'Zonder Het Huis had ik mijn kind geslagen'

Susie van drie is zo moe, dat ze alleen nog maar kan huilen. Als ze beneden is, wil ze naar boven, als ze boven is, trekt ze haar verzorgster mee naar beneden....

JET BRUINSMA

Van onze verslaggeefster

Jet Bruinsma

AMSTERDAM

Thuis gaat Susie laat naar bed. Als ze moe genoeg is, slaapt ze misschien de hele nacht door, hoopt haar moeder. Maar het gevolg is dat Susies slaapritme volledig is verstoord. De mensen van 'Het Huis' proberen Susie te wennen aan een vast slaappatroon.

Catharina was pas 21 toen Tom werd geboren. Een levendig ventje, maar onhanteerbaar druk voor een jonge alleenstaande moeder. Het consultatiebureau vertelde Catharina over Het Huis. Tom, inmiddels drie jaar, slaapt tegenwoordig twee nachten per week in Het Huis. 'Dan heb ik tijd voor mezelf, kan ik bijtanken', zegt Catharina. 'Als Het Huis er niet was geweest, was het fout gegaan. Dan had ik hem regelmatig een pak rammel gegeven.'

De moeder van Mariska moest worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Daarom woont Mariska nu tijdelijk in Het Huis. Zo kan ze gewoon haar eigen school blijven bezoeken, want haar leventje is al genoeg ontwricht door de opname van haar moeder.

Het Huis staat in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt. Lange straten, rijen woonlagen boven boven elkaar. Voor de oorlog woonden er vooral arbeidersgezinnen in de te kleine huizen; nu zijn het overwegend buitenlanders, alleenstaande moeders en verslaafden.

Een van de oprichters van Het Huis is Rosa Mendels. Zij werkte in 1985 bij het schoolmaatschappelijk werk. In die tijd werden nogal wat kinderen uit huis geplaatst naar een pleeggezin of internaat, vaak ver weg. Doordat ouders nergens terechtkonden voor hulp en advies, waren de problemen vaak zo uit de hand gelopen, dat uithuisplaatsing onvermijdelijk werd.

Die ontwikkeling wilde Mendels doorbreken. Als er nu eens hulp beschikbaar was voordat de situatie escaleerde, konden die kinderen dan niet gewoon bij hun ouders blijven wonen? Inmiddels bestaat Het Huis, gemodelleerd naar een soortgelijke voorziening in de Jordaan, ruim tien jaar. Doordat er nauwelijks subsidie beschikbaar is, mogen de hulpverleners niet veel kosten. De meesten (23) zijn vrijwilligers. Verder werken er een handvol stagiairs en banenpoolers. Naast coördinator Mendels er nog één part-time beroepskracht.

Rosa Mendels kreeg gelijk. 'Als wij er niet waren, zouden veel kinderen naar een tehuis of een pleeggezin gaan, of ze zouden worden mishandeld', stelt ze vast. 'Zonder Het Huis zou honderd procent van de kinderen die hier worden geholpen, met een achterstand op school terecht komen,' zegt banenpooler John. 'De kinderen raken altijd wel beschadigd door wat ze thuis hebben meegemaakt, maar die schade kunnen we beperkt houden,' zegt Amber, die na haar stage agogiek in Het Huis werkt als vrijwilligster.

De activiteiten van Het Huis passen in geen enkel hokje. De moeders uit de buurt noemen het 'de crèche', maar het is ook een speelzaal waar de kinderen leren hoe ze samen moeten spelen. En een overblijflokaal. En een huiswerkklas. Een internaatje. Want sommige kinderen uit de buurt komen er een tijdje wonen, of slapen er enkele nachten per week. Een jongen van zeventien, die door zijn ouders op straat was gezet, kon er een paar nachten terecht in een noodbed.

Maar Het Huis is geen plaats waar ouders hun kinderen zo maar kunnen parkeren. Daarom moeten ze een bescheiden bedrag betalen voor opvang en onderdak. En ze moeten een contract ondertekenen waarin ze beloven eraan mee te werken dat de situatie thuis verbetert. Het Huis werkt soepel samen met scholen en buurtwerk, maar ook met de beheerder van de speeltuin voor de deur. Oplettende en zorgzame buren zijn in staat om snel te signaleren als het met een kind mis dreigt te gaan. Dan kan onmiddellijk hulp op gang komen. Soms in Het Huis, soms daarbuiten.

Wat in de Spaarndammerbuurt gebeurt, is voor Nederland betrekkelijk bijzonder. Dat komt vooral door de vertrouwde en vaste positie die Het Huis inneemt. De buurtbewoners kunnen er desnoods dag en nacht terecht, ook voor een pak luiers of een aspirientje. Doordat ze elkaar in Het Huis ontmoeten bij een kop koffie, raken veel moeders uit hun isolement. Maar de stap naar onderlinge hulpverlening door lotgenoten wordt nog niet gezet. De schaamte over de ellende thuis, de schulden, de mishandeling, is daarvoor vaak te groot, denkt Mendels.

Misschien is Het Huis nog het best te vergelijken met de Caring Communities Programs in de Amerikaanse staat Missouri. Amerikanen zijn, anders dan Nederlanders, niet bang om termen als zorgzame samenleving te gebruiken en het belang van het gezin te benadrukken. Dat bleek kortgeleden in Amsterdam, waar tijdens een internationale ruilbeurs ideeën voor jeugdzorg werden uitgewisseld. Khatib Waheed uit Saint Louis, Missouri, vertelde zonder enige gêne over de zorgzame gemeenschapppen, buurten, die hij in de achterstandswijken van Saint Louis tot stand probeert te brengen met zijn Caring Communities Programs. 'Gangs, drughandel en verslaafde ouders zijn een bedreiging voor de ontwikkeling van de kinderen. Als ouders hun kinderen niet kunnen opvoeden, zoeken we naar buren, familie of hulpverleners die het gezin kunnen ondersteunen', vertelt Waheed.

De zorgzame buurt in Missouri begint bij de school. Die roept de ouders op als er problemen zijn met hun kind. Maar achter de onderwijzer staat een groot aantal hulpverleners klaar om de problemen op alle fronten aan te pakken. Ouders die het wel op eigen kracht kunnen bolwerken, worden getraind om hun minder vaardige buren te helpen.

De schoolprestaties van de kinderen zijn sinds het begin van het programma in 1989 aantoonbaar verbeterd; ouders weten nu waar ze hulp kunnen krijgen. Een samenleving die niet goed voor haar kinderen zorgt, kweekt haar eigen vijanden, is Waheeds overtuiging. 'Als we die kinderen niet aan onze kant hebben, gaan ze naar de andere kant. In de Verenigde Staten zijn wapens heel gemakkelijk verkrijgbaar.'

De staat Missouri besteedt 24 miljoen dollar aan de opbouw van een zorgzame samenleving. Het Huis krijgt jaarlijks twee ton. 'Als wij per jaar twee kinderen uit een kindertehuis houden, hebben we onszelf terugverdiend,' zegt Mendels.

De moeders en kinderen heten in werkelijkheid anders.

Meer over