkanten 'een ontkenning van (...) penseelwerk (...) impulsen, genot, pijnen, gedachten (...) toevalligheden, handelingen (...), van mij en van iedereen.' En in 1953 somde Reinhardt in zijn essay Twelve Rules For A New Academy op: 'Geen vormen. Geen licht. Geen voorwerp (...), geen thema.'

Met zo veel ontkenningen op rij stoomde Rheinhardt op in de richting van een ultieme afwezigheid, een allesoverheersend Niets. Te midden van dat Niets kan niets anders dan stilte domineren. De eerste voorwaarde voor het Niets lijkt mij de uitbanning van ook maar het geringste geluid. Het Niets lost op zodra de stilte wordt doorbroken. Zwart zou dan de geluidswerende kleur zijn die een ultieme stilte kan verbeelden.

Tegelijk zijn Rheinhardts zwarte vierkanten voor wie iets langer kijkt doorzinderd van allerlei kleuren, waardoor zijn zwart alsnog opgloeit, vergelijkbaar met de zwarte monochromen van Mark Rothko, te zien in de Rothko Kapel in Houston, Texas. Naar verluidt is het daar vrijwel altijd stil, ook als er veel bezoekers zijn. Het zwart dwingt zwijgzaamheid af, of dat nu is in Rothko's kapel of bij het zien van een begrafenisstoet. Of denk aan een inktzwarte nacht in het niet zo fijne besef dat je de enige sterveling in de wijde omgeving bent. Nog eens René ten Bos: 'Stilte en duisternis versterken elkaar, de stilte wordt bedreigender als er niets te zien valt en de duisternis beklemmender als er niets te horen valt.'

De combinatie van stilte en zwart verleidt onmiskenbaar tot associaties met dreiging, rouw, verlies, dood. Met die woorden zijn we inmiddels ver verwijderd van de ijle en vertrouwenwekkende stilte bij Vermeer.

Maar is zwart daarmee de kleur die het wezen van stilte het overtuigendst weergeeft? Als de stilte zélf zou kunnen kiezen, zou de keuze dan op zwart vallen? Stilte laat zich definiëren als de afwezigheid van geluid. Maar laat de duisternis zich definiëren als de afwezigheid van kleur? René ten Bos: 'Wie in de duisternis kijkt, ziet in ieder geval nog het zwart. Wie naar stilte luistert, hoort niets.'

Het visuele equivalent van 'niets horen' moet dan 'niets zien' zijn, en voor dat Niets leent wit zich misschien beter dan zwart. Een allesdoorschijnend wit - zou dat niet de opstap kunnen zijn voor de godsonmogelijke poging de stilte te visualiseren? Een 'witte stilte' wekt de indruk van een tautologie (maar is het natuurlijk niet, want stilte onttrekt zich juist aan vrijwel alles, niet in het minst aan kleur).

En toch: onberoerde sneeuw - aanschouwelijker kan stilte niet worden. Graag verbreken mensen de stilte, maar zodra die stilte een onverwachte verschijningsvorm krijgt, dankzij pas gevallen sneeuw, neemt die neiging heel snel af. Aan de andere kant: er schuilt een groot genoegen in de weerloze knisper als je een eerste stap in onbetreden sneeuw zet. Die knispering is een klein en kostbaar geluid, is zo teer en broos dat het eerder een bevestiging dan doorbreking van de stilte is.

Als 18-jarige student aan het Black Mountain College in Asheville, North Carolina maakte Robert Rauschenberg in 1951 zijn fameus geworden white paintings. Naar eigen zeggen wilde Rauschenberg onderzoeken 'hoeveel je uit een afbeelding kon weghalen en toch nog een afbeelding kon behouden'. Wat heeft bijgedragen aan de reputatie van Rauschenbergs White Paintings is het feit dat diens studiegenoot John Cage zich erdoor liet inspireren bij het componeren van zijn fameuze stilte-compositie, 4.33 uit 1952. Ik stel me voor: in een kamer met aan de wanden alle witte schilderijen van Rauschenberg voert iemand in zijn dooie eentje Cage's 4.33 uit. Dat lijkt me avontuurlijke invulling van de 'actieve, soevereine stilte', zoals Wieteke van Zeil het verwoordde. Toehoorders en kijkers zijn er niet. Cage's compositie kruipt in het wit van Rauschenberg - en omgekeerd: het wit vertolkt de compositie. Veel stiller dan in die kamer kan het niet worden.

