Zomers eten

Waar eten we? Het Badpaviljoen in Domburg...

Mac van Dinther

Hoe is het uitzicht? Zee en lucht. Simpel, maar schitterend. Er staat een straffe zuidwester, die de wolken aan flarden blaast en schuim op de zee klopt. Een windsurfer valt de golven aan, boven hem surft een zeemeeuw soepel op de wind. Het terras van het Badpaviljoen ligt pal aan het pad dat over het duin langs het strand voert. Er lopen mannen in polo’s en korte broeken voorbij, en vrouwen in opwaaiende zomerrokjes. Een bord op het pad naar het strand schept orde: verboden voor honden, paarden, kamperen, vliegeren, motorboten en bloot lopen. Dat mag ook niet op het terras van het 110 jaar oude Badpaviljoen, waar ooit de beau monde van het fin de siècle vakantie vierde, maar dat later in verval raakte. Vorig jaar is het in oude glorie hersteld, met zijn erkertjes, spitsjes, pilaren en overstekende dakranden: een gebakje aan zee. Beneden is een restaurant, daarboven zijn de – naar verluidt – duurste appartementen van Nederland.

Wat eten we? De zuidwester blaast ons de modern chic ingerichte eetzaal in, met visgraatparket, groene banken en zilverig beklede zetels. We bestellen het menu van de dag, met een extra kopje bouillabaisse: sashimi met gamba, avocadocrème en wakamé-(zeewier)salade; roodbaars met coquille, lamsoor en bouillabaissesaus; frambozencrème met witte chocolade, yoghurtijs en bosvruchten.

Smaakt het? Vis eten is een ethisch dilemma geworden. Tonijn wordt met uitsterven bedreigd, maar de geelvintonijn waaruit onze sashimi is gesneden, is volgens onze gastvrouw duurzaam gevangen. Dat kan alleen als dat met de hand en een lijn is gebeurd. Wat moet je als gast dan doen? Het inkoopbewijs vragen? Of deze al dan niet duurzame tonijn terecht is gestorven, is een kwestie van perceptie. Hij maakt deel uit van een nogal niemendallerige salade met warme gamba’s, schuimige sojasaus en wasabimayonaise. Lekker, maar ongedenkwaardig, wat ook geldt voor het kommetje bruine vissoep vooraf.

We veren pas op als de roodbaars op tafel komt. Het is een kloeke moot met krokant oranje vel boven porseleinkleurig visvlees. De vis wordt ondersteund door gesmoorde lichtzoute lamsoor en een grote ravioli met kerrievulling. De coquille is heerlijk, maar had ook weg kunnen blijven.

Het dessert tovert geen lach op onze gezichten. Een bol glas is gevuld met een zompig ensemble van bosfruit, frambozencrème, iets soortgelijks van chocolade, yoghurtijs en geen lekkere aardbeien.

Hoe is de bediening? Nogal ongelijksoortig. Het ene moment staan ze om de vijf minuten je glas bij te vullen, het volgende moment blijven vieze borden op tafel staan. Het voelt allebei ongemakkelijk. Je doet het ook nooit goed.

Wat kost het? Driegangenmenu 39 euro, bouillabaisse 9.

Vanavond ernaartoe? Na het eten genieten we de koffie buiten, waar donkere wolken grauw afsteken tegen een pauwblauwe hemel. Er loopt een scheidslijn door Zeeland, zegt onze tafelgenoot, een parttime Zeeuw. Onder de Westerschelde laten de Belgen hun invloed gelden, daarboven de Duitsers. Dat is culinair behelpen. Thuis roodbaars opgezocht in de Goede Visgids. Ernstig bedreigd. Aan koks kun je het niet overlaten.

Meer over