Zondagochtend

Ze werd om half zes wakker van de kleine. Het was zondagochtend. Ze nam het kind bij haar in bed....

Het kind was zes maanden en klaarwakker. Ze gaf hem sinds kort geen borstvoeding meer, maar haar borsten schoten toch toe. Het kind trappelde enthousiast.

Ze dwarrelde heen en weer tussen slapen en waken. Ze had hele scherpe dromen, of flitsen daarvan. Ze gingen allemaal over hetzelfde.

Niemand nam haar serieus.

Ze stond overal alleen voor.

Ze zocht met iedereen ruzie.

Af en toe was de kleine rustig, maar dan begon het brabbelen weer. Ze stond op om zijn speen te zoeken. Ze wankelde door het kleine appartement. Buiten scheen de zon uitbundig.

De speen hielp niet.

Ze zag op de wekker dat het inmiddels tien voor zes was. Nog uren voor de zondag op gang kwam. Ze werd er bang van.

Een halfuur later begon het kind te huilen. De moeder stond op. Ze liet het kind liggen in het grote bed.

Mijn mannetje, dacht ze schamper.

In de keuken maakte ze in de magnetron een bord pap klaar. Ze zocht een schone slab en zette voor zichzelf een kop thee. De deuren naar het balkon konden open. De zomer dreef de keuken binnen.

Ze haalde het huilende kind en pootte hem in de kinderstoel. Het eerste hapje pap nam ze zelf, en op het tweede blies ze tot het de juiste temperatuur had. Het kind had zijn mond al open en ze schoof de hap naarbinnen. Ze glimlachte en draaide zich om om haar thee te pakken. De kleine sloeg op dat moment met twee vuisten in het bord pap dat prompt van tafel danste.

Alles onder de pap.

Tien voor zeven.

Ze maakte een nieuw bord pap. De kleine keek glunderend toe. Ze voerde het hem snel, tot hij helemaal vol zat. Daarna tilde ze hem uit de stoel en trok ze hem zijn T-shirtje en luier uit. Met een natte tissue veegde ze pap van hem af en ze liet hem los in de kamer. Ze ruimde keuken op. Om kwart over zeven was ze klaar en zette ze de douche aan.

Iets voor achten belde ze haar moeder. Het werd een prachtige dag, riep ze uit, zou ze gezellig de hele dag komen met de kleine? Haar moeder zei geen nee, die zei nooit nee. Het was haar vader die ze soms liever niet aan de telefoon had.

Half negen had ze alles gepakt.

Fruithapjes, een warm hapje, slabben, luiers, water, een set schone kleren, de wandelwagen, het parasolletje, knuffels, spenen, een bal, zonnebrandcrème, een petje.

Ze zeulde de spullen en haar zoon de twee steile trappen af. Hij was nu al bijna te zwaar. Maar voor de verandering vergat ze haar sleutels eens niet. De auto stond om de hoek aan de waterkant. Het was een oude Toyota Starlet. Verderop zat een visser.

Ze maakte de auto open en tilde het kind in het zitje op de achterbank. Ze maakte de riemen vast. Het kind begon te huilen. Ze laadde haar spullen in de achterbak en stapte toen zelf in. Achter het stuur voelde ze weer hoe ontzettend moe ze was. Haar jurk plakte aan haar rug. Ze startte de auto en reed weg.

Meer over