Zo zwaar, zo mooi

De hele dag gedoe en gefriemel, dat is volgens Michael Boogerd de klassieker Luik-Bastenaken-Luik. Juist daarom spreekt de wedstrijd hem zo aan....

REIKHALZEND kijkt Michael Boogerd op deze vrijdagmiddag vanuit zijn woonkamer in het Belgische Essen al uit naar 22 april, de dag van Luik-Bastenaken-Luik. Geen mooiere dag dan de dag van Luik-Bastenaken-Luik. Michael Boogerd heeft ook alle reden om hoopvol vooruit te blikken. Het gaat hem namelijk goed.

Het afgelopen seizoen hadden te hoge verwachtingen en daaropvolgende teleurstellingen van hem een achterdochtig en snel aangebrand mens gemaakt. 'Alles gebeurde op de limiet, op de toppen van mijn tenen', zei hij onlangs in Sportweek.

Boogerd voelde zich te kort gedaan door de insiders en de media. Tot overmaat van ramp kwam hij in de voorlaatste Tourrit lelijk ten val en belandde in een provinciaal ziekenhuis. 'Lag ik daar, nadenkend over alle gebeurtenissen', zei hij begin vorige maand in het Algemeen Dagblad. 'Ik raakte verstrikt in mijn eigen gevoelens.'

Afgelopen winter heeft hij de knoop ontward en de succesvolle lente deed de rest. Verdwenen is het opgejaagde gevoel en de drang het onmogelijke te forceren. Gebleven zijn de ijver, de eerzucht èn de twijfel. Het gaat namelijk zo goed dat hij er bang van wordt. Kan het misschien ook te goed gaan?

Toevallig heeft hij het er eerder die week nog over gehad met Geert Leinders, ploegarts en trainer bij Rabo. Leinders heeft geprobeerd hem de twijfels uit het hoofd te praten. Dat hij niet bang moet zijn de vorm zomaar kwijt te raken, dat hij er gewoon van moet genieten. 'Ja lekker', had Boogerd geantwoord. 'Straks sta ik stil.'

Maar nu, twee weken later, blijkt hij allesbehalve stil te staan. De Ronde van het Baskenland, de traditionele voorbereiding op zijn klassiekers, is naar wens verlopen en in de Waalse Pijl klimt Boogerd met de besten mee.

Luik-Bastenaken-Luik kan beginnen. Toch?

'Als ik in Luik een goede wedstrijd rijd, zal er een last van mijn schouders afvallen. Ik zal blij zijn als ik kan zeggen: zie je, ik heb toch gelijk gehad door alles op Luik te zetten.'

Tegelijkertijd waarschuwt hij zelf meteen voor te hoge verwachtingen. 'Het is echt niet zo dat als je voor Luik kiest dat je hem ook gaat winnen. Maar de kans is wel groter en ik weet gewoon dat Luik me ligt.'

Michael Boogerd houdt van zware koersen en Luik-Bastenaken-Luik is de zwaarste, èn de eerlijkste, èn de slopendste. 'Je zit je de hele dag op te vreten, maar eigenlijk begint het pas op de Redoute. De eerste 150 kilometer voel je je net een jongen die op een schoolreisje wacht. Eigenlijk is Luik iets waar je vreselijk veel zin in hebt, maar wat nog niet kan.'

Langzaam wordt de spanning opgebouwd. 'Je denkt eerst: waren we maar op de Wanne. Heb je die gehad, denk je: waren we maar op de Redoute. Ga zo maar door, de hele dag gedoe en gefriemel. Heel apart.'

De Côte de la Redoute, een maf paadje dat door de weilanden van Remouchamps loopt, is het ijkpunt in Luik-Bastenaken-Luik. 'Je voelt het al als je door dat tunneltje komt. Daarna heb je die bocht naar links en dan gaat het recht omhoog. Voor de meesten is het daar al meteen gebeurd. Krijg je weer een vlak stukje, maar daarna moet je echt doorpikken. Dat komt ontiegelijk hard aan. Zo zwaar, zo steil, zo mooi.

'Daarna zie je voor het eerst wat iedereen echt waard is. Sommigen die voor de Redoute goed leken, blijken helemaal niet zo goed. Anderen doen op de Redoute alsof ze heel goed zijn, maar zakken er daarna finaal doorheen.'

Het is een klim die de macho in de coureur wakker maakt. Twee jaar geleden dreven Michele Bartoli en Frank Vandenbroucke elkaar op de Redoute tot grote hoogten. Een waar pokerspel dat Vandenbroucke glansrijk won.

Van Bartoli werd na de Redoute niet zoveel meer vernomen en dat deed Boogerd deugd. 'Een groot renner, hoor. Zoals hij in 1997 Jalabert en Zülle eraf reed in de finale was formidabel. Geweldig als je dat kan, maar Bartoli moet het altijd zo laten blijken. Altijd nog even omkijken als-ie er iemand af rijdt. Heeft hij mij ook al twee keer geflikt. Het zou mooi zijn als ik hem dat zondag betaald kan zetten.'

