Zure praatjes doen geen recht aan succes EU

Juist eurosceptici zouden volgens Bob van den Bos blij moeten zijn met de povere resultaten van de top van Amsterdam....

NATUURLIJK valt er heel wat af te dingen op het Verdrag van Amsterdam. De belangentegenstellingen maken een spectaculaire vooruitgang van de Europese integratie onmogelijk. Wel is het merkwaardig dat mensen die intensievere samenwerking onwenselijk vinden, zo denigrerend doen over de magere uitkomst van Amsterdam: eurosceptici zouden juist moeten juichen bij het uitblijven van resultaten.

Veel van de losgebarste kritiek is bovendien innerlijk tegenstrijdig, eenzijdig of zelfs ronduit onjuist. Het artikel van Harry van Seumeren op deze pagina (21 juni) is hiervan een voorbeeld, omdat alle genoemde kwalificaties erop van toepassing zijn.

De schrijver klaagt dat de vijftien regeringsleiders op alle relevante punten hebben 'gefaald'. Veel meer dan economische samenwerking tussen soevereine staten zit er volgens hem niet in. De Europese Unie heeft 'haar natuurlijk maximum bereikt.'

Als dat zo is, dan zijn de leiders niet zozeer tekortgeschoten, maar gestuit op de grenzen van het proces. In dit geval zou men de pogingen tot verdere integratie maar beter kunnen staken: deze zouden immers slechts tot valse verwachtingen en frustraties kunnen leiden. In strijd met zijn eigen logica noemt Van Seumeren echter 'verdergaan met de Europese Unie en nijver blijven streven naar de befaamde kleine stapjes' onontkoombaar.

Door de schijnwerpers eenzijdig te richten op wat er nog niet is geregeld, wordt het zicht ontnomen op wat er wel is afgesproken. Zo zijn zowel in Maastricht als in Amsterdam de bevoegdheden van het Europees Parlement substantieel uitgebreid. Wat bij de vorige verdragswijziging nog onmogelijk was, namelijk een veel grotere openbaarheid van het functioneren van de instellingen, is nu wel gelukt.

Ook is er een juridisch-politieke basis gelegd voor intensievere samenwerking om mensenrechtenschendingen, discriminatie, internationale criminaliteit en fraude te bestrijden, werkloosheid tegen te gaan en de sociale dimensie verder te ontwikkelen. Het milieu heeft een prominente plaats gekregen, met inbegrip van het recht van lidstaten strengere normen te hanteren dan Europees is afgesproken.

Op buitenlands-politiek gebied is ruimte geschapen voor meerderheidsbeslissingen - zij het binnen de beperking van een mogelijk veto, als een land meent dat het nationaal belang in het geding is. Ook is besloten dat de grote landen hun tweede commissaris zullen opgeven, waardoor het mogelijk wordt dat de nieuwe lidstaten een eigen lid in de Commissie krijgen.

Een historische doorbraak ten slotte, is dat niet alle lidstaten altijd alles gezamenlijk hoeven te doen. Lidstaten die verder willen samenwerken dan sommige andere, krijgen daartoe nu - zij het onder strikte voorwaarden - de mogelijkheid. Dat niet alle verlanglijstjes zijn afgewerkt, wil niet zeggen dat Europa niets heeft gekregen.

Volgens Van Seumeren hebben juiste kleine landen in de EU weinig in te brengen, en moeten deze dankbaar zijn dat er nog wat kruimels van de tafel vallen. Dat is een verkeerde voorstelling van zaken. Kleine landen hebben binnen de Europese structuren veel meer invloed dan erbuiten. Bij de samenstelling van de Europese Commissie en van het Europees Parlement, bij de huidige (en zelfs toekomstige) stemverhoudingen in de Raad van Ministers zijn de minder grote landen onevenredig goed bedeeld.

De belangen van kleine lidstaten worden in een rechtsgemeenschap met een rol voor Commissie, Hof en Europees Parlement bovendien juist veel beter behartigd dan bij louter intergouvernementele samenwerking. In de Brusselse praktijk is er bovendien vrijwel geen onderwerp waar de landen van bescheiden omvang het onderling over eens zijn en waarbij zij als groep zouden kunnen opereren ten opzichte van de grote.

Ook wat de stemverdeling betreft, is er geen enkele reden om alle kleinere landen over één kam te scheren. Gegeven het (redelijke) criterium van de bevolkingsomvang ligt het voor de hand dat Nederland met inmiddels 15 miljoen inwoners wat meer gewicht krijgt dan België, dat op 10 miljoen is blijven steken. Met de recente en aanstaande toetreding van veel kleinere landen wordt Nederland verhoudingsgewijs een middelgroot land.

Al even onjuist is de stelling van Van Seumeren dat het bezwaar van het democratisch tekort specifiek voor kleinere landen geldt. Zo heeft het Franse parlement in het algemeen, en op buitenlands gebied in het bijzonder veel minder te vertellen dan de Nederlandse volksvertegenwoordiging.

Volgens de Volkskrant-redacteur reikt de interesse van ons parlement niet verder dan wat de uitslag van Europese verkiezingen betekent voor de vaderlandse politieke verhoudingen. Dit is echt lariekoek. De Tweede Kamer overlegt elke donderdag met de regering over wat deze de week daarop in Brussel gaat behandelen.

In de Commissie voor Europese Zaken wordt elke (maandelijkse) zitting van de Raad van Ministers van Buitenlandse Zaken zowel voor- als nabesproken. De Kamer heeft maar liefst zeven keer uitvoerig over de totstandkoming van het Verdrag van Amsterdam gedebatteerd en zal de nu afgesproken tekst zeer gedetailleerd schriftelijk en mondeling met de regering doornemen.

Als de bemoeienis van de politici met Europa onvoldoende aandacht krijgt van de pers, wat kunnen we dan verwachten van het brede publiek? De media berichten voornamelijk over de debatten op het Binnenhof voorzover er sprake is van een binnenlands politiek conflict. Zij tonen heel weinig belangstelling als er geen ruzie is met de regering of tussen de coalitie-partijen.

Daardoor krijgt het publiek een vertrokken beeld van de politieke werkelijkheid. Zo komen veel mensen er nu pas tot hun schrik achter dat vier jaar geleden besloten is de gulden te vervangen door de euro. Hoewel hier destijds uitvoerig in het parlement over werd gesproken, is het bijna iedereen ontgaan.

Vanzelfsprekend is het de taak van de media om de Europese politiek kritisch te volgen. Om zich een oordeel te kunnen vormen, moeten burgers echter voldoende op de hoogte zijn. Als we niet oppassen, zakt het draagvlak voor Europa weg in het drijfzand van onwetendheid. Dat kan alleen voorkomen worden als het publiek consistent, evenwichtig en correct wordt ingelicht.

Bob van den Bos is lid van de Tweede Kamer voor D66.

Meer over