Zodra de honden de leeuwenmest ruiken blijven ze verstijfd van schrik staan

Het is donker. Aardedonker. Na vijf uur `s middags durf ik nauwelijks nog over straat. Ik voel me in mijn eigen buurt niet veilig zolang ik niet kan zien waar ik mijn voeten zet....

Arie de tuinman zegt dat leeuwenmest helpt. Je doet een schep leeuwenmest in een emmer, giet er water bij, laat het mengsel een tijd lang staan en giet het dan uit langs de wegen. Zodra de honden het dorp binnenkomen en de leeuwenmest ruiken, blijven ze verstijfd van schrik staan en gaan er dan met de staart tussen de benen vandoor, de verbijsterde hondeneigenaren aan hun riem achter zich aan slepend. Volgens Arie is dit procédé in de omringende dorpen al een paar maal met goed gevolg toegepast.

Het is donker buiten. Aardedonker. Daarom steken de mensen lichten aan, spreken regels met elkaar af, nemen schepjes en zakjes mee naar buiten als ze de hond uitlaten, zorgen dat ze elkaar niet in de weg lopen en sturen tips rond voor wellevendheid tijdens het kerstdiner. Mijn internetprovider laat op de website weten dat het broodmandje links naast je bord moet staan.

Buiten mag het donker zijn, thuis voor de televisie word ik betoverd door de wellevendheid van de mensen. Ik zie een prachtig portret van de zangeres Hilde Zadek. Geboren in 1917 en al op zeventienjarige leeftijd naar Palestina vertrokken. Ze werd er kraamverpleegster, begon een winkel in kinderschoenen en studeerde in de avonduren zang aan het conservatorium van Jeruzalem. Na de oorlog keerde ze terug naar huis om te zingen.

Hilde Zadek wist wel dat ze in de grote concertzalen van Duitsland misschien zong voor de moordenaars van haar familie, maar zegt daarover blijmoedig: `Er is nog nooit een probleem met haat opgelost.` En dus struint ze, inmiddels ver in de tachtig, opgewekt door het Midden-Oosten om er in gesprek te komen met alle partijen. Met open mond van verbazing zit ik voor de televisie. Kijkend naar Hilde Zadek zou je kunnen denken dat alles licht is in de wereld.

In De Groene Amsterdammer van vorige week een heel ander verhaal. Een Deense interviewer is in een lastig gesprek verwikkeld met Philip Roth. En hoewel de schrijver ook wel eens schijnt te lachen - `wanneer ik stiekem in een hoekje zit en niemand me ziet` - oogt hij het tegendeel van blijmoedig. Hij gaat in het gesprek flink tekeer. Tegen religie, tegen clichés, tegen sociale generalisaties en literair gebeuzel. Als je Roth leest, lijkt er geen veilig heenkomen te zijn in de wereld.

Vooral de literaire generalisatie moet het ontgelden. Met generalisatie laat je volgens Roth al die duizenden stukjes verloren gaan waarmee de lezer `voor zichzelf een bepaald patroon opbouwt`. Met zo`n patroon moet de lezer de bladzijden adem inblazen en dus moet hij ongestoord zijn gang kunnen gaan. `De lezers zouden alleen moeten zijn met de boeken, en als iemand er iets van zou durven zeggen zou hij worden doodgeschoten of ter plekke in de gevangenis gesmeten. Doodgeschoten, ja. Een honderdjarig moratorium op onuitstaanbaar literatuurgezwets.`

Twee verschillende vormen van wellevendheid. De wellevendheid van Roth en de wellevendheid van Zadek. Ze lijken zo op het oog weinig gemeen te hebben, toch komen ze voort uit dezelfde afkeer van politieke abstracties en maatschappelijke clichés. In feite deelt Roth met Zadek een naïeve opvatting van het leven: je krijgt pas wezenlijk begrip voor de dingen als je ze afzonderlijk benadert en van dichtbij bekijkt. Dat Zadek daarbij licht uitstraalt en Roth de literaire critici in gedachten doodschiet is vervolgens een kwestie van temperament. En van smaak, een beetje.

Het was dat ik in de ban raakte van Zadek en Roth, betoverd door Zadek en meegesleept door Roth, want anders had ik hier meer tips gegeven over wellevendheid. Het afgelopen jaar spraken veel mensen me enthousiast aan over Beatrijs Ritsema, die tips over wellevendheid geeft in Trouw en HP/De Tijd. En aangezien dat enthousiasme zo wijd verbreid schijnt te zijn, had ik die tips willen doorgeven voor de gelegenheid.

De benadering van Ritsema is grotendeels gebaseerd op statistieken en generalisaties: omdat samenleven vaak niet werkt, kun je er maar beter niet aan beginnen. `In een nieuw gezin worden stiefouders met wantrouwen en weerzin bekeken`, lees ik bijvoorbeeld. De nieuwe partners moeten dus niet gaan samenwonen. `Beter een gebroken gezin dan een geassembleerd gezin.`

Trouwen, aan de andere kant, is verplicht. Je raakt weliswaar je vrijheid kwijt, maar `als pleister op deze wonde biedt het huwelijk een levenslange garantie van trouw en support; dat is immers plechtig uitgesproken tijdens de huwelijkssluiting. Maar in een samenwoonsituatie is dat helemaal niet het geval. Die man of vrouw kan zo weer weg zijn. Het ene moment beheerst hij je leven, het volgende knijpt hij er tussenuit, met medeneming van je lievelings-cd`s, iets waartegen je niet eens legale actie kunt ondernemen.`

Namens vele Nederlanders verwijs ik u graag naar deze zekere wereld waar de huizen op slot zitten en je cd`s zijn beschermd tegen je geliefden. Maar nu de dagen weer gaan lengen, en het feest van het licht aanbreekt, ga ik persoonlijk proberen de ster te volgen van Zadek en Roth. Op kerstavond zal ik een late wandeling gaan maken door het dorp. In de straten ruikt het onmiskenbaar naar leeuw, in de verte hoor je een zacht grommen, maar de deuren van de huizen staan open en uit alle ramen stroomt licht.

Meer over