Voor beide kunstenaars was (de fascinatie voor) de stilte een fase. Minder bekend dan Cage en Rauschenberg is de Amerikaanse kunstenaar Robert Ryman. Wit is nu al decennia lang de leidende kleur in zijn werk, en stilte is zijn leitmotiv.

Robert Ryman heeft een lange weg afgelegd. Hij werkte jarenlang als beveiligingsbeambte bij het Museum of Modern Art in New York, volgde in dat museum een aantal cursussen over 20ste-eeuwse kunst, waarna hij ontslag nam en zich toelegde op het maken van eindeloze reeksen 'witte werken'. Ryman brengt louter wit aan op canvas, op chroom, op hout, op steen - op alles wat hij maar kan bedenken. Uitsluitend witte verf op wit linnen, dat klinkt naar niets op niets. Ryman toont de schier onuitputtelijke variaties die je kunt maken met wit-op-wit. Ik stel me bescheiden sneeuwval voor in onbevolkt poolgebied. In zijn atelier vindt hetzelfde plaats, teruggebracht tot de menselijke maat.

Rymans inzet is, doek voor doek, het verspreiden van een wit dat geen einde kent. 'Eeuwig wit' - zou dat de visualisatie van de stilte benaderen?

Ooit lichtte Ryman zijn queeste toe met de korte zin; 'I want to raise the issue of silence.' Meer woorden waren niet nodig. Eén keer permitteerde hij zich een half geslaagd grapje: 'Silence is the new loud.' Natuurlijk is Rymans missie de stilte gestalte te geven gedoemd te mislukken - dat zal de kunstenaar zelf ook wel beseffen. Maar zoals bekend kun je beter heroïsch falen dan op z'n janboerenfluitjes slagen. Ryman levert titanenarbeid. De resultaten van dat titanenwerk kunnen je, als stilte je dierbaar is, niet onberoerd laten.

Het Absolute Wit zou zich, indien doorschijnend en niet synoniem aan licht, eigenlijk aan ons oog moeten onttrekken om waarlijk absoluut te zijn, zoals de Absolute Stilte zich mutatis mutandis altijd aan ons oor onttrekt. Natuurlijk kun je van jezelf zeggen dat je graag stilte beluistert. Maar dat wil niet zeggen dat de stilte zich aan ons oor kenbaar maakt.

Nog even en het woord God valt. Wie gelooft, mag graag beweren dat God synoniem is aan alomtegenwoordige Stilte. Mét hoofdletter. Voor zover ik het heb kunnen nalezen, is Robert Ryman niet een religieus geïnspireerd kunstenaar. Dat sommige gelovigen zeggen dat God en stilte met elkaar samenvallen, zal Ryman vermoedelijk niet afbrengen van zijn missie en queeste. Proberen wij, vrij naar René ten Bos, een 'gebaar' aan te wijzen dat de stilte het dwingendst vormgeeft, dan richten we de vinger op de kunstwerken van Ryman.

Kees Fens schreef ooit in de Volkskrant: 'Stilte is weg als je haar opmerkt. Wie haar benoemt, verdrijft haar. (...) Maar er is het moment tussen ervaring en bewustzijn ervan. Daar ligt de stilte.'

Ik heb het vermoeden dat de koppige kunstenaar Ryman volhardend poogt precies dít moment tussen ervaring en bewustzijn uit te beelden in zijn werk. Het resultaat: afgedwongen, overmeesterde en ingelijste stilte. Dat resultaat ademt louter falen en vergeefsheid. Het resultaat treft óók het gemoed. Wie oog in oog staat met de resultaten van Rymans dappere 'faalkunst', doet er, solidair, het zwijgen toe.

Veel kunstenaars proberen in hun kunst de goden te bedwingen en de elementen te trotseren. Voor minder doen ze het niet. Robert Ryman probeert de schouders van die goden te beklimmen teneinde verder te reiken dan de elementen.

Want: voorbij de elementen, en buiten bereik van de goden zou je misschien de stilst denkbare stilte aantreffen. Ryman streeft het onmogelijke na - en in het volle besef van die onmogelijkheid geeft hij niét op. Zwijgend aanschouwen wij zijn adembenemende Sisyphus-kunst.

Januari is de maand van de Spiritualiteit met als thema Stilte. In dat kader gaat Zwagerman in Kruispunt TV op zoek naar rust bij de benedictijner monniken; 20/1/2013, Nederland 2.

Foto Tate Modern

Joost Zwagerman

undefined

Meer over