Zo veilig is het niet in de opleidingscentra

KABUL Het eerste dat opvalt aan het grootste trainingscentrum voor Afghaanse soldaten in Kabul is het ontbrekende hek aan de achterzijde van het oefenterrein....

Van onze correspondent Natalie Righton

Op dit oefenterrein – KMTC geheten – werken zo’n 700 NAVO-trainers die Afghaanse militairen proberen klaar te stomen om de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in Afghanistan over te nemen van internationale troepen.

Opmerkelijk is dat de trainers veelal zonder scherfvest en helm rondlopen op deze soldatenfabriek – die elke twee weken 1.400 nieuwe Afghaanse soldaten aflevert. Een enkeling draagt een heupwapen, maar mitrailleurs ontbreken.

‘Ik voel mij hier heel veilig’, zegt NAVO-trainer Elmer Feick, uit de Verenigde Staten. Demonstratief laat hij zien dat hij geen wapen draagt. Toegegeven, het klaslokaal waarin hij Afghaanse sergeant-majoors leert hoe ze een powerpointpresentatie moeten maken, ziet er aangenaam veilig uit. Er zijn lederen stoelen, computers op bureaus: net een Nederlandse cursuszaal.

Maar hoe zit dat dan met dat ontbrekende hek, aan de achterzijde? Het enige dat de trainers daar scheidt van Talibanstrijders is een bergketen, waar ze gemakkelijk overheen kunnen wandelen. Het staat in schril contrast met de voorzijde van het opleidingscentrum, dat zwaar is bewaakt met slagbomen en soldaten.

Waar is het hek?
‘Er is naar mijn weten geen enkel incident geweest op dit trainingsinstituut’, zegt Feick echter. Het scheelt dat zijn slaapvertrek extra is afgeschermd door aparte Amerikaanse bewakers, zegt hij. ‘U kunt zeggen tegen Nederlanders die overwegen hier les te geven dat het veilig is.’

Niet iedereen denkt er zo over. Als de verslaggever meerijdt met twee Amerikaanse militairen naar de schietbaan – gelokaliseerd tegen de open bergketen aan – vraagt de een ongerust aan de ander: ‘Waar is het hek??’ Ze zijn beiden net gearriveerd in Afghanistan en worden zichtbaar zenuwachtig van het open Afghaanse landschap dat voor hen ligt.

Dichter bij de schietbaan dragen trainers overigens verplicht kogelvrije vesten. Het argument is dat dit de enige plek is waar Afghaanse rekruten een wapen met echte munitie bij zich dragen. Hoewel aspirant-soldaten volgens de NAVO zorgvuldig gescreend worden of ze geen Taliban-infiltrant zijn, worden ze niet volledig vertrouwd.

Het zal niet de eerste keer zijn dat een van de rekruten het vuur opent op zijn eigen trainers. In augustus schoot een Afghaanse agent nog twee Spaanse collega’s dood in provincie Badghis, in juli bracht een lokale soldaat drie Britten om op patrouille in Helmand. Uit voorzorg moeten studenten van trainingscentrum KMTC in Kabul daarom elke avond hun wapens inleveren. Bij de depots staan lange rijen.

Breekpunt
Volgens NAVO-generaal Caldwell – de hoogst verantwoordelijke voor het trainen van Afghaanse soldaten en agenten – is het gevaar voor NAVO-trainers bínnen de opleidingscentra echter miniem. ‘Er zijn wel aanvallen geweest op trainingscentra, maar daarbij is nog nooit militair trainingspersoneel gedood’, aldus Caldwell in Kabul. Volgens de generaal zijn wel ‘enkele contractors’ gedood op de 61 trainingsfaciliteiten in Afghanistan. De term contractors wordt doorgaans gebruikt voor civiel personeel dat niet in dienst is van de NAVO, zoals privébewakers.

De NAVO benadrukt opvallend vaak hoe veilig het werk is in de trainingscentra, alsof ze er rekening mee houden dat dit een mogelijk breekpunt is voor Nederland. Maar op die veiligheid valt nogal wat af te dingen.

Het politietrainingscentrum van Kabul, CTC geheten, is weliswaar netjes ommuurd, de slaapvertrekken van de Italiaanse trainers staan volgens een van hen akelig dichtbij de weg – zo’n 30 meter. Over die weg rijden elke dag tientallen privévrachtwagens. Zo’n voertuig vol explosieven kan eenvoudig de hele voorkant van het terrein, inclusief slaapvertrekken, wegblazen.

Saillant detail is dat de NAVO Nederland vraagt om twee type trainers: zij die ín een trainingsfaciliteit werken, en zij die ‘buiten de poort’ gaan. Buiten de poort lopen trainers directer gevaar dan op een instituut. Daar patrouilleren trainers samen met hun Afghaanse collega’s in de frontlinie van Uruzgan, Helmand en Kandahar. De kans dat Nederlandse trainers omkomen is daar veel groter.

Meer over