Analyse

Zonder publiek bij debat is de blunder minder pijnlijk, maar hoe groot is de zege nog?

Het RTL Verkiezingsdebat van 2012, live uitgezonden op televisie vanuit een volgepakt Carré in Amsterdam. Beeld ANP
Het RTL Verkiezingsdebat van 2012, live uitgezonden op televisie vanuit een volgepakt Carré in Amsterdam.Beeld ANP

Ook de lijsttrekkersdebatten moeten het dit keer doen met lege zalen. Vrijdagavond trapt Radio 1 het debatseizoen af met het NOS Radiodebat, op zondag volgt het RTL Verkiezingsdebat op tv. Live-debatten zijn de kampioenswedstrijden in een verkiezingscampagne, maar van hoeveel waarde zijn ze als er geen publiek bij is?

Koninklijk Theater Carré, woensdagavond 26 mei 2010. De ogen van de immer professionele Mariëlle Tweebeeke verhullen een melange van verbazing en onderdrukte verontwaardiging. Had Jan-Peter Balkenende zojuist nou werkelijk ‘U kijkt zo lief’ tegen haar gezegd?

Dat niemand meer weet welke vraag de CDA-leider weigerde te beantwoorden (welke driepartijencoalitie het best zou zijn voor de economie), deert niet meer. Dat Balkenende eigenlijk ‘U kunt zo lief kijken, maar ik ga geen antwoord geven’ had willen zeggen, ook niet. Het fragment werd de dagen na het debat eindeloos herhaald en groeide uit tot de afscheidstape van de premier, die vertrok nadat zijn partij in de verkiezingen was gehalveerd.

Was het dat ook geworden zonder publiek? Uit verbazing, of gevoel voor timing, laat Tweebeeke een stilte vallen die voor het bomvolle Carré net lang genoeg is om te vullen met plaatsvervangende schaamte, oh’s en ah’s, hoongelach en zelfs een eenmans-fluitconcert. Balkenende kijkt schuldbewust voor zich uit: het drama heeft zich voor zijn ogen voltrokken. Roderik van Grieken, directeur van het Nederlands Debat Instituut: ‘Je hoort het publiek al iets maken van ‘oeh’ en het lijkt erop dat Tweebeeke daarop anticipeert. Ik vraag me af of zij die stilte had laten vallen als er geen publiek was geweest.’

Stiltes zullen er vallen, vanavond bij het NOS Radiodebat in de Oude Zaal in Den Haag en zondag bij het RTL-premiersdebat in Cultuurhuis Felix Meritis in Amsterdam, maar die zullen veel minder pijnlijk zijn. Want bij beide debatten ontbreekt het publiek. En dat kan de dynamiek van een debat flink veranderen.

Het lachbandeffect

De tv-debatten zijn er voor tv-kijkers, maar normaal zitten er óók kiezers in Carré bij het debat. Zij zijn vertegenwoordigers van de kijkers thuis. De reacties van het publiek zijn sturend voor de perceptie van de kijkers. ‘Iemand zegt iets grappigs, maar dat wordt enorm versterkt door de lach uit de zaal’, zegt Van Grieken, die al jaren betrokken is bij het RTL-debat. ‘Het is niet voor niets dat veel sitcoms een lachband gebruiken. Het bevestigt jou als kijker dat er iets grappigs gebeurt en is daarmee een megafoon van wat zich op het podium voltrekt.’

Devin van den Berg, driemalig Nederlands kampioen debatteren: ‘Mark Rutte is er heel goed in om bij een aanval de angel eruit te halen met een grap en daarna weer serieus door te gaan. Maar het effect daarvan wordt erg uitvergroot als mensen beginnen te lachen. Daarmee wordt de spanning van zo’n debat echt gebroken.’

Volgens van Grieken heeft geluid uit de zaal soms evenveel effect als de tekst van een politicus, of zelfs meer, zoals in het geval van Balkenende-Tweebeeke. ‘En dat wordt in de dagen daarna dan eindeloos herhaald, dat is een van de redenen dat die tv-debatten zo cruciaal zijn.’

