Zoutzoete kraakkoek

We schreven over kinderachtig koken met kinderen; het moet leuk zijn en geinig en enig. Maar kinderen hoeven het niet leuk....

Koeken bakken. Neem witte tarwebloem. Weinig bloem in een wijde kom. Doe er een heel klein scheutje water bij. Roer met een houten lepel het water door de bloem. Er komen vlokken van. Misschien nog een drupje water. De vlokken blijven aan de houten lepel hangen. Pluk het deeg van de lepel en kneed er een balletje van. Deel het balletje in tweeën en maak van de helften opnieuw balletjes.

Strooi bloem over het aanrecht, over tafel of over een grote plank. De balletjes deeg moeten met een deegroller worden uitgerold tot een dun laken. Het moet echt heel erg dun zijn. Er zijn pastamachines met een slinger. Er zitten twee cilinders in waar deeg doorheen gewrongen wordt. Ideaal voor de koeken van vandaag.

Beide deeglakentjes moeten ongeveer even groot zijn. Er zijn fornuizen met naast of tussen de gaspitten een grote plaat waarop een halve koe kan liggen schroeien. Op die plaat lukken onze koeken goed, maar in een zware koekenpan met dikke bodem gaat het ook prima.

Op een van de twee lakentjes deeg moeten nu eerste korrels zout en korrels suiker worden gestrooid en dat moet heel voorzichtig, korrel voor korrel. Grof zeezout en kandijsuiker.

Over het hele vlak moeten evenveel zoutkorrels als suikerkorrels en ze moeten om en om komen te liggen op twee centimeter van elkaar. Dan moet het andere lakentje er bovenop gelegd worden en overal aan de rand met de vingers op het onderste laken worden vastgedrukt. Het vlak waarop dit alles gebeurt moet wel goed met bloem bestrooid zijn, anders gaat het deeg er aan vastkleven.

Zet nu een zware koekenpan op een lage vlam. Of laat de bakplaat op het fornuis heet worden. Er moet niets in de pan. Geen olie, geen boter. Wacht geduldig tot de pan heet is. Op een hoge vlam gaat het snel, maar dan kan het te heet worden.

Leg de dubbele koek in de pan. Laat de vlam laag. Het beetje water dat in het deeg zit verdwijnt, de koek wordt wit. Er komen bobbels in, hij ruikt lekker. Hij wordt hard.

Draai hem om. Op de bobbels zitten donkere plekken. De koek schroeit.

Haal hem uit de pan en laat afkoelen. Hij kraakt vreselijk bij elke hap. Maar is dit een zoete koek of een zoute? Dat is moeilijk te zeggen. Maar lekker!

Meer over