Zonder De Pous was de SER al lang ter ziele geweest

De dit weekeinde overleden oud-voorzitter van de SER, dr J.W. de Pous, was een zoeker naar compromissen. Dat maakte de de adviezen van de SER soms wollig, vooral toen de begrippen polarisatie en no-nonsense opkwamen....

ZONDER Jan de Pous, die afgelopen weekeinde op 75-jarige leeftijd is overleden, zou er al lang geen Sociaal-Economische Raad meer zijn geweest. Van 1964 tot 1985 was hij voorzitter van de SER, toen voor sociaal-economische aangelegenheden het belangrijkste adviesorgaan van de regering. Vanuit deze positie drukte hij zijn stempel op de overleg-economie in de woeligste perioden van de afgelopen vijftig jaar en beleefde hij het begin van de opkomst van het no-nonsense beleid, dat het verval van de traditionele consensus inluidde.

Jan Willem de Pous (Aalsmeer 1920) was de zoon van een bloemenkweker. Hij behaalde het diploma mulo-A en studeerde na de oorlog als econoom af aan de Universiteit van Amsterdam en de Northwestern University in Evanston, Illinois. In de oorlog werkte hij voor het toen illegale Trouw, waarvan hij na 5 mei 1945 kort directie-secretaris was.

Als minister van Economische Zaken (1959-1963) verwierf hij de bijnaam De Prijzenbreker, omdat hij via een uiterst strak prijsbeleid de inflatie wist te beteugelen. Onder zijn bewind ging de kraan van het aardgas uit Slochteren open. De Pous pleitte vergeefs voor een gasfonds, gevoed uit de gaswinsten, voor het versterken en moderniseren van de economie. En om te voorkomen dat politici van dat geld 'leuke dingen' zouden doen in de consumptieve sfeer.

Twintig jaar later, in 1982, incasseerde de staat de honderdmiljoenste gasgulden. De Pous constateerde dat onvoldoende duurzame werkgelegenheid was gecreëerd. Het aantal werklozen bedroeg meer dan een half miljoen, de staatsschuld was in twintig jaar opgelopen van twintig tot 120 miljard gulden, 'daarmee de huidige en toekomstige belastingbetaler met een onmetelijke rentelast opzadelend'.

Vanaf 1964 bestond er voor De Pous nog maar één zaak. 'De SER mag niet worden voorbijgegaan door de landsoverheid, maar ook niet door het bedrijfsleven', zei hij bij zijn aantreden. Met grote hardnekkigheid streefde hij naar unanimiteit in de standpunten van de raad. Hij had grote vaardigheid in het aaneen breien van de steeds scherper wordende tegenstellingen tussen vakbeweging en werkgevers.

Soms ging hij hierin te ver en verdrong het streven naar unanimiteit de helderheid en kracht van de SER-adviezen. Dan verdoezelde hij letterlijk de tegenstellingen.

Gaandeweg kwam hij hierdoor in conflict met de raad. Werkgevers en vakbeweging lieten zich niet meer onder één hoedje vangen. De polarisatie van de jaren zeventig was De Pous een gruwel. De verschuiving van de macht van het centrale niveau naar bedrijfstakken en ondernemingen ondermijnde het gezag en de functie van de SER. De Pous kon zich met deze ontwikkeling slecht verzoenen.

Geveld door een beroerte moest De Pous zich in 1985 terugtrekken. De afscheidsbundel Economische orde en beleid (1985) roemt zijn onvermoeibare inzet voor het adequaat formuleren van de doelstellingen van het sociaal-economisch beleid. Dat zelfs 'Jan Compromis' tenslotte niet meer in staat was hierin eensgezindheid te bereiken, lag vooral aan de tijdgeest, zei Dik Wolfson. 'De SER is als een klok. Hij maakt de tijd niet, maar geeft aan hoe laat het is.'

Harry van Seumeren

Meer over