Zoon, vader en De Toekomst

Het conflict tussen Johan Cruijff en Ajax draait voornamelijk om de jeugdopleiding. Cruijff wil dat het individu centraal komt te staan. Veel ouders steunen hem.

Een juichtoon davert langs het voetbalveld. Mio figlio!!! Urvin Rooi kan zijn geluk niet op als zoon Dylan de B2 van Ajax op voorsprong zet tegen de B1 van het eveneens Amsterdamse AFC. Het zal de enige en dus winnende treffer zijn op deze koude zaterdagmiddag in april.

Dylan heeft de bal op de rand van het strafschopgebied onderschept en laat hem nog één keer stuiteren. Zijn effectvolle schot is de AFC-doelman te machtig. Waarna zijn jubelende vader het Italiaans machtig blijkt.

Weinig voetbalouders zullen zo betrokken zijn als de Amsterdamse Curaçaoënaar Urvin Rooi. Anders dan zijn hartstochtelijke schreeuw doet vermoeden, uit de betrokkenheid zich niet in doorslaand fanatisme. Urvin Rooi is een zorgzame vader die Dylan wil bijstaan in de verwezenlijking van zijn droom. Het liefst blijft hij een beetje op de achtergrond, maar nu maakt Urvin Rooi zich zorgen en wil hij daarmee in de openbaarheid treden.

Ajax, en met name het opleidingsinstituut De Toekomst staan op een tweesprong. Onder auspiciën van Johan Cruijff zal de scholing van jonge voetballers op een andere leest worden geschoeid. Vooral Jan Olde Riekerink, hoofd jeugdopleiding, ligt onder vuur. Dat proces van verandering lijkt nu in een soort vacuüm beland.

Voor Urvin Rooi is Olde Riekerink de kern van het probleem en dat vinden andere critici ook. Het ontbreekt op De Toekomst aan structuur, de afzonderlijke elftallen zijn eilandjes en de leiding is onbenaderbaar.

Weinig ouders of jeugdspelers durven op dit moment in die discussie te treden, bang als ze zijn kansen hun eigen glazen in te gooien.

De Toekomst is een oase van groen, ingeklemd tussen snelwegen. De formidabele entree doet recht aan de status die Ajax jarenlang had met de opleiding van talenten. Het grand café eert het verleden. Foto's van Johan Cruijff, Marco van Basten, Dennis Bergkamp en al die anderen sieren de muur. Kijk, daar zit Sjaak Swart aan de leestafel. Het is een lauwe maandagmiddag in april. Trainer Edmond Claus laat de B2 zweten in partijvorm.

Dylan Nieuwenhuijs is 16 jaar en eerstejaars B-junior. Hij is de zoon van Monique Nieuwenhuijs en Urvin Rooi, twee mensen voor wie voetbal tot 27 januari 1995 een onbekende, nogal huiveringwekkende wereld was. Maar voor Dylan was de wereld, vanaf het moment dat hij kon lopen, een voetbal.

Zodra het kon, werd Dylan lid van buurtclub Swift. Zijn talent openbaarde zich al snel en dus gonsde de naam van Ajax meteen rond. Zo gaat dat in Amsterdam. Maar Dylans ouders hadden ooit de Ajax-documentaire Daar hoorden zij engelen zingen gezien. Dat was geen aanbeveling.

Daarin vraagt een jeugdtrainer met barse stem aan een aantal voetballertjes waarvoor Ajax staat. Een van hen veronderstelt dat Ajax de beste is. Maar het juiste antwoord luidt: Ajax is nooit tevreden. Dat leek Monique Nieuwenhuijs, en Urvin Rooi geen fijne omgeving voor hun kind.

Natuurlijk werd het toch Ajax. Urvin Rooi ging, wanneer hij kon, mee als waakhond. Maar die eerste periode herinnert hij zich vooral als schattig. Ook Dylan zegt dat hij zijn fijnste jaren heeft beleefd in de onderbouw. In de D1 stond hij onder leiding van Frank de Boer die toen net begon als trainer. De Boer, nu de trainer van Ajax 1, was onzeker en vroeg vaak aan de jongens wat ze van hem vonden. Dat was ook schattig.

