Zoeken naar de vreemdeling in ons midden

Er is gerept van grote dankbaarheid, bewondering en zelfs liefde voor 'my dear, dear friend Okwui'. Er is al gezegd dat 'de Documenta een reuzentanker is, met Enwezor aan het roer'....

En dan, na een klein uur, wordt het even, heel even, bladstil in de overvolle Stadthalle in Kassel. Meer dan vijftienhonderd, voor het merendeel blanke kunstjournalisten uit Europa en de Verenigde Staten, houden een fractie van een seconde hun adem in als Okwui Enwezor (1963), de artistiek leider van de elfde Documenta, begint te spreken. Vertegenwoordigers van de stad Kassel en de deelstaat Hessen zijn hem voorgegaan en alle zes de co-curatoren van de Documenta hebben hun zegje kunnen doen. Charismatisch, begrijpen we, moet de man zijn. En charismatisch is hij.

Nog geen drie kwartier geleden liep hij in een flodder-blousje in het Fridericianum rond, van oudsher de centrale tentoonstellingsplek van de Documenta. Daar inspecteerde hij, op het oog heel relaxed, de laatste werkzaamheden aan een video-installatie van James Coleman. Nu zit hij fris gekapt en gesteven, in pak met stropdas gestoken, aan een lange tafel temidden van zijn team.

De probleemstelling van deze elfde Documenta - 'met dank aan de sprekers van daarnet' - is: 'hoe te leven met de historische breuken en trauma's die het imperialisme ons heeft gebracht.' Schrijvers als Dereck Walcott en V.S. Naipaul hebben zich over die vraag gebogen, maar ook beeldend kunstenaars, videomakers, fotografen, cineasten.

Hoe verhouden we ons tot vroegere koloniën? 'Niet', zegt Enwezor stellig, 'alsof ze een elsewhere van het Westen zijn'. De vreemdeling in ons midden, het onbekende temidden van het bekende - dat is de thematiek waaromheen alle uitgenodigde kunstenaars op deze Documenta cirkelen.

Het is verleidelijk om sceptisch te doen over een tentoonstellingsmaker die de handen zo makkelijk op elkaar krijgt, om de ideeën van Enwezor af te doen als 'louter theorie' of 'Unesco-retoriek'. Maar een eerste rondgang door een paar grote tentoonstellingsplekken leert dat de verzamelde kunst niets te kort komt in Kassel.

In het Kulturbahnhof hebben fotografen als David Goldblatt, Bernd en Hilla Becher, en kunstenaars als Bodys Isek Kingelez en Kendell Geers flink de ruimte gekregen voor hun documentaire, utopische en analytische werk. In het Fridericianum worden weliswaar nog druk de laatste puntjes op de i gezet en heeft de Amerikaanse kunstenaar Raymond Pettibon er nog een flinke kluif aan om 'zijn' met graffiti-teksten, tekeningen en verf gevulde torenkamer van vuil te ontdoen voordat de internationale pers hier zometeen zal binnenstromen, maar de indruk ook hier is er een van kalmte en rust.

Fraai is de afwisseling die Enwezor c.s. tot stand hebben gebracht tussen aan de ene kant representanten van ingetogen, haast in zichzelf gekeerde conceptuele kunst (met diehards als Hanne Darboven, On Kawara en Stanley Brouwn).

En aan de andere kant kunstenaars die openlijk het engagement aangaan - of dat nu is door existentiële angsten te verbeelden of maatschappelijke problemen aan te snijden (Leon Golub bijvoorbeeld in een prachtige serie nieuwe schilderijen, Eyal Sivan in een filmportret van de massagraven in Rwanda).

Deze Documenta is volgens Enwezor 'een diepe historische zoektocht naar wat nu speelt'. En in die zin handelt Enwezor in de geest van Arnold Bode, die in 1955 de eerste Documenta voor hedendaagse kunst oprichtte, tien jaar na de ondergang van het Derde Rijk. Zoekt, en gij zult vinden - misschien.

Meer over