Nieuws

Zorgen om lage vaccinatiebereidheid migranten en laaggeletterden: informatiecampagne noodzakelijk

Na een groep huisartsen maakt nu ook het Outbreak Management Team zich zorgen over de lagere vaccinatiebereidheid onder personen met een migratieachtergrond en laaggeletterden. Besteed extra aandacht aan gerichte communicatie bij deze doelgroepen, is nu ook hun opdracht aan minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid).

Hugo de Jonge tijdens een werkbezoek aan een vaccinatielocatie Breda.  Beeld ANP
Hugo de Jonge tijdens een werkbezoek aan een vaccinatielocatie Breda.Beeld ANP

De Jonge zegt er aan te zullen werken de informatiecampagne voor alle doelgroepen uit te breiden nu het vaccinatietempo wordt opgevoerd.

Huisartsen uit achterstandswijken sloegen op 23 april alarm over de schrikbarend lage opkomst voor de vaccinaties in wijken met veel laaggeletterden en personen met een migratieachtergrond. Soms kwam die nauwelijks boven de 30 procent.

In een manifest riepen zij de minister op een toegankelijke informatiecampagne op te zetten over het belang van vaccinatie. Ook het OMT heeft inmiddels signalen ontvangen dat de vaccinatiebereidheid onder deze groepen lager zou zijn, zo liet het weten in zijn recente advies.

Folders, filmpjes en kaarten

Inmiddels heeft minister De Jonge met de initiatiefnemers van het manifest gesproken. Het ministerie wil de lokale organisaties verder ondersteunen met het maken en verspreiden van informatiemateriaal, dat onder meer is gericht op laaggeletterden en anderstaligen, zegt hij toe. Zo is er onder meer een basisfolder beschikbaar in dertien talen en een plaat met pictogrammen en eenvoudige teksten over de vaccinaties.

Daarnaast werkt het ministerie samen met de GGD’s in de vier grote steden om het aanbod aan informatiemateriaal voor deze doelgroepen de komende weken verder uit te breiden, schrijft minister De Jonge woensdag aan de Tweede Kamer.

Er komen filmpjes en informatiekaarten over onderwerpen waarover veel vragen zijn, zoals bijwerkingen, zwangerschap en het belang van vaccineren. Ook gaan ‘sleutelpersonen’ uit de verschillende gemeenschappen in opdracht van het ministerie (online) bijeenkomsten organiseren in de eigen taal.

Extra onrust

Maar veel huisartsen uit de achterstandswijken betwijfelen of dit genoeg zal zijn om de mensen te bereiken en over de streep te trekken voor de beschermende prik. Het is een groep die volgens hen al weinig vertrouwen heeft in de overheid: zij vertrouwen vaak meer op de informatie die zij krijgen op sociale media en van kennissen.

Daarbij vinden sommige huisartsen dat de minister extra onrust heeft veroorzaakt door twee keer op de pauzeknop te drukken met het vaccin van AstraZeneca, vanwege de zeldzame mogelijke ernstige bijwerkingen. ‘Wie niet goed Nederlands spreekt, krijgt dan van het nieuws alleen mee: AstraZeneca, trombose’, zei een huisarts.

‘Het is zeker denkbaar dat de genomen besluiten over AstraZeneca sommigen onzeker hebben gemaakt’, schrijft de minister woensdag aan de Tweede Kamer. Maar hij herhaalde ook zijn eerdere argumentatie. ‘We moeten signalen over ernstige bijwerkingen serieus nemen en daarnaar handelen. Anders wordt het vertrouwen in de vaccins juist erger geschaad.’

Het vaccin van AstraZeneca wordt voorlopig nog alleen verstrekt aan personen boven de 60 jaar. De minister heeft de Gezondheidsraad eind april gevraagd om nogmaals te bekijken of het ook veilig zou zijn om dit vaccin toe te dienen aan vijftigers en mogelijk ook veertigers. Dit advies komt pas eind mei, is nu de verwachting. De Gezondheidsraad wil namelijk nog de uitkomst van enkele onderzoeken afwachten, aldus de minister.

Vaccinatiebereidheid

Hoe groot de vaccinatiebereidheid is per doelgroep wordt niet exact bijgehouden, alleen per leeftijdsgroep. Bij ouderen ligt de bereidheid om de prikken te halen veel hoger dan bij jongeren. De overheid gaat vooralsnog in zijn berekeningen uit van een totale vaccinatiebereidheid van boven de 80 procent.

De tweede helft van mei moeten alle 60-plussers die het willen een prik hebben gehad. Deze week ontvangen de laatste huisartsen in Gelderland en Noord-Holland die nog niet waren voorzien AstraZeneca-vaccins om de 60- tot 63-jarigen uit hun regio mee in te enten. Vanwege de lage opkomst in eerdere rondes hebben zij aanmerkelijk minder vaccins besteld dan verwacht.

Nu worden de 1,5 miljoen personen onder de 60 jaar met medische aandoeningen – die in aanmerking komen voor de griepprik – uitgenodigd voor een vaccinatie bij de GGD’s. Vóór eind mei, verwacht De Jonge, zullen ook alle vijftigers worden uitgenodigd. In de eerste helft van juni zijn dan de veertigers aan de beurt en daarna dan ook de dertigers en twintigers.

Vaccinleveringen

Dat betekent dat het vaccinatietempo flink wordt opgevoerd, als tenminste de vaccinleveringen ook volgens afspraak zullen zijn. Van het vaccin van Pfizer worden per juni 1 miljoen doses per week verwacht. Wat er binnenkomt van AstraZeneca blijft onzeker. En ook de leveringen van het vaccin van Janssen zouden kunnen tegenvallen, vanwege problemen in een Amerikaanse vaccinfabriek.

De bedoeling is dat de GGD’s in staat zijn om indien nodig 2 miljoen prikken per week te zetten, in uiteindelijk 140 vaccinatielocaties: nu zijn dat er honderd. Indien nodig springen de ziekenhuizen bij, met 500 duizend prikken per week.

De huisartsen zullen niet meer vaccineren. Wel wordt hen gevraagd de GGD’s bij te staan met het opvullen van medische functies in het vaccinatieproces, als bijvoorbeeld toezicht houden op mogelijke allergische reacties na de prik.

Als alles volgens plan verloopt, kan elke 18-plusser die het wil begin juli zijn eerste prik hebben gehad, aldus minister De Jonge.

Meer over