Zo zit dat met die snik aan het IJsselmeer

Volendam mag trots zijn op haar 'palingsound'. Een museum boven een palingrestaurant eert het genre. Bestaat het wel, palingsound? 'Het zijn vaak van die juichende refreinen.'..

Wie de palingsound - door een enkeling ooit uitgeroepen tot de enige authentieke stroming die de Nederlandse popmuziek heeft voortgebracht - tot op het bot wil doorgronden, moet toch eerst zelf even proeven. Niet die slappe, moddervet gemeste gladjanussen uit de kweekvijvers, maar de stevige jongens die in het IJsselmeer nog voor hun kostje moeten knokken; helaas zijn ze schaars de laatste jaren.

Alsof de entourage nog niet voldoende houvast biedt. De ramen van het paviljoen Smit-Bokkum bieden vrij zicht op het water. Buiten geurt de bijbehorende rokerij. Aan tafel zitten Piet Veerman (62), boegbeeld, zoniet G odfather van voornoemde discipline want gewezen voorman van The Cats (Lea, Ma r y -An n , One Way Wind), en Carola Smit (41), gezicht en zangeres van de belangrijkste nog spelende groep die met Volendampop wordt geïdentificeerd, BZN. En boven in het etablissement, onmiddellijk onder de zoldering, gaat sinds vorige week een klein museum schuil.

Foto's, vitrines vol trofeeën, instrumenten en platenhoezen stellen de geschiedenis van dit niet te onderschatten genre veilig. Smit mag graag naar een lijstje tegen de wand kijken. Het zijn de verkopen in Nederland van singles en albums van 1965 tot 2004: BZN laat groepen als de Rolling Stones en Queen met straatlengten achter zich.

'En?' Palingroker Jan Smit (geen familie van voormalig nachtegaal Jantje, tegenwoordig Jan) is de initiatiefnemer van de tentoonstelling. Hij peilt hoe de vis valt. 'Dan snap je de muziek beter. Paling zit de Volendammer in het bloed.' Met de inrichting van het museum wil hij laten zien wat zich hier op muzikaal terrein achter de dijk heeft voltrokken. 'Daar mag Volendam trots op zijn.'

Diskjockey Joost den Draayer geldt als de geestelijk vader van de palingsound. De manager van The Cats, Jan Buijs, alias Jan Tuf, namin de jaren zestig steevast pondjes glibber mee als hij naar Hilversum trok. Veerman: 'Zoveel moeite was dat niet. In die tijd kon je van hier naar Marken lopen over de palingen.'

In het kielzog van The Cats kwamen groepen als Left Side, Next One en Jen Rog; iedere vriendengroep hier begon destijds een band, zegt Smit. BZN speelde eerst rock, om zich later te bekeren tot het Mon Amour en Pe a r l y d u m m .

Bestaat het wel, palingsound? Veerman: 'Er zit altijd iets melancholisch in, sentiment, melodrama. En ik hoor de echo van vissersliedjes, de Zuiderzeeballades.' Smit: 'Ik hoor wel dat het van Volendam is. Misschien is het de uitspraak. Het kan ook de opbouw zijn. Het zijn vaak van die juichende refreinen.' Veerman en Smit, eendrachtig: 'Het wordt vaak van buiten opgelegd.' Het is de symbiose tussen Amerikaanse soul en katholieke koorzang, gelooft Jan Smit. 'Het begon in de kerk. Iedereen zong hier. Er was geen gene.' Veerman: 'Ik kreeg op m'n 12de een gitaar. Samen met Jaap Schilder ben ik gewoon liedjes gaan zingen. Everly Brothers. Zo vingen we de meisjes in onze fuik. Later, met Arnold Muhren en Cees Veerman, hebben we eindeloos gerepeteerd, op harmonieën vooral. Het werd een automatisme. Maar nog steeds is het moeilijk te ontleden.'

Dat hier en daar een vleugje zuidelijk temperament opwelt, daar heeft de Volendamse wetenschap zich al uitputtend over gebogen. Een verklaring: Spaanse matrozen veroverden aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog vele vrouwenharten aan de oevers van de Gouwzee. Of neem deze: de paling komt aangezwommen uit de Sargassozee, bij de Bermuda's; dat hoor je terug. De wijsheden worden met een grijns gedebiteerd. Wat denkt Piet Veerman? 'Geinige verhalen.'

Onder de zoldering blijkt de palingsound ook een rekbaar begrip. De geschiedenis begint niet in de jaren zestig, als The Cats nog als Blue Cats hun opwachting maken, maar begin 1900. Zie maar, foto's van de fanfare en het kerkkoor. Wie dirigeerden er? Crelis Steur, opa van Piet, en Arnold Muhren, opa van bassist Arnold.

Zo zit dat met de oorsprong van de snik aan het IJsselmeer. Er is ook een hoekje voor Jantje Smit ingeruimd - hij was voor het eerst bij BZN te horen. Een platina plaat voor Una Paloma Blanca hangt er ook. Hans Bouwens van de George Baker Selection mag dan wel uit Hoorn komen, de tweede stem was wel van een Volendamse, Lida Bond.

Vreemd, vinden ze beneden, dat het dorp zelf nooit zo warm is gelopen voor de vaandeldragers van de palingsound. 'Het was niet ruig genoeg', vermoedt Jan Smit. Veerman: 'We waren bloednerveus als we hier moesten spelen. De volgende dag was het: hé Piet, poets die gitaar maar op, en naai 'm de haven in.'

Is de palingsound dood en begraven, nu er een museum aan is gewijd? Nee, geloven ze. De namen van nu: Jan Dulles, Martine Bond, Nick Schilder. Veerman: 'Als ik die hoor, maken ze me blij. Het estafettestokje is doorgegeven.'

Meer over