Zuid-Holland droomt van jungle

Eens moet het getijdenbos bij Rhoon een soort jungle worden. De natuur mag er haar gang gaan. De wilgen die ooit netjes in rijtjes werden geplaatst, moeten veranderen in een ondoordringbaar woud, met lia..

Fred de Vries

nen, varens, paddestoelen, zwammen, rottend hout, algen en mossen. De parkeerplaats is uitgestorven. Van de enige afvalbak heeft de zuidwesterstorm het deksel opengerukt. Het felle blauw van de vuilniszak detoneert met de rest van de omgeving, waar groen, grijs en bruin in al hun tinten overheersen. Een regengordijn ontneemt het zicht op de vlammende Botlek en de Rotterdamse wolkenkrabbers enkele kilometers verderop. Het is zo'n dag waarop het niet licht is geworden en waarschijnlijk ook niet meer zal worden.

Eenzaamheid en natuurgeweld. Ideale omstandigheden voor een bezoek aan het onlangs opengestelde natuurgebied Klein Profijt, waar het Zuid-Hollands Landschap en het Wereld Natuur Fonds zeventig hectare getijdenbos tot een soort jungle proberen om te toveren. Het gaat om een gebied dat zich de afgelopen dertig jaar al goed in die richting heeft kunnen ontwikkelen, omdat er vrijwel niets meer aan gedaan werd. De natuur kon naar hartelust en ongestoord haar gang gaan, staat in de documentatie. Dat belooft wat.

Om Klein Profijt te bereiken heb je goede aanwijzingen nodig. De weg gaat vanuit Rhoon langs boerderijen en weilanden over smalle dijkjes. Het bos is pas sinds midden oktober opengesteld; er zijn nog geen bordjes of folders om geïnteresseerden de weg te wijzen.

Klein Profijt ligt aan de Oude Maas, vlak naast een strak geschoren golfbaan en de Rhoonse grienden. Je kunt er een wandeling van tweeënhalve kilometer maken over paden die amper paden zijn, langs sloten en kreken, langs een stuk rivier. Honden moeten aan de lijn, maar de eerste mountainbikers hebben het gebied al ontdekt als ruig oefenterrein.

Het bordje bij de ingang geeft aan dat we hier te maken hebben met een getijdenbos. Het verschil tussen eb en vloed bedraagt gemiddeld een meter. Bij springvloed kan dat oplopen tot bijna twee meter. Kaplaarzen zijn geen luxe.

In het voorjaar moet het hier sprookjesachtig zijn, vooral wanneer de spindotterbloem de kreken geel kleurt. Maar aan het begin van de winter ziet het gebied er op het eerste gezicht grauw en weinig spectaculair uit: onder water gelopen grienden vol uitgeschoten wilgen in verschillende stadia van ouderdom.

Maar schijn bedriegt. Niet in het minst omdat er veel historie schuil gaat achter het natuurgebied. Alleen de naam al. Klein Profijt, zo heet dat eenzame huis dat je aan de andere oever van de Oude Maas kunt zien. Nu is dat een bezoekerscentrum, maar vroeger, we spreken tweede helft vorige eeuw, woonde hier de baas van de vissers die over de hele breedte van de rivier hun netten spanden om zalm te vangen.

'Ja, zalm, die had je hier toen nog', zegt Hans Visser, regiobeheerder van het Zuid-Hollands Landschap, vogelaar, natuurliefhebber en gids voor vanmiddag. 'De naam Klein Profijt had er waarschijnlijk mee te maken dat die visserij niet zo winstgevend was. Rond 1910 kwam er een einde aan. Toen loonde het helemaal niet meer en werd het te druk op de rivier en werd het water te vuil. Soms kun je nog zegenstenen vinden, met een gat erin, die de vissers onderaan hun netten hadden gebonden.'

Dan, afgeleid door een schimmig silhouet van een vogel in een boom: 'Kijk, een sperwer.'