Quincy Promes tekende begin dit jaar zijn eerste contract als voetballer. Hij deed dat bij FC Twente waar hij sinds 2009 speelt. Ook is Promes, sinds begin dit jaar, opgenomen in de nationale selectie van spelers onder de 19 jaar. Zoals zoveel anderen sloeg Quincy Promes het pad naar het profvoetbal in bij Ajax. Hij zou niet de eerste zijn, die bij een andere club deze drempel overschrijdt.

Tot en met de B-junioren was Promes naar eigen zeggen nooit een twijfelgeval in die zes jaar op De Toekomst. En toen, als bij donderslag, kreeg hij van Jan Olde Riekerink te horen dat het afgelopen was. In allerijl vond Quincy Promes een plekje bij Haarlem. Nadat die club een jaar later failliet ging, had hij de profclubs voor het uitkiezen.

Achteraf gezien was Quincy Promes misschien wel een jongen die deze tegenslag nodig had om verder te komen. Misschien nam hij het destijds een beetje te gemakkelijk op. Maar het blijft gek dat bij Ajax nooit is gesproken over wat er niet deugde aan hem en dat hij vervolgens zonder pardon buiten de deur is gezet.

Dylan Nieuwenhuijs had zich voorgenomen de beste voetballer van de wereld te worden. Tot an de C-junioren lag hij keurig op koers. Sindsdien zijn vader en zoon minder tevreden over Ajax. Is dit wel de plek om de beste van de wereld te worden?

Licht als hij is, en klein van stuk bovendien, kreeg Dylan het fysiek steeds zwaarder. Daar kwamen blessures van en die kregen onvoldoende tijd om te genezen. Trainingen werden te snel weer opgevoerd, afspraken over zijn inzetbaarheid werden niet nagekomen. De coaches hielden hem langer in het veld dan de medische staf had bepaald.

Inmiddels was Jan Olde Riekerink hoofd jeugdopleiding. Over diens voorgangers Danny Blind en John van den Brom hadden Dylans ouders nooit te klagen. Met Olde Riekerink werd het contact een stuk stroever.

In de C1 twijfelde Dylan Nieuwenhuijs voor het eerst of hij wel bij Ajax zou blijven. Zijn al wat oudere ploeggenoten kwamen in de puberteit. Er werd onderling gevochten en de coach kon de problemen niet het hoofd bieden. Zijn spel leed er onder.

Dylan is naar Jan Olde Riekerink gegaan en heeft gevraagd om individuele training. Olde Riekerink zou hebben geantwoord dat je een extra training moet verdienen. Dylan Nieuwenhuijs herinnert zich dat tot op de dag van vandaag als een waardeloos antwoord. Wat moest hij daar nou mee?

Dylan heeft het toen zelf maar geregeld. Looptrainer Ruben Jongkind leerde hem beter hardlopen. Jongkind is de voornaamste auteur van het Cruijff-rapport dat de Ajax-opleiding moet omturnen. Daarin staat dat er een betere samenhang moet komen in de scholing van voetballers en dat die scholing meer moet worden toegespitst op het individu. Nu is elk seizoen anders en legt iedere trainer zijn eigen accenten.

Zelf zou Dylan bijvoorbeeld veel meer op zijn baltechniek willen trainen. Een voetballer als hij, in Ajax-termen een nummer 10, is daarbij immers het meest gebaat. Vroeger kon je daarvoor op De Toekomst terecht bij Simon Tahamata, maar die is twee jaar geleden vertrokken en nooit opgevolgd.

Nu regelen zijn ouders de techniektraining op eigen kosten. Elke woensdagmorgen komt een freelance trainer, naar Amsterdam om Dylan op het veld van Swift bij te spijkeren.

Vanwege het werk van zijn moeder belandde de Engelse linkervleugelverdediger Jamie Lawrence drie jaar geleden in Amsterdam. Na één seizoen Haarlem was de 19-jarige Lawrence, die speelde bij Arsenal en Queens Park Rangers, goed genoeg voor Ajax.

Twee jaar speelde Jamie in de A2, voorzover hij aan spelen toekwam. Zijn vader Steve Lawrence heeft er gemengde gevoelens aan overgehouden. De manier van trainen is, zeker in vergelijking met de Engelse aanpak, goed bevallen. Voor de rest is hij slecht te spreken over Ajax. Opnieuw gaat het over Jan Olde Riekerink en slechte communicatie.

