Zomerdag in Patagonië

Punta Arenas is de zuidelijkste stad ter aarde met enige omvang. Vinden de Chilenen. Waarmee de Argentijnen het weer niet eens zijn....

Is dit dan het einde van de wereld? Zo ziet het er wel uit. Een stad van monumentale bankgebouwen, achterbuurten en druk verkeer (toegegeven, vergeleken bij de rest van Patagonië) eindigt in een modderig strand met hopen puin, vuilnis en dierenbotten. Aan de overkant prijkt Vuurland. We zijn in Punta Arenas, Chili.

Even nadenken. Punta Arenas, de zuidelijkste stad ter aarde van enige omvang. Zo was het. Records moet je zorgvuldig formuleren. Argentinië protesteert tegen elke Chileense poging tot grootsheid. De hemel is hier nog weer hoger, de wolken nog gekker en de zonsondergang is superroze. Fluorescerend. De kleuren vloeken bij de pastelkleurige huizen. De afwatering is niet perfect. Halve straten staan onder water. Grote plassen waarin de avondwolken weerspiegelen. Een wolk heeft regenboogkleurige schitteringen. Een stoplicht op de kruising, een pizzarestaurant, een pinautomaat. De mensen dragen nette schoenen, de hondjes op straat zijn mager.

Midden in de stad staat het museum Braun-Menendez. Het familiehuis uit de negentiende eeuw is een meisjesdroom van gouden stoeltjes, een wit-porseleinen badkamer, manshoge spiegels en kanten vitrages. Dikke brokaten gordijnen om de barbarij buiten dit Europese eilandje van koloniale luxe te houden.

Ik overweeg me een nachtje in te laten sluiten. Na twee maanden van dikke wollen dekens, formica tafeltjes, loeiende kleurentelevisies en koude pafferige mensen, is het museum een wonder van culturele verfijning. Ik moet wollen sloffen over mijn zwaar gehavende bergschoenen aantrekken om de gepolitoerde vloeren niet te beschadigend.

Terug naar de tochtige straten. Ik probeer een glimp op te vangen van het torentje van Charley Milward, verborgen achter een hoge heg. Milward was de oudoom van Bruce Chatwin. Als deze avonturier niet een stukje prehistorische reuzenluiaardhuid naar Wales had gestuurd, was Chatwin nooit op het idee gekomen naar Patagonië te gaan. Was zijn klassieke boek in Patagonië niet geschreven. Zag Patagonisch toerisme er heel anders uit. De grot van de reuzenluiaard is inmiddels een bedevaartsoord.

Patagonië heeft niet zoveel historische mijlpalen. Patagonië heeft alleen natuur in overvloed. Bergen, ijs en dieren. Een boot vaart naar Isla Magdalena. Daar wonen 140 duizend broedende Magalhaes-pinguïns. De boot doet er twee uur over. Het regent en de loodgrijze lucht gaat ongemerkt over in de loodgrijze Straat van Magalhaes.

Het eiland komt hoorbaar naderbij. Lawaai als van een vol voetbalstadion, compleet met toeters en hoorngeschal. De stank walmt ons tegemoet. Natuur hoeft niet mooi te zijn. Op het lichtglooiende eiland van gras broeden zeventigduizend paartjes zwart-witte pinguïns met roze oogkassen. Ze leggen hun ei in een hol. Sommige eieren zijn al uitgekomen: grijze bontkuikentjes. Tussen de pinguïnholen broeden grote meeuwen op groengespikkelde eieren. Een net nest van gele strootjes. Wanneer de meeuweneieren uitkomen, zijn de pinguïnkuikens aan hun eerste stapjes buiten het hol toe. Kwetsbaar voor de meeuwensnavel. Eten van buurvrouws kinderen. Een zwarte jager scharrelt al hebberig tussen de kniehoge pinguïns.

De boot naar pinguïneiland is parttime veerboot naar Vuurland. De haven van Porvenir ligt op een paar uur varen van het Chileense vasteland. Nou ja, vasteland, op een paar uur varen van de eilanden, landtongen en fjorden waaruit Chileens Patagonië bestaat. De zon schijnt en het is een heldere dag. In de boeggolven springen glanzende dolfijnen.

