Zolang het maar niet aan de wortels raakt

Nooit heeft Tine van Buul, als ze iets uitgaf, gedacht: zou een kind dit leuk vinden? 'Het gaat om de manier van kijken, de nieuwsgierigheid, de verbazing.' Vijftig jaar geleden trad zij in dienst bij Querido, de uitgeverij die zij later met haar echtgenoot Reinold Kuipers zou gaan leiden....

Altijd is er wat, nooit is er rust. Op 1 mei ploft een rode roos op de deurmat. 'Dat zijn nou van die geheimzinnige dingen. Ik zeg tegen Reinold: wat zou het wezen? Bleek het een geste van de Partij van de Arbeid te zijn. Voor alle leden van boven de zeventig.'

Tine van Buul (77) giechelt. Het verhaal gaat nog verder: die roos is net binnen, gaat de bel, een hele bòs rozen, vijftig stuks. Op het kaartje: 'Voor elk jaar één'; afzender: uitgever Ary Langbroek. 'Hij had er aan gedacht - ik was het al lang vergeten - dat ik op 1 mei 1946 in dienst ben getreden bij Querido. Een soort jubileum dus.'

Ze is een beetje verlegen, om erkenning gaat het haar niet. 'Soms is een mens onbevangen, soms is een mens verbaasd, lang niet alles heb je in de hand. De keren dat je op je nummer wordt gezet zijn vreselijke momenten - maar je leert er wèl van.'

Als je zo oud bent als zij worden de korrels zout groter en groter. 'Toch hoop ik de verwondering nooit kwijt te raken. Ik ben een beetje als Annie Schmidt: misschien ben ik altijd acht gebleven.'

Van Buul vormde, samen met haar echtgenoot Reinold Kuipers, tot 1979 de directie van uitgeverij Querido. Toen De Arbeiderspers niet in staat bleek het nieuwe boek van Annie M.G. Schmidt uit te geven, het was de tijd van de val van de Rode Burcht, kwam de schrijfster bij Querido terecht. In 1971 werd Pluk van de Petteflet gepubliceerd. 'We dachten: als je zó'n auteur binnenhaalt, heb je een prachtige poot om op te staan.'

Miep Diekmann volgde, en Guus Kuijer, en later onder anderen Joke van Leeuwen, Els Pelgrom, Toon Tellegen. De uitgave van Pluk bleek het begin te zijn van wat zou uitgroeien tot het meest bijzondere, en meest bekroonde, kinderboekenfonds van Nederland. Vanmiddag wordt, in Amsterdam, het 25-jarig bestaan gevierd. 'Tine van Buuls droom is waargemaakt', meldt de uitgever ronkend (in ronkende teksten is Querido vaker goed geweest), 'Tine van Buul kan glunderend bekijken wat ze teweeg heeft gebracht'. 'Teweeg. . . teweeg. . ., een droom waargemaakt. . ., is dat niet een beetje overdreven? Laat ik het zo zeggen: misschien heb ik me er iets meer in verdiept dan een ander.'

Maar zij was toch initiatiefneemster van De hele Bibelebontse Berg, het eerste grote handboek over Nederlandstalige kinderliteratuur? En mede-samenstelster van de met een Gouden Griffel bekroonde poëziebloemlezing Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is? En is het niet zo dat Van Buul, op de achtergrond, nog steeds voor Querido leest en adviezen uitbrengt? 'Ach, ik breng een soort schifting aan. Ik zeg: dit is niks. Of: dit misschien wel, lees zelf maar.'

Ze doet dan wel bescheiden en relativerend, maar een directrice - óók een oud-directrice - moet gedecideerd zijn, die moet beslissingen durven nemen. 'Als je over iets aarzelt, moet je het niet doen. ''Zal wel goed verkopen'' is voor ons nooit een zaligmakend argument geweest. Alléén als je in een boek gelooft, zul je in staat zijn om die passie over te brengen op je naaste medewerkers, de verkoper, de boekhandelaar - en ten slotte, hopelijk, de lezer.'

Doorslaggevend is de eigen stem. Die vindt ze bij Toon Tellegen. 'Zijn dierenwereld is zo troostrijk, nooit zijn die beesten lelijk tegen elkaar - in zekere zin schept hij een idylle.' Die vindt ze ook bij Guus Middag, de auteur die in september een Gouden Griffel ontvangt voor Ik maak nooit iets mee, een bundel eerder in NRC Handelsblad gepubliceerde beschouwingen. 'Zal wel geen typisch kinderboek zijn, doet er niet toe, zijn verhaaltjes zijn schitterend. Nooit heb ik, als ik iets uitgaf, gedacht: zou een kind dit leuk vinden? Het gaat om de manier van kijken, de nieuwsgierigheid, de verbazing.' Ze steekt een sigaret op. 'Wat je uitgeeft heeft vast met jezelf te maken.'

Als kind al was ze bezeten van boeken. 'Maar als uitgever heb ik kinderen nooit iets in de maag willen splitsen. Schei uit, ze moeten zelf kiezen.' Het enige dat ze hoopt: 'Dat het lezen van kinderboeken een paar kinderen naar de literatuur voor volwassenen brengt. Je ontneemt jezelf iets als je niet in de mogelijkheid wordt gesteld te ervaren hoe aangenaam een boek kan zijn.' Vrolijk voorbehoud: 'Denk niet dat een mens pas gelukkig kan worden als hij leest. Dat is waanzin.'

