Zo zijn onze manieren

Buitenlanders doen hun beklag: 'Wie bij Nederlanders op bezoek gaat, wordt rond etenstijd niet uitgenodigd aan tafel te gaan, maar wordt het huis uit geknikkerd....

Ik kan me nauwelijks voorstellen dat Nederlanders zo ongastvrij zijn, maar dan komen de buitenlanders met een boekje aanzetten. Het gaat over culturele integratie: Act Normal - 99 tips for dealing with the Dutch (Hans Kaldenbach, 1995). Daar staat deze passage in. De gênante situatie doet zich blijkbaar vaak voor. Het is normaal.

Kaldenbach adviseert niet bij Nederlanders op bezoek te gaan tussen 4 en 8 uur omdat ze dan eten. Dit om situaties zoals hierboven te voorkomen. Toch liggen de Nederlandse etenstijden in de praktijk wat ingewikkelder. Veel modieuze gezinnen gaan juist aan tafel als je om 8 uur komt binnenvallen. Dit stemt enigszins overeen met de gewoonten elders in Europa.

In Frankrijk begint de avondmaaltijd ergens tussen 6 en 9 uur. De sociaal lagere klassen eten het vroegst, de hoge het laatst. Volgens de in 1996 overleden journalist Jan Brusse - jarenlang correspondent in Frankrijk - wordt bij een uitnodiging in Parijs niet altijd vermeld hoe laat men moet opdraven. Ernaar informeren kan niet. Dat zou zoiets zijn als vragen naar de sociale klasse van de gastheer. Zoiets doe je niet. Dat weet je. Als je het niet weet, is dat lastig, want te laat komen, staat arrogant en is een ramp voor de kok, want dan verpietert het eten. Te vroeg komen staat plebejerig en is een onderschatting van de status van de gastheer.

Ook in Engeland bepaalt klasse de etenstijd. De hogere klassen nemen een eenvoudig ontbijt, een uitgebreidere lunch, en om 4 uur een kopje thee. 's Avonds gaan ze tussen 8 en 9 uur dineren. Of ze souperen zelfs nog later. De arbeidende (of werkloze) klasse geniet van een uitgebreid Engels ontbijt, neemt een minimale lunch, maar gaat om 5 uur al aan het avondmaal, tea genoemd. Vaak bestaat zo'n maaltijd uit gefrituurde vis en patat, of bonen op toast. Er komt geen kop thee aan te pas.

De Nederlandse traditie, waarbij rond een uur of 6 aardappelen groente en vlees worden geserveerd, achten Nederlanders alleen geschikt voor familieleden. Ze wordt bovendien geassocieerd met de lagere klassen. Als er gasten komen, bereidt men buitenlandse gerechten, en worden ook de aanvangstijden aangepast. Iedere vreemdeling wordt gezien als een gast.

Dus als een buitenlander om 6 uur het huis wordt uitgezet, is dat omdat Nederlanders zich schamen voor hun eigen keuken. Nederlanders die om 5 uur nog op bezoek zijn, weten dat ze hun snor moeten drukken zodra ze bloemkool ruiken.

Iemand die de gedragsregels niet kent, kan zich miskend en buitengesloten voelen. Dat geldt in een vreemd land evenzeer als in een onbekende sociale groep. Regels en etiquette zijn nooit bedoeld om iemand te kwetsen. In alle culturen is het doel van etiquette elkaar hoffelijk en waardig te behandelen.

Toch worden mensen door etiquette vaak vernederd. Het etiquetteboek Hoe hoort het eigenlijk, van Emy Groskamp-ten Have, is generaties lang misbruikt om de schone schijn op te houden en elitait gedrag in de hand te werken. Daar geeft haar boek ook aanleiding toe, want over enkele gewoonten schrijft ze heel denigrerend: 'Zij die gesteld zijn op goede vormen en manieren (en dit geldt ook voor dagelijksch gebruik in den huiselijke kring!) moeten nimmer (...) aardappelen met het mes snijden, niet spelen met het dessertzilver, dat boven het bord ligt, noch de steel van het wijnglas tusschen de vingers laten draaien, noch pilletjes draaien van broodkruim (...) en ten slotte: niet prakken.' De schrijfster richt zich tot een beperkte groep. Een middenklasse die zich afzet tegen alles wat naar arbeiders ruikt. Alle klassen hebben echter zo hun regeltjes. Net als alle landen.