We lopen de kust langs. Die kan zo in Nederland liggen met dat groene grasland. Behalve dan dat de lege mosselschelpen reusachtig groot zijn en dat aan de overkant van de zee besneeuwde bergen opdoemen, de uitlopers van de Andes. Zonnend bij een vuurtoren hoor ik snuiven en proesten. Een eenzame zeeleeuw zwemt lui voorbij. Hij verdwijnt geschrokken onder water. De zon schijnt warm op windversleten wangen. Het is ongekend heet op Vuurland. Het thermometertje aan mijn rugzak telt 25 graden. Drie vriendelijke honden lopen mee. Ze hollen enthousiast achter mijn reisgenoot aan wanneer die foto's van de grote leegte maakt. Gaan kwispelend en hijgend voor de lens staan. Ze denken dat ze elk moment een geschoten gans voor hem op kunnen halen.

De paardenbloemen zijn uitgebloeide pluizenbollen. Een wijde V van ganzen vliegt over. Een stuk of wat dolfijnen slaan traag boogjes over het water. Hier voer Fernão de Magalhães en eeuwen later Charles Darwin op de Beagle. Waar zijn de Indianen met hun vuurtjes gebleven waarnaar Vuurland is vernoemd?

We drinken een kopje thee in een koffiehuis. Twee dikke vrouwen met complete ringbaarden en steunkousen achter het fornuis. We lopen onder de belachelijk hete zon richting Porvenir. Een piepklein autootje stopt. We persen ons met de rugzakken op de achterbank, aan weerzijdes van een maxi-cosi met baby.

De jonge ouders rijden een beetje rond op deze eerste mooie dag van het jaar. Of het leuk wonen is in Porvenir? `Ja hoor, het is heel veilig. Geen roof, geen moorden. Echt, er gebeurt nooit iets.' Juist ja. `En lekker rustig hè. Alleen lastig dat er weinig werk is.' We rijden dichtgetimmerd Porvenir binnen. Een dorp waar een kolonie Kroatische pioniers woont. Het ziet er gek uit met gebeeldhouwde parkjes en lelijke monumenten.

Het museum is leuk. Opgezette dieren, schelpen die ik die dag nog aan het strand gevonden heb, het fototoestel door de eeuwen heen en een collectie politieuniformen. Oude foto's van de uitgestorven Selknam- indianen of Ona. Vervreemdende afbeeldingen van mannen met witte strepen verf op hun lijf. Vrouwen in lange bontmantels, een mollige schouder bloot. Een Ona-mummie ligt bloot en eenzaam in een glazen vitrine.

Het doodstille dorp telt wat souvenirwinkeltjes met huisvlijt. Een mossel op een plank gelijmd. Zo onhandig gemaakt dat het ontroert. Het restaurant adverteert met friet en zalm. We zijn net te vroeg voor het diner. Alleen een broodje is mogelijk. Dat we de enige klanten zijn die avond, maakt niet uit. Negen uur is negen uur.

Een avondwandeling over de pampa. Een agressief guanaco-mannetje (wilde lamasoort) brult op zijn heuveltop. Al heeft hij geen harem om te beschermen. Een paard hinkt van ons weg met een gebroken been, los hangend in zijn huid. Een regenboog overspant het lelijke dorp, het arme paard en de eenzame guanaco.

De baai van Porvenir ligt droog, op een dikke slijklaag na. Het is laag water. De volgende ochtend zullen we de veerboot naar het vasteland missen. Nog een dag vast op Vuurland. Maar voor nu nemen we afscheid van Vuurland, van Patagonië. De zon schijnt vals geel licht door inktzwarte wolken op de uitgestrekte pampasteppe en een verlaten rancho.

Het begint te stortregenen. De eerste mooie dag van het jaar is weer voorbij. Patagonië, dit door regen en wind geschuurde land, laat genieten maar mondjesmaat toe. Hier een dag, daar een glimp en een zeldzaam moment. Het eind van de wereld glijdt af in kou en eenzaamheid. Enkel de ondergaande zon geeft elke avond vuurwerk. Dapper.

Meer over