Zuiderzeelijn staat in schaduw Betuwelijn

Wordt de Zuiderzeelijn net zo'n kostbaar en onrendabel project als de Betuwelijn? De vraag is wie straks het risico van kostenoverschrijdingen draagt....

Een opmerkelijke brief lekte vorige week vrijdag uit. Nog voordat de Tweede-Kamercommissie die de grote projecten Betuwelijn en HSL-Zuid onderzoekt, ook maar begonnen is met het horen van betrokkenen, verstuurde ze een eerste waarschuwing. De Tweede Kamer moet het nieuwe project Zuiderzeelijn beter in de gaten houden dan de eerdere grote railprojecten,aldus commissievoorzitter Adri Duivesteijn (PvdA). Hij is zeer bezorgd dat de Tweede Kamer, net als bij de Betuwelijn, beslissingen uitstelt en daardoor later voor kostbare voldongen feiten wordt geplaatst.

Kan de Zuiderzeelijn net zo'n onrendabel en kostenoverschrijdend project worden als de Betuwelijn? Op het eerste gezicht lijkt voor deze angst geen reden te zijn. Op het tweede gezicht misschien toch. De hoofdvraag is nog niet beantwoord: wie neemt uiteindelijk de financi risico's op zich?

De rijksoverheid lijkt een duidelijke financi grens te hebben gesteld. Meer dan 2,7 miljard euro zal het rijk niet in de Zuiderzeelijn stoppen, hebben de kabinetten Paars II, Balkenende I en II verzekerd. Voor dit bedrag, of een beetje meer, kan een gewone spoorlijn worden aangelegd van Almere naar Groningen.

Maar als hij voor dat bedrag wordt aangelegd, zal de Zuiderzeelijn zelfs in de meest bescheiden variant niet rendabel zijn, zo hebben het Centraal Planbureau en het Nederlands Economisch Instituut (NEI, tegenwoordig Ecorys genaamd) uitgerekend.

Anders dan bij de Betuwelijn is het rijk niet de enige overheid die meebetaalt aan de Zuiderzeelijn. Gemeenten en de provincies Friesland en Groningen doen voor ruim een miljard mee. Ze hebben een duidelijk voorkeur voor de twee snelste varianten, magneetzweefbaan of hogesnelheidslijn. Met het kabinet is afgesproken dat deze varianten als eerste worden onderzocht. Daarna kan altijd nog worden teruggevallen op een gewone spoorlijn, aldus de Zuiderzeelijn-website.

De gemeenten en provincies kijkenvoor de financiering met begerige ogen naar de verkoop van de energiebedrijven. Hoewel minister Brinkhorst van Economische Zaken onlangs besloot dat de stroomnetten vooralsnog in staatshanden moeten blijven, blijven de lokale overheden rekenen op deze miljarden (het landelijke stroomnet wordt getaxeerd op 16 miljard euro). Sterker nog, als het geld uit de energiebedrijven niet beschikbaar komt voor de aanleg van de spoorlijn, is sprake van 'woordbreuk' van het kabinet.

Een opvallende overeenkomst tussen Betuwelijn en Zuiderzeelijn is de betrokkenheid van private bedrijven. Twee opeenvolgende projectdirecteuren Betuweroute hebben vorig jaar toegegeven nooit te hebben geloofd in private financiering van de Betuwelijn. Bij de politieke verantwoording werd echter wel tien jaar lang een bedrag van 730 miljoen euro (1,6 miljard gulden) ingeboekt.

Bij de Zuiderzeelijn wordt opnieuw een beroep gedaan op de private partijen, maar het verschil met de Betuwelijn is dat ze alleen nodig zijn voor de luxe, snelle varianten. Een gewone spoorlijn van Lelystad naar Groningen kan ook zonder de marktpartijen worden aangelegd.

De grote vraag blijft wie straks de risico's draagt wanneer de bijna onvermijdelijke tegenvallers zich aandienen. De Deense econoom Bent Flyvbjerg becijferde twee maanden geleden in de Volkskrant de gemiddelde kostenstijging bij grote railprojecten op 40 procent. Daarom verstuurde commissievoorzitter Duivesteijn zijn waarschuwing aan de Tweede Kamer. In de hoop dat de Kamer lering trekt uit de ervaringen met de Betuwelijn.

Meer over