Het is leuk om met Michael Boogerd over Luik-Bastenaken-Luik te praten. Spontaan komen feiten en herinneringen bovendrijven. De ene keer spreekt de coureur en de andere keer de liefhebber, want dat is hij al van jongsaf.

'Vlaanderen trok me ook wel, maar toen ik zelf serieus begon met wielrennen bij de junioren kwam ik erachter dat ik voor dat terrein geschapen ben. Mijn mooiste wedstrijden won ik in Limburg en de Ardennen. Dan ga je er naar toe leven. Je krijgt een droom en dan komt Luik om de hoek kijken.

'Wat ik mooi vind aan Luik is de finale die ze tegenwoordig hebben met op het laatst nog de Saint-Nicolas. Het gaat recht omhoog en dan zie je in de verte die boog van de laatste kilometer staan. Dat is afzien, hoor, dat laatste stuk, maar wel hartstikke mooi.

'Ans is zo'n beetje de Italiaanse wijk van Luik. Als je er nu doorheen zou rijden, pis je in je broek van de angst. Maar op die zondag is het geweldig. Heel druk en heel gezellig. Vlak voor de finish heb je nog een veldje waar ze met worsten staan, zo'n vettige geur die je ook bij criteriums ruikt. Op dat moment weet je: dit is het.

'Hiervoor eindigden ze altijd in het centrum van Luik, op de een of andere boulevard. Daar zijn ook wel spannende dingen gebeurd, bijvoorbeeld die keer in 1987 toen Argentin op het laatst nog Criquielion en Roche achterhaalde. Maar over het algemeen was het slot nogal saai.

'Deze finale hoort gewoon bij Luik. Het is een echte afvalwedstrijd en als er nog geen schifting is, gebeurt het daar wel. Vergeleken met de andere voorjaarsklassiekers zie je eigenlijk nooit een groep aankomen.

'Daarom trekt deze wedstrijd me ook zo, meer dan de Amstel Gold Race of San Sebastian. Lombardije is ook mooi, maar die zit verkeerd. Dan ben je toch vooral met het WK bezig geweest en komt Lombardije als mosterd na de maaltijd.

'Luik heeft een heel eigen status. In Vlaanderen en Parijs-Roubaix zie je vrij weinig renners uit de top-vijfentwintig van de UCI. In Luik staan alleen maar serieuze mannen aan de start, ook de renners die in de zomer het gezicht van een koers bepalen.

'In Vlaanderen werd Pieri vorig jaar tweede. Ik dacht: wie is dat nou? Zo'n renner van wie je niet eens weet dat hij al twintig jaar fietst. Zal in Luik niet gebeuren. Eigenlijk altijd een mooi podium. Oké, Steven Rooks was geen grote toen hij Luik in '83 won, maar dat is hij later wel geworden natuurlijk.'

De zege van Rooks in 1983 behoort tot zijn vroegste tv-herinneringen aan Luik-Bastenaken-Luik. Michael Boogerd was toen tien jaar oud. 'En Hinault staat me ook nog vaag voor de geest, drie jaar eerder. Het was ontzettend koud en hij reed iedereen op bijna tien minuten.'

Zelf rijdt Michael Boogerd morgen Luik-Bastenaken-Luik voor de zesde achtereenvolgende keer. De afgelopen reeks geeft een aardig beeld van zijn loopbaan.

1996 (niet gefinisht): 'Ik was derdejaars prof en ik reed een goed voorjaar voor een derdejaars. Bij de eerste tien geëindigd in de Brabantse Pijl, elfde in Tirreno-Adriatico, elfde in de Ronde van het Baskenland.

'Ik ging dus vol goede moed naar Luik. Een dag van tevoren werd ik nog geïnterviewd, samen met Erik Breukink. Echt nog een broekie, maar ik sta het uit te leggen alsof ik al heel wat ben. Helemaal trots dat ik Luik mag rijden.

'Maar ik kwam echt van een koude kermis thuis. Ik kon de kilometers nog niet aan. Veel zwaarder dan ik gedacht had. Niet uitgereden en dat wil wat zeggen in mijn geval. Terug in de auto was ik helemaal gedesillusioneerd.'

1997 (51ste): 'Een nog beter voorjaar. Zevende in de Catalaanse Week, derde in de Brabantse Pijl, goed in Baskenland en super in de Waalse Pijl. In Luik was ik kopman met Sörensen.

'En het ging ook goed, een beetje te goed zelfs in het begin. Ik was lek gereden in Trois-Ponts, vlak na de Wanne. De koers was al volle bak bezig en ik werd opgewacht door drie renners. Die ben ik finaal voorbij gestoven. Eentje kwam nog terug, maar die andere twee waren we kwijt. Dat was dus niet zo slim.

