Zola is eeuw na dato nog altijd hét archetype van geëngageerde intellectueel; J'Accuse davert weer door Frankrijk

De president van de republiek had donderdag al een brief aan de familie Dreyfus gestuurd waarin hij eer bewees aan de gesmade kapitein....

Van onze correspondent

Martin Sommer

PARIJS

De kranten komen met speciale bijlagen, de televisie davert, debatten worden gehouden over 'de verantwoordelijkheid van schrijvers in deze tijd'. En aan een zijmuur van de Assemblée Nationale prijkt een meterslange facsimile, waarop het J'Accuse. . .! de passant van verre in het oog springt.

Het kan kortom weinig Fransen zijn ontgaan. Vandaag honderd jaar geleden publiceerde Emile Zola zijn beroemde artikel in de krant l'Aurore. Anno 1998 houdt officieel Frankrijk van zijn joden en van zijn geëngageerde intellectuelen, waarvoor Dreyfus en Zola model staan. Dat was een eeuw terug, op het hoogtepunt van de Dreyfus-affaire, bepaald anders.

De joodse legerkapitein Alfred Dreyfus werd in 1894 wegens landverraad aan Duitsland tot levenslange deportatie veroordeeld. Al vrij snel na het vonnis bleek Dreyfus het onschuldige slachtoffer van binnen het leger virulent antisemitisme - maar het vonnis van de krijgsraad kon niet ongedaan worden gemaakt zonder gezichtsverlies voor de generale staf. 'Vive l'armée, weg met de vuile joden', luidde de strijdkreet in legerkringen.

Frankrijk verkeerde rond de eeuwwisseling in de greep van hysterie die het land in tweeën spleet, toen de schrijver Emile Zola in het krijt trad voor Dreyfus. Een eeuw later is Zola nog altijd hét archetype van de geëngageerde intellectueel. Nog vorige week keerde de Franse filosoof bij uitstek - Bernard-Henri Lévy terug van een reportage-reis uit Algerije. De neerslag verscheen vier pagina's breed in Le Monde .

Lévy staat bepaald niet alleen. De handtekeningen van de schrijvers en filosofen en filmers - vooral die laatsten roeren zich tegenwoordig - zijn nog maar net droog onder de petitie voor een zéér ruimhartige toelating van asielzoekers en het criteriumloos legaliseren van illegalen. In 1995 steunden vooraanstaande denkers als Pierre Bourdieu het protest tegen de bezuinigingen van toen nog het kabinet-Juppé - waartegen even beroemde denkers als Alain Touraine zich weer per petitie teweer stelden.

Er kan geen maand voorbijgaan zonder dat de Franse 'intellos' van zich laten horen, in krant, tijdschrift of op de televisie. Maar nog altijd niemand heeft het record gebroken van Jean-Paul Sartre, die er in de regeringsjaren van president De Gaulle (1958-1969) in slaagde 488 manifesten en petities te tekenen. Simone de Beauvoir staat op de derde plaats met 72 stuks.

Sartre mag het voor driekwart mis hebben gehad, dat doet aan zijn authentieke engagement niets af, schrijft Libération in zijn hoofdartikel van gisteren, gewijd aan J'Accuse. Voor veel Franse intellectuelen is het deelnemen aan een gepassioneerd maatschappelijk debat nog altijd belangrijker dan de vraag naar de redelijkheid van het ingenomen standpunt. Libération: 'Honderd jaar manifesten getuigen ervan: meestentijds was de zaak - klein of groot - gerechtvaardigd en de strijd honorabel.'

Voor Emile Zola werd gisteren in het achttiende arrondissement in Parijs een plaquette onthuld. Zonder twijfel de zoveelste tastbare herinnering aan de schrijver. Alfred Dreyfus heeft daarentegen geen beeld of gedenkplaat in de hoofdstad. Geen denken aan dat de École Militaire, waar hem zijn epauletten werden afgerukt na de veroordeling door de krijgsraad, een plaquette zou laten bevestigen, schrijft de historicus Pierre Birnbaum in een artikel getiteld 'de joden in het hart van de Franse geschiedenis'.

Officieel is Frankrijk honderd jaar later trots op zijn joden. Maar helemaal gladjes verloopt de romance niet. De emancipatie en assimilatie van de Franse joden voltrok zich eerder dan overal elders, en Léon Blum, Pierre Mendès-France en Laurent Fabius konden het er tot premier brengen. Maar dezelfde Blum en Mendès-France werden recentelijk in hun bronzen vorm weggestopt in een hoekje van de Jardin du Luxembourg en de Tuilerieën.

Zolang het proces-Papon duurt - dat kan wel maart of april worden - is het thema antisemitisme niet uit de kranten verdwenen, en volgen de pijnlijke getuigenissen over ijverige Vichy-antisemieten elkaar op. Onder wie de toen bewierookte en nu verguisde maarschalk Pétain. 'Frankrijk kent vijftig jaar na de oorlog niet meer jodenhaat dan andere West-Europese landen', zei onlangs maître Arno Klarsfeld, zoon van de nazi-jagers Serge en Beate Klarsfeld en zelf pleiter in het proces-Papon.

Zonder twijfel waar. Niettemin is Frankrijk nog steeds het enige grote West-Europese land waar een partij als het Front National constant 15 procent aanhang scoort. Partijleider Jean-Marie Le Pen, een uitgesproken antisemiet, werd vorige week nog in Duitsland aangeklaagd omdat hij bij een bezoek aan München in december de gaskamers wederom 'een detail in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog' noemde. Het is niet denkbeeldig dat Le Pen bij de regionale verkiezingen van maart het bestuur van de rijke regio Province-Alpes-Cote d'Azur overneemt.

Meer over