Ooit hield ze een lezing voor vrouwen met een academische opleiding - van die vrouwen die soms maar een jaar gestudeerd hebben en toch enorme kapsones hebben. 'Ik was nog niet begonnen of een vinnige dame stond op. Ze vroeg: ''Heeft u Nederlands gestudeerd? Nee? Hoe kunt u dan beoordelen wat literatuur is?'' Ik stond met mijn mond vol tanden, ik zei: ''We krijgen veel respons op onze boeken, misschien begrijp ik toch wel een beetje wat uitgeven inhoudt.''' Van Buul had haar lesje geleerd. 'Voor alle volgende keren had ik mijn antwoord klaar: iederéén kan uitgeven - je laat een tekst drukken en vervolgens breng je die in de handel.'

Een waarheid als een koe, maar het wèrkelijke verhaal is anders. Van Buul vertelt over de intensieve relaties met auteurs, hun worstelingen en sores die ze, ook nu nog, uit respect liever geheim houdt. Ze spreekt over de boekhandel die ze ooit in Rotterdam begon, en over de zo welverdiende Libris-prijs voor haar vriend Alfred Kossmann. Ze roemt de jaren met Annie Schmidt, die ze samen met haar echtgenoot Schmidts eigen werk voorlas. 'Annie was een trouwe vriendin, heel trouw. En daarbij gek en interessant.'

Reinold Kuipers leerde ze in 1953 kennen. Tien jaar later stapte hij - mede op haar verzoek - van De Arbeiderspers over naar Querido. 'Mensen zeiden: dat gaat vast niet goed, een relatie en ook nog eens samenwerken. Ik trok me daar niets van aan, een klein risico moet je durven nemen. Bekvechten is niet erg - zolang het maar niet aan de wortels raakt.'

Ze zijn nog altijd innig samen. Ze kopen Engelse zondagsbladen, ze eten een broodje haring en ontmoeten oude vrienden, ze delen hun voorliefde voor muziek, cabaret en musea. Hij heeft nog altijd zijn privé-drukkerijtje waar hij mooie prenten en boekjes drukt. 'Het is heel goed om tot op hoge leeftijd druk bezig te zijn. Dan zie ik toch weer Annie voor me: ze was zo moe, en toch, tot haar dood, zo geïnteresseerd en levendig.'

Van Buul hoopt dat ze lichamelijk èn geestelijk gezond blijft - anders hoeft het voor haar niet meer. 'Ik wil verrast blijven worden. Als ik zie hoe beroerd een hoop mensen het hebben. . .' Ze maakt haar zin niet af, zij heeft makkelijk praten. Van Buul maakt een uitgesproken jeugdige indruk, hooguit is ze af en toe een beetje stram. Haar echtgenoot, die bijna 82 is, voelde zich een tijdje niet zo goed. 'Maar wanneer je zo oud bent als wij heb je in elk geval het léven kunnen leven. Die kans krijg je niet als je jong sterft. Heel verdrietig. Dat moet niet.'

Haar broer stierf, een jaar nadat hij door de Duitsers was opgepakt, toen hij 21 was. 'Dat achtervolgt me nog steeds, het heeft me zeer fel gemaakt. Nooit ben ik in Duitsland met vakantie geweest - hooguit kwam ik er tijdens de Frankfurter Buchmesse.' Misschien wordt ze soms gevoed door vooroordelen. 'Ik ben allergisch voor alles wat ik van uiterst rechts hoor, doodsbang ben ik voor extreme standpunten. Bolkestein lijkt zo joviaal, maar ik ben op mijn hoede. Ik las dat hij premier wil worden - doodeng, het is een gevaarlijke man, ik vertrouw hem voor geen cent.' Aarzeling. 'Waarom zou ik hem noemen? Dit is al te veel eer.'

Ze glimlacht. 'Reinold corrigeert me als ik zo opgewonden ben, hij is een veel rustiger mens. Ik schijn eens gezegd te hebben: Reinold heeft mij de diepte, ik hem de vaart gegeven.'

Zij en hij hebben het volgehouden, het heeft wel wat, dat samen oud worden. 'We zijn zo met elkaar verweven dat we van elkaar weten wat we denken en wat we gaan zeggen. Dat is niet saai - het is juist onderhoudend. Op zo'n relatie kun je onvoorwaardelijk terugvallen, die is heel stevig.'

Maar hoe wapent een mens zich tegen het besef dat die niet het eeuwige leven heeft? 'Ik vind het eerlijk gezegd een gruwelijke gedachte dat een van ons zou overblijven. We moesten toch maar samen gaan.' Leve Elsschot. 'Hij stierf eerst, zijn vrouw een dag later. Dat lijkt me mooi.'

Genoeg gefilosofeerd, Van Buul houdt de blik liever op het heden gericht. 'Ik zou nooit in herinneringen willen leven. Nieuwe toevoer is noodzakelijk. Daar moet je voor zorgen.'

Toch schermt ze zich soms af. Op moderne apparaten heeft ze het niet begrepen. Ze heeft geen video of magnetron, en zelfs geen wasmachine. 'Zo kan het ook wel, denk ik altijd - ik ga naar de wasserette.' Aan telefoneren heeft ze een hekel. 'Er is zelfs een vriendin die altijd zegt: wees maar niet bang, ik zal het kort houden.'

Reinold Kuipers heeft dat niet, die houdt van de telefoon, die zou een fax willen, die kan niet wachten tot de postbode is geweest. Hij is de man van de brieven, dus hij krijgt meer post dan zij. Tine van Buul lacht. Geef haar de mensen maar in levenden lijve.

Meer over