Vooral het tweede seizoen werd een opeenstapeling van tegenvallers. Fnuikend was een hardnekkige spierblessure in het dijbeen. Jamie Lawrence speelde deze jaargang vijf wedstrijden, waarvan slechts één negentig minuten lang.

Vader en zoon zijn ervan overtuigd dat het chronische karakter van de blessure voor een belangrijk deel de schuld was van Ajax. In het groepsproces was geen ruimte voor een individueel probleemgeval. Herhaalde verzoeken om een gesprek daarover bleven onbeantwoord. Een bericht op de website leerde dat Jamie Lawrence zijn heil ergens anders moet zoeken.

De B2 van Ajax speelt zijn laatste competitiewedstrijd tegen de gecombineerde B1 van Vitesse en AGOVV. De Ajacieden willen de schande van het uitduel in Arnhem wegpoetsen. Toen werd het 8-1 voor de ploeg die met afstand kampioen is geworden.

Het is volop zomer, deze zaterdagmiddag op De Toekomst. Buiten de lijnen van het hoofdveld gaan de gesprekken vooral over de aanstaande bekerfinale tussen Ajax en Twente. Daarbinnen komen de Ajacieden door klungelig verdedigen op een 2-0 achterstand. Maar ze vechten zich terug en de wedstrijd eindigt in de spectaculaire stand van 4-4.

Dylan Nieuwenhuijs scoort één keer in de wedstrijd tegen Vitesse. Hij is een opvallende speler. Dezelfde lichtvoetige tred waarmee Dennis Bergkamp zich vroeger onderscheidde.Dylan snapt het spelletje, zegt zijn elftalleider Ruud Haarms.

Na afloop vervoegt hij zich sjokkend bij zijn vader die ergens achteraf staat te wachten. De voetbaltas bungelt over zijn rechterschouder. Het is een zware wedstrijd geweest, vooral door het warme weer, en een nogal onbevredigend seizoen.

Eerder die week heeft Dylan Nieuwenhuijs te horen gekregen dat Ajax hem over een paar maanden graag terug ziet in de B1. Zijn ouders hebben in een mail laten weten dat Dylan vereerd is. Ajax blijft immers Ajax. Maar als Jan Olde Riekerink aanblijft, zal hij voor de eer bedanken.

Het woord 'unfair' valt donderdagmiddag vermoedelijk het vaakst op sportpark De Toekomst, waar Jan Olde Riekerink zich verdedigt tegen de beschuldiging dat hij communicatief niet sterk zou zijn. 'Slecht bereikbaar dat kun je wel zeggen. Maar dat is iets heel anders.'

Het hoofd jeugdopleiding wendt zich tot Edmond Claus, trainer van de B2: 'Vind je mij slecht in de communicatie?' Claus vindt van niet. Olde Riekerink: 'En als er serieus iets aan de hand is, ben ik voor iedereen bereikbaar.'

Echt, hij zou zich best wat vaker aan de zijlijn willen vertonen. 'Want mijn vak is toch in eerste instantie om de trainers beter te maken.' Maar het beroep van hoofd jeugdopleidingen Ajax vereist zoveel dat hij op dit moment daaraan niet toe komt.

En dan nog: 'Als ik iets wil bespreken op de school van mijn dochters, dan doe ik dat met de leerkrachten. Ik heb de directrice misschien één keer gesproken dit schooljaar. Om dezelfde reden ben ik niet het eerste aanspreekpunt van ouders. Dat zijn de trainers.'

Olde Riekerink wil niet op individuele gevallen ingaan, maar wel vastgesteld hebben dat hij met Dylan Nieuwenhuijs een bevredigend gesprek heeft gehad over individuele training. Claus bevestigt dat. Olde Riekerink: 'Dat hele idee van individuele training is bij mijn aantreden in gang gezet.'

Beide trainers gaan ervan uit volgend seizoen dezelfde rol bij Ajax te spelen, ook al zou in het rapport-Cruijff geen plaats voor hen zijn. Zo afwijkend zijn hun opvattingen ook niet, zeggen ze. Alleen het systeem van afzonderlijke elftallen blijft bestaan. Olde Riekerink: 'Het is belangrijk dat spelers in teamverband opereren en zich daarvoor verantwoordelijk voelen. Daarbinnen is nu genoeg ruimte voor individuele ontplooiing.'

'Trainers zijn het eerste aanspreekpunt voor de ouders'

undefined

Meer over