Column

Zonder echt talent rest altijd nog de kunst van de leugen

De dagelijkse dosis dwarsverbanden, tendensen en andere hedendaagse fenomenen. Nu Van Gogh weer. Sommige kunstenaars zijn na hun dood productiever dan in hun leven.

Schetsboek van Vincent van Gogh. Beeld anp
Schetsboek van Vincent van Gogh.Beeld anp

Goed, dat Verloren schetsboek uit Arles van Vincent van Gogh kunt u dus van het sinterklaaslijstje schrappen. Ze zijn volgens het Van Gogh Museum hartstikke nep. Inkt, compositie, stijl: hier was een krabbelaar aan het werk, niet de getormenteerde schilder. Zoals een expert op tv zei over het 'zelfportret' op het omslag van het boek: 'Die kop lijkt in de verste verte niet op Van Gogh'.

Het grootste raadsel rond deze nieuwe ontdekking is de heilige overtuiging ('Ik weet het duizend procent zeker') van de 'gerespecteerde' kunsthistorica Bogomila Welsh-Ovcharov. 'Ik keek naar één tekening en dat was mijn OMG-moment. Oh my God. Ongelooflijk', zei ze voor de camera na de persconferentie waarmee de handelsuitgave van het schetsboek feestelijk werd opgeluisterd. Ongelooflijk, inderdaad. Het lijkt er dan ook verdacht veel op dat de kunsthistorica enkel zag wat ze wilde zien: echte Van Goghs, met die gelukzalig gestreepte kleur van gouden bergen.

In al z'n klungeligheid illustreert het schetsboek een onmiskenbare trend, een ongemakkelijke waarheid die luidt dat nep het nieuwe echt is. We worden omgeven met nepnieuws, met valse praatjes van Boudewijn Büch, lustig liegende politici en meningen die tot feit worden verheven. Nu zaagt ook de kunsthandel aan de fundamenten van het vertrouwen.

Of dat nieuw is, weet ik niet. Het is bekend dat Salvador Dalí op leeftijd blanco vellen signeerde, waarna duistere droedelaars aan de haal gingen met zijn cirkelende pentekenstijl. Je komt die prenten nog wel tegen in vage pop-upstores vol uiterst betaalbare Anton Heijboers en Herman Broods. Zoals Neerlands Hoop ooit stelde: 'Een kópie. Nee, een kopíé.'

De laatste jaren komen zo veel onontdekte meesterwerken bovendrijven, dat sommige schilders na hun dood productiever blijken dan tijdens hun hele leven. Het ware kunstenaarschap.

De kwestie Van Gogh kwam breed in de media. Logisch: minstens zo kostelijk als echte kunst is de achterzijde, de zwendel. Wie het op zijn ware talent niet redt, rest altijd nog de kunst van de leugen. Han van Meegeren was een matig schilder, als hij niet zo behendig was in het vervalsen van Vermeer draaide er nu geen film over hem in de bioscoop.

De vraag bij Pauw was hoe mevrouw Welsh-Ovcharov haar reputatie zo goedkoop in de aanbieding kon gooien. Axel Rüger van het Van Gogh Museum bleef diplomatiek: 'Je kunt natuurlijk een andere mening zijn toegedaan.' Met zijn ontmaskering had hij naar eigen zeggen 'een opinie naar buiten gebracht'. Dan zou wel discussie volgen en zien we 'of andere wetenschappers zich achter ons scharen of niet'.

Had hij me net zo overtuigd, duikt er een onontdekt inzicht op: in de hogere kunstkijkkunde is een feit ook maar een mening. Een kwestie van kijken.

undefined

Meer over