Het surfplankeffect

Datzelfde Carré, maar dan zeven jaar later. Diana Matroos is nu de debatleider van dienst en ondervraagt de lijsttrekkers streng. Te streng, vinden sommigen zelfs. Klaver (GroenLinks), Asscher (PvdA) en Thieme (PvdD) zijn met kleerscheuren van de pijnbank afgekomen, als Henk Krol (toen nog 50Plus) tegenover Matroos gaat staan. In plaats van in de verdediging te schieten, zoekt Krol de aanval en onderbreekt hij Matroos. Dat Krol stelt dat hij als enige ouderenrechten op de agenda heeft gezet, kan op applaus uit de zaal rekenen. Als Matroos gedurende het applaus aan haar volgende vraag begint, pakt Krol zijn moment. Hij schudt onnozel het hoofd en plaatst zijn hand achter zijn rechteroor. ‘Ik kan u even niet verstaan, vindt u niet erg hè?’ Een applaus én een lachsalvo en een glansrol voor Krol. Maar ook de andere debaters hebben baat bij dit moment: na de confrontatie met Krol matigt Matroos haar toon.

Van den Berg: ‘Je bereidt je altijd voor als debater, maar terwijl je aan het spreken bent, geeft het publiek continue feedback op wat wel of niet werkt. Daar stem je tijdens het spreken alles op af.’ Cabaretier Sjaak Bral, die in december zijn oudejaarsconference zonder publiek moest spelen: ‘Normaal maak ik een grap, komt er een lach en kan ik daarop surfen naar de volgende grap, of een zijstapje maken. Geen publiek is dodelijk voor je timing.’

Een steriel debat dreigt, zonder publiek. Een debat zoals het Brandpunt-debat uit 1981 tussen Joop den Uyl (PvdA) en Dries van Agt (CDA), waarbij beide heren in een kale studio als ware schaakgrootmeesters achter een bureautje vol met documenten tegenover elkaar zitten en aantekeningen maken als de ander aan het woord is.

Het alternatief

Toch zal het zover dit keer niet komen, als het aan de organisatoren ligt. Zij proberen het gemis te compenseren met alternatieven. Zoals veel tv-programma’s dit seizoen doet RTL het zondagavond met een ‘zoomwall’ waarop in elk geval een aantal kiezers op de achtergrond live mee kunnen kijken.

En Van Grieken heeft nog iets anders bedacht: de een-op-een ondervragingen zijn dit jaar met een kiezer, aanwezig bij het debat. Elke lijsttrekker gaat drie minuten in gesprek met een kiezer in de problemen, gemodereerd door presentator Jetske Schrijver. Het gebeurt dit jaar vaker dat ‘gewone’ burgers een vraag of thema mogen inleiden, vaak via videoverbinding.

‘Een journalist hebben ze elke dag tegenover zich en daar kunnen ze vrij makkelijk bij wegdraaien’, zegt Van Grieken. ‘Maar een kiezer die zijn woede of problemen op tafel legt, kun je niet negeren. Als de kijker dat ziet en het een goede vraag vindt, dan is het echt alsof die burger die vraag namens jou stelt.’

Van den Berg denkt dat dit zogenoemde Townhall-format, overgewaaid uit Amerika, cruciaal gaat worden. ‘Met deze vragen zit er een moment ingebouwd waardoor de politicus karakter en menselijkheid kan laten zien.’ Hij haalt een voorbeeld aan van een debat tussen de Amerikaanse presidentskandidaten Bill Clinton en George Bush sr. uit 1992. Toen een vrouw uit het publiek een vraag stelde over hoe hard de presidentskandidaten zelf geraakt werden door de staatsschuld, begon Bush een algemeen verhaal over zijn partijprogramma. Clinton pakte het anders aan, door aan de vrouw te vragen hoe zij geraakt werd door die staatsschuld, gevolgd door een persoonlijk verhaal over zijn ervaringen als gouverneur. Clinton won het hart van de kiezer.

Van den Berg: ‘Juist omdat er geen publiek is, zijn dit de momenten waarop de lijsttrekkers hun persoonlijke verhaal kunnen vertellen. Iets persoonlijks dat verdergaat dan het partijprogramma. Dat wordt nu nog belangrijker.’

Meer over