Zusters

WAAROM heb ik toch een zuster? Ik houd van Jo omdat ze familie is, maar dat is toch echt de enige reden....

We moesten wachten terwijl de winkelier aan een jong meisje uitlegde hoe ze een bezemsteel in een kast kon bevestigen, om er een hangkast van te maken. Ik vind het leuk als meisjes willen klussen. Vrouwen hebben de bedoeling van emancipatie beter begrepen dan mannen, want die zie je nooit in een handwerkwinkel mekkeren over borduurpatroontjes. Het gaf niet dat het meisje een beetje langzaam van begrip was, want ze deed haar best, maar Jo zei ongeduldig: 'Zeg, heb je niet ergens een aardig mannetje die dat voor je doet?' En tegen de winkelier: 'Geef mij even drie gloeilampen, veertig watt.' Ze klonk zo hautain met zo'n aanstellerige twanggklank vanuit haar neus, dat ik me voor haar schaamde.

Het meisje keek om en evalueerde, ik zag hoe ze Jo inschatte: een oude totebel. Van buiten kak, van binnen niet te vreten.

Jo trok met haar mond en probeerde op koningin Beatrix te lijken, toen het meisje vroeg of ze soms ook een aardig mannetje had die de lampen voor haar indraaide.

'Jazeker', beweerde Jo, 'ik heb overal aardige mannetjes voor!' Nou ja zeg, dat had ze gedroomd. Hoe vaak belt ze mij niet, snikkend van kwaadheid om traproeden die niet willen blijven liggen of sapcentrifuges waarvan ze je niet eens vertellen dat er een knop op zit?

'Ach gut', zei het meisje medelijdend, 'kunt u dan zelf helemaal niets? En uw zuster ook niet?'

Jo wendde zich tot mij, hopend dat ik die griet van repliek zou dienen. Maar ik vroeg angstig: 'Kun je echt zien dat we zusters zijn? Nee toch? Niet echt, hè? Echt niet?' Dus nou is Jo kwaad op MIJ.

Meer over