'Op de Redoute was ik mee. Ik groeide echt in de wedstrijd, moraal als een beer. Maar op de Sart-Tilman, vijftien kilometer voor de streep, was het opeens over en uit. Toch weer een kilometerszaak. Van het ene op het andere moment was ik leeg.'

1998 (vijfde): 'Ik had inmiddels schrik gekregen voor Luik. Steeds goed geweest en er toch doorheen gezakt. Maar dit keer kon ik tot het einde mee, terwijl het toch een serieuze kopgroep was met Casagrande, Bartoli en Jalabert. Luik was mijn doorbraak in de Wereldbeker.

'Daarvoor had ik al de Catalaanse Week gewonnen en de Waalse Pijl ging ook beter dan het jaar daarvoor. Na afloop werd beweerd dat ik te onstuimig had gereden. Ik was meegesprongen met Jalabert en het was nog vrij vroeg in de koers. Maar als Jalabert gaat, blijf je niet zitten.

'Bovendien zijn dat van die ontsnappingen waarin je jezelf ontdekt. Je moet als renner iets doormaken. Dat zeg ik ook altijd tegen die jonge gasten. Je kunt de status van afmaker alleen verdienen door veel van voren te koersen. Je kunt niet drie jaar meerijden en dan opeens kopman worden.'

1999 (tweede): 'Toen was het nieuwe eraf. Ik reed Luik om te winnen. Het was weer een goed voorjaar geweest. Gewonnen in Parijs-Nice, een rit in Baskenland, tweede in de Catalaanse Week en tweede in de Brabantse Pijl. Ik had echt goede uitslagen gereden, maar in de Waalse Pijl had ik een serieus klappie gehad.

'Het was die keer met Bartoli en Den Bakker, die lange ontsnapping in dat koude weer. De laatste twintig kilometer ging het helemaal mis met me. Ik dacht: wat gebeurt hier? Leinders zei: het zal een combinatie van kou en honger zijn geweest. Ik moest de dagen erna alleen maar eten. Taarten, donuts, koolhydraten stapelen. Ik ging helemaal volgevreten naar Luik toe.

'Maar ik was echt sterk die dag. Dat moet de beste dag uit mijn carrière zijn geweest. Voor mijn gevoel had ik daar ook gewoon moeten winnen. Zoals Vandenbroucke op een gegeven moment langs me kwam, dat kan ik nog altijd niet begrijpen.

'Ik had de hele dag super gereden, de ploeg had super gereden, ik was gegaan waar ik moest gaan en opeens was het erop en erover. Toch reed ik echt hard de Saint-Nicolas op en ik viel ook niet stil toen hij voorbij was. Dan word je geklopt op je waarde. Daarom was ik toch heel blij met de tweede plaats.

'Bovendien won ik een week later Amstel, terwijl ik die dag zeker niet zo goed was als in Luik. De vorm was al op z'n retour, maar Luik en Amstel zitten te kort op elkaar om serieus te kunnen verslechteren.'

2000 (zeventiende): 'Andersom kan dus wel. In Luik was ik nog niet goed, in Amstel wel. Ik werd weliswaar tweede achter Zabel, maar in feite was ik beter dan in het jaar dat ik won.

'In Luik kampte ik nog met de naweeën van die val in de Catalaanse Week. Ik zat zo'n beetje op 95 procent, subtop. Positief was wel dat ik in de finale niet verslechterde. Ik kon in alle klimmetjes aardig mee. Eigenlijk kwam ik er in die wedstrijd doorheen en dat was een mooie opsteker voor Amstel.'

En 2001? 'Ik hoop dat we een ploeg, hebben die helemaal voor mij rijdt. De vorige keren waren er mannen die voor hun eigen kans reden. Beat Zberg heeft toch ook het idee dat hij Luik kan winnen als ze hem na de Redoute laten gaan. Maarten den Bakker is ook zo'n figuur.

'Ik zelf moet echt wachten tot de finale. Als ik veertig kilometer voor de finish demarreer, denkt Bartoli: laat maar gaan, die tekent zijn eigen doodvonnis. Maar een jongen als Zberg ruikt op zo'n moment zijn kans. Daar ben ik ook een beetje bang voor, dat ik gevangen kom te zitten door het ploegenspel.

'Als ik goed ben, echt goed ben, moet ik misschien met mijn vuist op tafel slaan. Dan eis ik gewoon dat de koers voor mij gecontroleerd wordt. Dan rijden we tot de Saint-Nicolas en daarna zien we wel. In deze vorm ben ik voor niemand bang, niet voor Rebellin, niet voor Casagrande en niet voor Bartoli. Niet dat ik nu al zeg dat ik ze klop, maar ik durf de strijd wel aan. Zeker weten.'

Meer over