Behalve op zalm hadden de vroegere bewoners het ook op eenden gemunt. In het hartje van het natuurgebied is nog steeds een eendenkooi met op verschillende plaatsen zogeheten vangpijpen, waar vroeger de eenden in werden gelokt met behulp van het hondje van de kooiker, de man die de eendenkooi beheerde. Aan het eind van de pijp wachtte de vogels een wisse dood. Visser zegt dat daar de uitdrukking 'de pijp uitgaan' vandaan komt. De Dikke Van Dale geeft hem gelijk.

En dan had je hier tot rond de Tweede Wereldoorlog ook nog de mannen die de grienden bewerkten. Ze hakten de takken van de wilgen, de grote voor palen voor waterwerken en dijkversteviging, de kleinere voor bonenstaken, en de twijgen voor manden en korven. De griendarbeiders woonden in keten rond de grienden. Een zwaar leven, weet Visser, want het hakken en snijden gebeurde tussen november en maart, de natste en koudste tijd van het jaar.

En dat merken we. De storm jaagt onheilspellend door het wilgenbos, heeft bomen ontworteld, slaat golven op de rivier. Een fietspad aan de rand van het natuurgebied is afgezet omdat men overstromingen verwacht. We glibberen en glijden over de paden. Ervan afwijken mag wel, maar is vandaag niet aan te raden. 'Dit gebied is een stuk ruige natuur dicht bij de stad, waar je de natuur kunt zien, horen en voelen', oreert Visser.

Hij staat stil op een punt waar het pad een draai naar rechts maakt. 'Mijn favoriete plek.'

Hier vind je de essentie van Klein Profijt. Er loopt een kreek, er zijn omgevallen bomen die open plekken creëren, waar dankzij het licht en het dode hout nieuwe flora en fauna komen, de belangrijkste stap op weg naar de droom van de Rhoonse jungle. 'Kijk, korstmos', zegt Visser, wijzend op de groene begroeiing op een wilgenstronk. 'Als je hier alleen bent, zie je de buizerd, of je ziet een specht klimmen, klauteren en hakken.'

De natuur haar vrije loop laten, daar gaat het om. Het enige dat de beheerders doen, is de hoofdpaden enigszins in stand houden en de wilgen aan de randen van die paden knotten. Maar even verderop, beneden in de grienden, moeten de ooit netjes in rijtjes geplaatste en geknotte wilgen veranderen in een ondoordringbaar woud, met lianen, varens, paddestoelen, zwammen, rottend hout, algen, mossen. Naast de wilgen moeten er ook andere bomen komen. De eerste meidoornen en vlieren zijn al gesignaleerd.

'Er zijn zelfs jonge zomereiken', zegt Visser.

Vogels kunnen ongestoord broeden in de eendenkooi, die niet voor het publiek toegankelijk is. Visser noemt de mees, specht, bosuil, steenuil, buizerd, ijsvogel, roodborst, heggenmus, winterkoning. Hij vertelt ontroerd over de twee hermelijnen die hij pas spelend voorbij zag dartelen. Ook zijn er sporen van een bever gevonden, die waarschijnlijk uit de Biesbos is gemigreerd.

En dan natuurlijk de ree, waarvan een van de beheerders de sporen zou hebben gezien. Feit of fictie? Visser lacht. 'In principe moet het kunnen, reeën', zegt hij. 'Over 25, 30 jaar.'

Ook de droom van een Zuid-Hollandse jungle moet ooit uitkomen. 'Het begon als een griend, toen werd het een vloedbos. Nu vind je al verschillende houtsoorten. En dan ga je richting natuurbos. Maar 25 jaar, zoals weleens wordt geopperd, lijkt me een te optimistische schatting. Een jaar of vijftig is wat reëler.'

Visser loopt terug naar het hek waardoor we naar binnen zijn gekomen. De natuur helpt hem een handje bij de promotie. De storm is gaan liggen, het is droog. De lucht is schoongeveegd. Het grauw van de dag is als bij toverslag weggevaagd. De kraag van wilgen wordt nu in het westen omspannen door een dieprode gloed. Op de voorgrond wuiven zilverwitte rietpluimen. Zuid-Hollandse perfectie.

'Prachtig hè.'

Meer over