Zwaar ronkend effectbejag

Luister je even door de zang heen, dan blijkt er muzikaal vrij weinig te gebeuren.

GIJSBERT KAMER

Florence Welch staat met haar armen gespreid op een kleed waar vlak voor haar opkomst nog even de stofzuiger overheen is geweest. Haar imposante, door Alex Noble (de man die ook de garderobe van Lady Gaga onder zijn hoede heeft) ontworpen zwarte cape komt zo goed tot zijn recht. Ze straalt meteen iets ongenaakbaars uit en het publiek in het uitverkochte Paradiso hangt aan haar lippen.

Het is snel gegaan met Welch en haar band Florence And The Machine, maar dat kwam niet helemaal onverwacht. Toen najaar 2009 haar debuut Lungs verscheen, was het meteen al duidelijk dat de popmuziek er een sterke vrouw bij had. Iemand die net als Kate Bush, Tori Amos, Björk, Patti Smith en PJ Harvey idiosyncratisch en getalenteerd genoeg is om met een eigen geluid een bijdrage te leveren aan de rockgeschiedenis.

Opvolger Ceremonials, die eind vorig jaar verscheen, is zwaarder van toon en laat nauwelijks ruimte voor een rustpunt. De muziek van Florence And The Machine is hermetischer geworden, frivoliteit lijkt uitgebannen, ook in de instrumentaties. Mogelijk is het de mixage die hapert, maar de zeven muzikanten die Florence bijstaan, onder wie een harpist, lijken vooral een hard percussief geluid voort te brengen met weinig ruimte voor nuancerende gitaarpatronen of een verluchtende harpnoot.

Wel heel handig is de zangeres die Florence assisteert met een tweede, hogere stem, want hoewel krachtig en bij vlagen imposant ronkend, blijft Florence toch wat vlak klinkend.

Een probleem dat veel nieuwe nummers, waar vanavond de nadruk op ligt, toch kenmerkt. Want luister je even door de zang heen, dan blijkt er muzikaal vrij weinig te gebeuren. Een tromroffel moet de meeste nummers gewicht geven, de band blijft steeds keurig in het gareel alsof het marsmuziek betreft. Los komt het geen moment.

Ja, Florence zelf gooit na een paar liedjes de mantel los en danst op haar blote voeten uitgemeten pasjes, precies op de mat. Het klinkt allemaal veel te machinaal, en ondanks de toch behoorlijke bezetting ook nogal dun.

Ze beweegt en gebaart als een volleerde gothic queen, maar Florence haalt toch niet de diepte die je van iemand met haar stem wel zou verwachten. Dat wordt pijnlijk duidelijk tijdens de cover van Candi Statons You've Got The Love in de danceversie die The Source daar twintig jaar geleden van maakte. De broeierige trance waar dit nummer je in hoort te brengen, blijft nu volledig achterwege.

Als na precies anderhalf uur Florence het podium afwandelt, overheerst toch het gevoel van teleurstelling. Veel te weinig spontaan, muzikaal even log als vlak, moet Florence het met haar machine vooral hebben van effectbejag. Even die stem opzetten, haar mantel laten wapperen, en dat is het dan. Een memorabel liedje blijft uit. De sprankeling van haar debuut is ver te zoeken.

Florence And The Machine, Paradiso, Amsterdam, 1 /4.

undefined

Meer over