Zonder politiek geen Europees debat

De belangstelling voor Europa is op een dieptepunt aanbeland, constateren Arjo Klamer en Jacek Magala. Dit lijkt strijdig met het gegeven dat de invloed van Europa op ons leven steeds groter wordt....

VANDAAG komen de europarlementariërs op bezoek bij hun collega's in het Nederlandse parlement. De Nederlandse parlementariërs zullen daar niet wakker van liggen en de gemiddelde Nederlandse burger laat dit evenement Siberisch. Voorpaginanieuws zal het niet zijn. Want wat is dat Europa nu? Zeker geen aanleiding voor nieuws. Een zucht in Den Haag kan op meer belangstelling rekenen dan een stevige wind in Europa.

De interesse van Nederlanders, maar ook van andere Europeanen voor Europa is op een dieptepunt aanbeland. En dat terwijl dat Europa met haar wetgeving, haar parlement, haar commissie, haar Hof, haar ene munt en haar gemeenschappelijk buitenlands beleid, steeds belangrijker wordt. Hier klopt iets helemaal niet.

Het voortgaande proces van Europese integratie doet denken aan het optreden van een filharmonisch orkest dat experimentele werken speelt waar niemand onder de critici en het publiek op reageert. Wat niet helpt, is dat het orkest sterk op zichzelf is gericht en niet de moeite neemt haar muziek toe te lichten, laat staan het publiek er warm voor te krijgen.

En zo gebeurt het dat Europa politiek maar niet tot leven wil komen. Er is geen sprake van een Europese openbaarheid. De belangrijkste indicatie is het ontbreken van doorlopend nieuws op het tv-journaal, zoals de Europeanen dat krijgen voorgeschoteld over nationale aangelegenheden. Er is nog steeds geen Brussel vandaag als tegenhanger van Den Haag Vandaag. De Amsterdamse socioloog De Swaan stelde dat 'zonder die Europese openbaarheid geen sprake kan zijn van een inhoudelijke democratisering, van een meningsvorming waarbij de burgers van Europa in groten getale betrokken raken.' Inderdaad.

Waarom is dat nu? Een eerste mogelijke verklaring is het onvermogen van de media; journalisten in Brussel zouden hun werk niet goed doen. Dit is de klacht die onder meer uit de monden van europarlementariërs gehoord kan worden. Zij zijn met allerlei gewichtige zaken bezig, maar er is geen journalist die daarover schrijft. Tachtig procent van onze milieuwetgeving wordt nu in Brussel vastgelegd, aldus de europarlementariërs. Roert de Tweede Kamer zich over het milieu dan zijn de journalisten er als de kippen bij, maar beslist Brussel over onze toekomst, dan doen ze alsof hun neus bloedt.

De zwarte piet aan journalisten geven is een beetje gemakkelijk. Journalisten kunnen zich moeilijk verdedigen en doen ze dat, dan schuiven ze met alle liefde en plezier de zwarte piet door. Naar de Europese instellingen bijvoorbeeld. Want een andere hypothese is dat het Europese apparaat het er zelf naar gemaakt heeft.

De belangrijkste besluiten worden achter gesloten deuren genomen, en de stukken die Europese ambtenaren produceren zijn zo taai en saai dat geen journalist daar een verhaal van kan maken. Daarbij komt dat de voorbereiding ambtelijk zo ingewikkeld is, en zoveel tijd kost dat wanneer de voorstellen op tafel liggen, er politiek weinig meer van te maken is.

De Europese Unie is dus te veel het Europa van een elite, de zogenaamde eurocratie. De door hen voorgekookte en genomen beslissingen komen als voldongen feiten bij de nationale parlementen terecht. Reden voor debat is er niet meer - het besluit staat toch al vast - dus wat kan de journalist anders dan het besluit rapporteren.

Het is ook mogelijk om nationale politici de zwarte piet te geven omdat zij er maar niet in slagen om Europese aangelegenheden te politiseren. Angstvallig klampen ze zich vast aan hun steeds verder afbrokkelende machtspositie, houden de europarlementariërs op armlengte afstand en zorgen ervoor dat deze club geen partij voor hen is (op een enkele uitzondering na maken de europarlementariërs geen kans op een verkiesbare plaats op de lijst van hun partij voor de Tweede Kamer).

Discussies over de verdragen van Maastricht, Amsterdam en Nice, die de toekomst van Nederland aangaan, worden in de kiem gesmoord. Van referenda over Europese aangelegenheden mag geen sprake zijn. Zonder vuurwerk, zonder serieuze meningsverschillen, zonder drama's, kunnen de journalisten weinig anders doen dan rapporteren. Een goed verhaal wordt dat nooit. Europa wordt er politiek ook niet interessanter op wanneer paarse politici een pragmatische benadering van Europa voorstaan. Zonder duidelijke koers, zonder visies, blijven ze morrelen in de marge. Wat moeten de journalisten hier nu mee? Europa is en blijft een doodse boel.

Europese instanties alsook de regeringsleiders zien vooral een informatieprobleem. Als de burgers maar beter geïnformeerd zouden worden, dan komt het vanzelf wel goed. Onzin natuurlijk. Het wordt alleen wat als Europa serieus nieuws wordt voor haar burgers. Dat gebeurt pas wanneer er sprake is van een heuse Europese publieke ruimte en publieke meningsvorming met schandalen, drama's, markante figuren, en onderwerpen die ertoe doen en die de krantenlezers en kunnen begrijpen.

Ons antwoord op dit grote Europese tekort is tweeledig. Geloof je in de toekomst van een echte Europese Politieke Unie, zoals de tweede ondergetekende, dan gaat het om zaken als grotere bevoegdheden voor het Europees Parlement; uitbreiding van de onderwerpen die aan de orde komen, zodat nog meer op het spel staat dan nu al het geval is; invoering van referenda; Europese, dus geen nationale, lijsten voor de verkiezingen van het Europees Parlement; directe verkiezing van de voorzitter van de Europese Commissie. Dan gaat het kortom, om de vorming van een echte federatie.

Of we moeten concluderen, en dit is de opvatting van de eerste ondergetekende, dat het traject dat de Europese landen nu bewandelen een doodlopende weg is. Europa zal nimmer doorlopend voorpagina nieuws zijn zoals het Haagse nieuws dat nu is. Een echte democratie wordt Europa nooit, omdat daarvoor de onderlinge maatschappelijke verbanden te zwak zijn. De massa zal achterblijven bij de Europese elite, en dat zal zich wreken. Een alternatief is: stimuleer samenwerking in Europees verband, maar stop met de verdere ontwikkeling van een Europese natiestaat.

In 1992 zei de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors: 'Als we er in de komende tien jaar niet in slagen Europa een ziel te geven, een spirituele dimensie, een ware betekenis, dan zijn onze inspanningen tevergeefs geweest.' We zijn inmiddels bijna tien jaar verder. Is dit nieuws?

Meer over