bericht uitBeiroet

Zou het beter gaan met Libanon als bestuurders hun richtingaanwijzers gebruiken?

In Libanon rijden ze niet hard, maar wel dwarrelig. Beeld Getty
In Libanon rijden ze niet hard, maar wel dwarrelig.Beeld Getty

Libanezen rijden niet hard, maar wel dwarrelig. Correspondent Ana van Es keek haar ogen uit toen ze vijf jaar geleden in Beiroet kwam wonen.

Laatst miste ik op de snelweg een afslag. Dat was niet de bedoeling, dus ik gooide de auto in zijn achteruit en reed terug. Over de rechterbaan, want vluchtstroken ontbreken hier. Mijn Libanese bijrijder gaf nog net geen applaus.

Inburgeringscursus geslaagd.

Libanezen weten dat hun eigen rijstijl ruige hoekjes vertoont, want ze informeren belangstellend: ‘Rij jij hier zelf?’ Wat dat betreft, valt er weinig te kiezen. Openbaar vervoer is er nauwelijks, fietsen durf ik niet en de krant fourneert geen chauffeur. Maar toen ik hier vijf jaar geleden kwam wonen, keek ik mijn ogen uit.

Naar de spookrijders op de snelweg. Scootertjes zonder licht in eveneens onverlichte tunnels. Auto’s die als een rijdende wegafzetting op de linkerbaan hangen. Die parkeren op de rechterbaan, zodat overal files ontstaan. Richting aangeven door hun hand uit het raam te steken, alsof ze fietsen. Drie banen tegelijk gebruiken. Libanezen rijden niet hard, maar wel dwarrelig, een telefoon in de hand, zoekend naar hun plaats op de weg en in het leven.

Het wegennet helpt niet mee. Er zijn gaten waar je met auto en al in kunt verdwijnen. Een snelwegviaduct niet ver van mijn huis eindigt zonder waarschuwing in een dode muur. Elektriciteit is schaars, dus stoplichten staan tegenwoordig vaak uit. Bestuurders vechten zich op eigen kracht naar de overkant, zwaaiend met hun handen uit het raam.

Op de snelweg van Beiroet naar Damascus stond het verkeer vorige week urenlang vast. Ongeluk. Op de buitenbaan van een haarspeldbocht lag een enorme vrachtwagen in de kreukels. Op de binnenbaan was van twee kleinere vrachtwagens ook niet veel over. Van de bestuurders evenmin, aan de blikken van het Rode Kruis-personeel te oordelen.

Ja, hoe kon dat gebeuren? Als je het Libanese rijgedrag een beetje kent, zie je het voor je: die vrachtwagens haalden elkaar in. In een bocht. Op een steile helling omhoog. Libanezen gebruiken bochten van bergwegen steevast om in te halen. Hoe minder zicht, hoe meer gas erop.

Waarom? Hier wordt het verleidelijk om te psychologiseren. Ooit las ik de theorie dat Libanezen in het verkeer hun trauma’s uit de burgeroorlog (1975-1990) verwerken. Achter het stuur woedt de oorlog voort, was ongeveer de gedachte. Prachtig verhaal. Niet kapotchecken.

Alleen: het kan niet kloppen. Irakezen zitten ook vol oorlogstrauma’s, maar die rijden naar verhouding normaler. Die halen meestal links in, niet rechts. Hebben ze nog geleerd onder Saddam Hoessein.

Zou het beter gaan met Libanon als bestuurders hun richtingaanwijzers gebruiken en vrachtwagens elkaar niet meer in haarspeldbochten inhalen? Ik twijfel. Libanon is nauwelijks een functionerend land, de bevolking heeft weinig met elkaar gemeen, maar de nodeloze verkeerschaos, dat is iets van hen allemaal samen.

Knipperlichten aan? Dat betekent naar keuze: deze auto is kapot, ik zit te bellen, ik pak midden op de snelweg mijn rustmomentje, of natuurlijk: ik ben dronken.

Libanezen zitten massaal dronken achter het stuur. Dat begrijp ik goed. Na een paar wijntjes krijgt het verkeer ineens ritme en logica. Met je armen uit het raam en vol gas door de bocht, als een waanzinnige autodans die vaak goed afloopt, maar helaas niet altijd, wat ook wel weer spannend is.

Meer over