Zo stil, met de stad om de hoek

De adrenaline giert nog als ik, veel te laat, van mijn werk naar huis fiets. Vriend J. is al opengedaan en rookt sigaretten op het balkon....

Caspar Janssen

Het is al na achten als we stad uit rijden, zelfs voor een avondexcursie is het behoorlijk laat. De ring op, dan de A1, en meteen weer afslaan. Maar hier is de weg afgesloten. Terug de ring op, doorrijden tot Muiden, daar nemen we de afslag en rijden terug richting Diemen. Eerst nog een groothandel en dan de elektriciteitscentrale. Ik parkeer en dan is het nog een klein stukje tot de Diemer Vijfhoek.

Veel over gehoord. In het IJmeer gestorte grond die vrijkwam bij de bouw van de elektriciteitscentrale. Niemandsland, een van de laatste stukjes rond Amsterdam. De grond werd omdijkt en werd natuur. Dat het nog bestaat, komt door de aanleg van nieuwbouwwijk IJburg. De Diemer vijfhoek kreeg een status: compensatienatuur.

Wilgen, struiken, plasjes, pad. Op een trap die vanaf de dijk naar beneden loopt, het gebiedje in, eet ik snel de salade op. Een telefoontje nog, dan alle troep in het rugzakje, verrekijkertje eruit en diep ademhalen. We lopen, eindelijk. Flarden van een bewogen dag razen door mijn hoofd, moeten eigenlijk nog geduid worden. J. wijst intussen ontspannen op de dodaars, de koekoek en vele bonte spechten. De buidelmees en de cetti’s zanger, een van de doelen van deze missie, laten zich niet horen of zien. De nachtegaal wel.

Langzaam slokt het natuurgebiedje ons op, het is groter, ruiger, dichter, mooier dan we hadden gedacht. Miniwildernis, kleine delta.

We hebben geluk: het weer neigde naar grijs, maar net als we de bomen achter ons laten, na een uur lopen en stoppen, breekt de ondergaande zon door. Een bruggetje over, nog een klein stukje land en dan opeens het uitzicht over het IJmeer, op Pampus in de verte. Het water kabbelt, verder is het stil. Alles kleurt nu vuurrood, de paar losse bomen hier, het riet, het water, wijzelf.

Er staat een bankje, een enkel bankje, gesponsord door de Triodosbank. Een Triodosbankje dus. J. moedigt het jonge, geplante eikje aan dat nog niet zo vitaal oogt, ik kijk voor me uit en voel de losse eindjes van de dag vervagen, het worden futiliteiten, ze verdwijnen.

Ik verwonder me alleen nog over hoe het toch kan, zoveel schoonheid, zoveel stilte, helemaal voor ons alleen, met het hijskranenpark en de oprukkende stad letterlijk om de hoek.

Meer over