Zülle durft als enige het gezag van keizer Miguel te tarten

Twee furieuze gendarmes mochten met hun vuisten dan zo ongeveer deuken in de motorkap van zijn auto slaan, Manolo Saiz had dinsdag lak aan het strakke protocol dat bij iedere Tourfinish gehanteerd wordt....

Van onze verslaggever

Wybren de Boer

LA PLAGNE

Zijn oogappel Alex Zülle had het zowaar gewaagd het gezag van keizer Miguel te tarten. 'Wie zoiets durft, is in mijn ogen ook een kampioen', zei Saiz. En dat wilde hij zijn kopman onmiddellijk laten weten. De twee wetsdienaren kregen een opgestoken middelvinger te zien en Zülle werd innig omhelsd. Saiz: 'Wie durft te zeggen dat wij altijd de loosers zijn in de Ronde van Frankrijk?'

Met de eerste serieuze cols op het programma, had Saiz zijn manschappen bezworen dat dit de dag voor de aanval was. En hij rekende ze voor: eerst drie kleine bergjes om de spieren op te warmen en daarna een spervuur van demarrages ontketenen op de Col des Saisies, de Cormet de Roselend, beide van de eerste categorie, om uiteindelijk te oogsten op de Alp van La Plagne, de 1980 meter hoge reus uit de hors categorie.

Eerst Bruyneel, dan Breukink, dan Jalabert en tot slot Alex Zülle om de coup te voltooien. 'Ik zei nog tegen hem: jij niet te vroeg, jij moet in de finale goed zijn', aldus Saiz. Maar amper was het startschot gelost of Zülle was het strijdplan vergeten. Bij kilometerpaal 80 ging hij in gezelschap van Munoz en Hamburger op avontuur. En won. Saiz: 'Een grote gok, maar zo is Alex.'

Eeuwige wielertrouw beloofden ze elkaar, vanaf het moment dat Saiz de toen 23-jarige Alex Zülle onder contract nam. Van de renner was niet meer bekend dan dat hij in eigen land het criterium van Herisau en de koppeltijdrit in Birsfelden, samen met ene Armin Meier, had gewonnen. En ambitieus was hij ook. Hij bood zijn diensten aan bij Gisbers (PDM) en Köchli (Helvetia), maar kreeg te horen dat aan knechten geen behoefde meer was.

In de zomer van 1991 schonk Saiz hem wel het vertrouwen, overigens op aandrang van Stephen Hodge die Zülle nog kende uit hun gemeenschappelijke tijd bij een Zwitserse amateurclub. Nauwelijks twee maanden later eindigde de neo-prof als derde in de Ronde van Catalonië, achter Indurain en Delgado. Het jaar daarop ging Zülle gewoon door met winnen en werd hij gedoopt tot toekomstig Tour-winnaar.

En daar was het Saiz allemaal om begonnen. De gymnastiekleraar kreeg zes jaar geleden opdracht van de Organización Nacional de Ciegos Espanoles een succesvolle wielerploeg te formeren. Hij haalde Zülle en later Breukink. 'Wij kunnen de Tour winnen', blufte Saiz twee jaar terug in de Volkskrant. Het driftige baasje uit Santander predikte de aanval en Banesto moest oppassen.

Echter, de ontwikkeling van Zülle als ronderenner stagneerde en Breukink bleek niet meer 's werelds beste tijdrijder. Nooit kon ONCE een serieuze greep naar de gele trui doen. Alex Zülle mocht het tricot in 1992 een dag dragen, maar de rest van de tijd zat Saiz zich te verbijten in de schaduw van het onaantastbare Banesto.

'Allemaal keurige jongens, d'r zitten geen boefjes bij. Dat is hun enige nadeel' schetste Peter Post recentelijk het keurkorps van Saiz. De rose trein, die zo vol bravoure had aangekondigd dat er geen belangrijkere maand was dan juli, werd steeds vaker verweten de gedane beloftes niet na te komen.

Saiz reageerde gebeten toen dat gegeven hem in La Plagne werd voorgelegd. 'Dat vind ik een onzinnige opmerking. Waar dat kan gaan wij in de aanval, ook in de Tour de France. Maar wij kunnen niet winnen van Indurain. Dat hij straks voor de vijfde keer wint, is niet onze schuld. Natuurlijk willen we hem verslaan, maar hij is gewoon te sterk.'

Zolang de Zwijger uit Navarra van de partij is op het feestje van Jean-Marie Leblanc, is voor Saiz de Tour de France van 'minder' belang. 'Natuurlijk is het de belangrijkste wedstrijd van het jaar. Maar het seizoen telt nog tien maanden. In die tien maanden winnen wij veel, heel veel. We kunnen alles ondergeschikt maken aan de Tour, maar de kans dat we winnen blijft klein.'

Bijval kreeg hij van Zülle. 'Geen ploegleider kiest voor zo'n aanvallende stijl als Saiz. En bij hem krijgen ook alle renners de kans om succes te boeken. Natuurlijk hebben wij knechten en kopmannen, maar wie goed is mag bij ons z'n eigen plan trekken. Jalabert heeft in het voorseizoen toch ook twee klassiekers gewonnen.'

Zelf won Zülle de Rondes van Mallorca, Valencia en Baskenland en werd hij tweede in de Ronde van Zwitserland. Maar de allergrootste Ronden, die van Italië en Frankrijk, zal hij volgens Saiz 'vrijwel zeker' nooit winnen. 'Omdat Alex wisselvallig en emotioneel is. Hij is geen taktische rekenaar zoals Indurain. Bovendien, de ene dag is hij fantastisch, de andere dag is hij slecht.'

Volgens Eddy Merckx zal dat laatste vandaag op weg naar Alpe d'Huez het geval zijn. 'Zülle heeft de eerste week al met zijn krachten gesmeten en vandaag weer, dat gaat 'm opbreken.'

De Zwitser met het Brabantse bloed in de aderen zei een jour sans niet te vrezen. 'Misschien heeft Merckx wel gelijk, nou jammer dan. Na mijn slechte tijdrit van zondag is het klassement voor mij bijzaak. Ik heb een grote bergrit gewonnen en die nemen ze me niet meer af.'

Misschien, zo dacht Zülle zou een ploeggenoot op Alpe d'Huez wel voor een stunt kunnen zorgen. 'Jalabert heeft bewezen goed te zijn in de bergen. Of anders Breukink.' De Nederlander bereikte gisteren op tien minuten van zijn zegevierende teamgenoot de top, maar toonde zich een tevreden man. 'Net voor Alex er vandoor ging, heb ik hem nog een bidon kunnen geven.'

Meer over