Zus dader doorbreekt omerta van gemeenschap

De Marokkaanse gemeenschap is ook na de overval in Deurne gesloten. De zus van een dader breekt eruit.

AMSTERDAM - Al meteen na de overval op juwelier Goldies in Deurne werd in de lokale Marokkaanse gemeenschap gesproken over een derde dader. Maar namen werden niet genoemd. En niemand leek bereid naar de politie te stappen.

Zus Saida van Abdel H., een van de twee doodgeschoten overvallers, heeft de omerta doorbroken. Zij heeft de politie informatie gegeven over een derde en mogelijk vierde dader, vertelde advocaat Peter Plasman maandagavond bij RTL Late Night. Plasman staat Saida en haar moeder bij.

De zus heeft de jongens niet zelf in actie gezien, maar heeft uit informatie die ze achteraf heeft verzameld conclusies getrokken over de andere verdachten. Volgens Plasman meent zij zeker te weten dat ze bij de overval betrokken zijn.

Bang voor represailles uit criminele hoek is Saida niet. In de gemeenschap was al bekend dat zij door de politie is gehoord. Dat ze daar open en bloot over vertelt, kan haar volgens Plasman juist beschermen.

Angst is zeker een van de oorzaken van het grote stilzwijgen in Deurne. Praten met de media of 'klikken' bij de politie wordt niet gewaardeerd door straatjongeren, die dat doorgaans op intimiderende wijze laten blijken.

Solidariteit met de daders speelt ook een rol. Zeker als ze zijn doodgeschoten. Voor de begrafenis van Abdels maat Youssef, 'een 29-jarige Marokkaanse jongen uit Qnitra', werd al snel een inzamelingsactie op touw gezet. In sms'jes en WhatsApps werd hij neergezet als een lieve jongen, die zonder verblijfsvergunning in Nederland was om zijn arme moeder in Marokko financieel te kunnen ondersteunen.

'Hij had dromen, zijn moeder gaf hem haar zegen om naar Europa te gaan en ondanks alles heeft hij haar jaren verzorgd en maandelijks voorzien van maaltijden', aldus de inzamelaar, die over zijn daden niet wilde oordelen. 'Laat dat aan Allah over'.

Jongerenwerker Ibrahim Wijbenga, die jarenlang in Eindhoven werkte en nu actief is in Amsterdam-West, ziet een patroon in de reacties op gewelds-incidenten. 'Ook bij de liquidaties in Amsterdam gingen dergelijke sms'jes rond.' Hij ergert zich aan 'de grote ontkenning' in Marokkaanse kringen. 'Alsof jij en ik ook zomaar van de fiets worden geschoten. Die jongens zaten allemaal in de zware criminaliteit.'

Youssef was een zorgzame zoon en Abdel was net weer op het goede pad. Dat werd ook gezegd van de bekende kickbokser Tarik el Idrissi, die op 31 januari dood werd gevonden in een auto in Amsterdam-Noord. De politie gaat uit van een criminele afrekening.

Over hem werden berichten rondgestuurd als: 'ze hebben de verkeerde afgeknald, hij was geen crimineel', hij was een 'zorgzame vader', een 'rustige, lieve sportcollega, die altijd in mijn hart zal blijven'. Tijdens het dodengebed was de moskee tot de nok gevuld.

De ergernis over de Marokkaanse omerta en het wegkijken van criminaliteit duikt in Nederland voortdurend op in de talloze bijeenkomsten over Marokkaanse probleemjongeren.

In steden zitten bestuurders met de handen in het haar. Ze constateren dat de Marokkaanse gemeenschap nauwelijks geneigd is hun jongeren aan te geven. En dat ouders te vaak de ogen sluiten als hun zonen, en steeds vaker ook dochters, thuiskomen met cadeaus en rondscheuren op flitsende scooters. De jongeren worden thuis veelal niet ter verantwoording geroepen. Praten over criminaliteit is taboe.

Op die bijeenkomsten zijn maar weinig Marokkaanse Nederlanders bereid de hand in eigen boezem te steken. Er wordt gewezen naar de politie die discrimineert, naar het gebrek aan stageplekken, naar een met migratie verbonden identiteitscrisis of de angst voor de 'te witte' jeugdzorg.'

In 2009 al lanceerde Wijbenga samen met een aantal andere professionals uit de Marokkaanse gemeenschap, het manifest 'Stop criminaliteit Nederlands-Marokkaanse jongeren'. Daarin deden ze een moreel appel op de gemeenschap de overlast van Marokkaanse probleemjongeren niet langer van zich af te schuiven.

Ze kregen bijval van enkele imams en het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN), maar het wortelde niet in de gemeenschap. Wijbenga: 'Waar ik toen al voor waarschuwde, zien we nu voor onze ogen voltrekken. Onze jongeren worden geliquideerd. Straatruzies worden steeds vaker met wapens beslecht.' De tol voor de gemeenschap is zo hoog geworden, dat de eigen verantwoordelijkheid voorzichtig op de agenda wordt gezet.

Voorjaar 2012 pakte in Rotterdam SMOR, een koepel van zelforganisaties, de handschoen op die burgemeester Aboutaleb de gemeenschap had toegeworpen. Die zei over drugscriminelen: 'Dump ze, zowel religieus als maatschappelijk.' SMOR probeert criminaliteit in eigen gelederen te bestrijden.

Naar aanleiding van een reeks liquidaties in Amsterdam, werd vorig jaar in de Blauwe Moskee en Amsterdam-West een bijeenkomst belegd over de eigen verantwoordelijkheid. Ook in andere Amsterdamse moskeeën worden inmiddels gesprekken gevoerd over opvoeding en het bespreekbaar maken van crimineel gedrag.

Drie dagen na de overval in Deurne, openden verontruste Marokkaanse Nederlanders het Facebook-account 'De zwijgende meerderheid - Marokkanen staan op tegen criminaliteit'. Doel: in eigen kring de discussie aanwakkeren over de hoge criminaliteit onder Marokkaanse jongeren.

undefined

Meer over