Op een feestje in de grachtengordel in Amsterdam is het heel beleefd met een dame te gaan praten die even alleen staat. Dat hoort bij het circuleren. Het zou absoluut ongepast zijn haar vriend eerst toestemming te vragen. Alsof je haar meteen wilt bespringen en alsof haar vriend daar iets over te zeggen heeft.

's Avonds in een kroeg in de binnenstad is dat anders. Beter eerst eens kijken of de dame een vriend heeft. Daar even mee aanpappen. Duidelijk maken dat je weet dat ze een relatie hebben. Dan kan zonder dreiging de vrouw worden aangesproken. Iedere cultuur heeft zo haar eigen regels. De meeste mensen doen het automatisch goed, doordat ze hun omgeving imiteren.

Buitenlandse gewoonten zijn soms te vreemd om zo maar te kunnen nadoen. Net als een buitenlandse taal. De moderne Nederlander kent echter veel meer talen, en nog meer vreemde gewoonten dan zijn voorouders. Onze grootmoeders waren nog geschokt door het gedrag van Amerikanen, die eerst hun vlees aan stukjes snijden, vervolgens hun bestek omwisselen, om dan met de vork in de rechterhand het vlees naar binnen te werken.

Tegenwoordig weten we, dankzij televisie, dat het volgens de Amerikaanse etiquette zo hoort (in Israël is het ook gewoon). We zouden het inmiddels normaal moeten vinden als Amerikaanse gasten zelf naar de koelkast lopen om er iets uit te halen, maar zij hebben geleerd dat in Europa niet te doen. Buitenlanders worden niet meer onbeschaafd gevonden, zoals in oma's tijd. Vreemde beschaving is alleen anders.

Schrijvers van etiquetteboeken proberen de nieuwe ontwikkelingen bij te houden. Magda Berman, die over etiquette adviseerde bij Koffietijd en de Vijf Uur Show, kleineert geen enkele klasse in haar boekje (Hoort het wel, hoort het niet?, 1996) en besteedt een heel hoofdstuk aan buitenlandse landgenoten.

Het begint met een boekhouder uit Apeldoorn die gaat eten bij een Turkse collega. Wat kan hij verwachten? Magda's antwoord luidt: 'Kort en krachtig gezegd, veel en nog eens veel en lekker eten' Dan weten die Turkse vrouwen ook meteen wat er van ze wordt verwacht. (Kaldenbach waarschuwt buitenlanders dat Nederlanders zeggen: 'Het maakt niet uit wat wij eten, als er maar veel is').

Verder adviseert Magda bij Turken thuis niet al te uitgebreid een bepaald voorwerp te bewonderen, omdat de gastheer zich dan gedwongen zou voelen het je cadeau te doen. Mocht ze willen, die Magda. Precies dezelfde fantasie koesteren de Nederlanders al eeuwen over buitenlanders. Over Chinezen, Russen, Indonesiërs en Arabieren vertelden inhalige landgenoten ook dat ze zo gastvrij waren, dat ze hun spullen weggaven. Kijk inderdaad maar niet te lang naar het Turkse huisraad, Magda. Dan kom je ook niet in de verleiding.

Magda had beter iets kunnen vertellen over etiquette, zoals de titel van haar boek belooft. Zou de boekhouder uit Apeldoorn zijn schoenen moeten uitdoen bijvoorbeeld? In heel veel landen is dat de gewoonte. Bij Japanners is het de rigueur, net als bij de meeste Russen. In vrijwel heel Azië staan slippers en pantoffels bij de deur, als een stille hint voor de gasten: in dit huis verwijdert men de schoenen.

Veel Nederlanders voelen zich in hun onderbroek staan als ze hun sokken moeten laten zien (of laten ruiken). Toch zullen zij moeten leren - ook zonder schoenen - de eigenwaarde te behouden. Om schaamte en vernedering te voorkomen, had Magda haar boekhouder daarom beter kunnen adviseren mooie, schone sokken aan te doen, voor hij bij zijn Turkse collega gaat eten.

Maar dat doet Magda niet. Zij fantaseert maar wat over grote bergen eten en geschenken, terwijl er zoveel meer te zeggen valt op het gebied van interculturele etiquette. De Nederlanders schamen zich voor hun traditionele gerechten en voor hun sokken. Dan is er toch iets mis?

Meer over