Zo slecht gaat het niet in Hilversum

De publieke omroep is immer kop van Jut. Ten onrechte, zo bewijzen de feiten. Nederland 1, 2 en 3 worden nog steeds goed bekeken....

Ze glunderden, hieven het glas en waren er allemaal bij, tijdens de feestelijke presentatie van de nieuwe zender Talpa, augustus vorig jaar. De nieuwe sterren hadden rode konen van de opwinding - ze wisten toen nog niet dat hun programma's niet de gedroomde successen zouden worden. De oude sterren laafden zich aan pater familias John, en maakten een lange neus naar hun oude werkgevers. Jack Spijkerman was innig met Gordon, Barend, Van Dorp en Mulder betraden een heuse catwalk en Beau van Erven Dorens verwoordde wat de meesten, in hun zucht naar avontuur en succes, dachten: de publieke omroep is 'tuig'.

Van die kwalificatie keek niemand op: die is immers koren op de molen van degenen die met Hilversum een appeltje hebben te schillen. Het is volstrekt done om te schamperen over de producten van de publieke omroep. Mark Koster, de kersverse hoofdredacteur van Talpa's NSE, liet onlangs in HP/De Tijd nog weten hoe welkom Charles Groenhuijsen bij zijn dagelijkse magazine is. 'Charles had volkomen gelijk toen hij Het Journaal links en intellectueel lui noemde.'

De publieke omroep is, in de geest van Jack Spijkermans nieuwe Koppensnellers-spel, immer kop van Jut, en een gemakkelijke prooi. De kijkcijfers en marktaandelen lopen enorm terug, schrijven kranten en weekbladen steeds, en politici luiden de noodklok - als ze al niet met opheffing dreigen.

Maar nu de feiten. Het marktaandeel van Nederland 1 is, zo leert navraag bij Kijk- en Luisteronderzoek, al een aantal jaren behoorlijk stabiel - gemiddeld 11 procent. In de eerste week van januari was dat zelfs 13 procent. In diezelfde eerste week was RTL4 weliswaar het best bekeken, maar de zender werd op de voet gevolgd door Nederland 1 en Nederland 2. Nederland 3 bezette de zesde plek, nog altijd twee plaatsen hoger dan Talpa. In de eerste helft van januari scoorden een hoop publieke programma's ruim boven de miljoen kijkers: niet alleen Het Journaal, schaatswedstrijden en koploper Spoorloos (bijna 3 miljoen kijkers), maar ook TV Toppers, Praatjesmakers en Gewoon Jan Smit, (semi-)informatieve programma's als Opgelicht, De nationale IQ-test en Radar, en zelfs het bedreigde actualiteitenprogramma Netwerk. Het Talpa-programma Joling & Gordon over de vloer werd intussen in kranten onthaald als kijkcijfertopper van de eeuw, terwijl het gemiddeld slechter scoorde dan alle eerder genoemde programma's. Ook de dagelijkse RTL5-talkshow van Robert Jensen zou een ongekend succes zijn, terwijl elke willekeurige NOVA-uitzending op hetzelfde tijdstip meer kijkers haalt. De lijst van honderd best bekeken programma's van 2005 bevat er 75 van de publieke omroep.

Dat de publieke omroep op sterven na dood is, is dus niet waar; dat het publiek de publieke omroep niet ziet zitten ook al niet. Uit een onderzoek bleek onlangs dat het NOS Journaal verreweg als het meest betrouwbare programma wordt gezien - een klap in het gezicht, ongetwijfeld, van degenen die beweren dat ze in Hilversum het contact met de achterban volledig zijn kwijtgeraakt. Dat de komst van Talpa de publieke omroep enorm parten speelt, klopt ook al niet: Talpa's voornaamste verdienste is vooralsnog dat het de rechten van het eredivisievoetbal heeft gekaapt en daarmee Nederland 2 van een kijkcijfertrekker heeft beroofd.

Maar deze feiten doen er kennelijk niet toe. Beeldvorming telt, en het kwaad is al geschied. Dus kunnen Medy van der Laan en haar wapenbroeder Bert Bakker steeds straffeloos beweren dat de kijkcijfers van de publieke omroep kelderen. Kan VVD-Kamerlid Fadime àrgü zelfs voorstellen de publieke omroep maar helemaal op te heffen. En snijdt diezelfde publieke omroep zichzelf vast in de vingers, in afwachting van de kaalslag die komen gaat: het kunstprogramma R.A.M. hield op te bestaan omdat het veel te weinig kijkers zou trekken, de EO zet het voortbestaan van Netwerk op het spel, het dagelijkse inhoudelijke gesprek in B & W werd geschrapt, de Avond van het boek moet vooral een quiz zijn en niet een literair debat, de commerci'le soap Onderweg naar morgen verkaste moeiteloos naar BNN. Liever een pretmachine, vooral niet te veel echte informatie.

Natuurlijk: lang niet alles bij de Publieke Omroep deugt - de publieke omroep als geheel verliest te veel kijkers in de leeftijdsgroep onder de vijftig jaar, de commerciëlen zijn slagvaardiger en flexibeler, publieke omroepdirecteuren suggereren samenwerking, maar willen vooral hun eigen belangen dienen en verlammen daarmee de programmering.

Maar onterechte beeldvorming zou voor de opinievorming niet langer leidraad moeten zijn, en al helemaal niet voor beleidmakers. Een volwaardige publieke omroep heeft pas zin als die ook relatief kleine, maar niet minder relevante, doelgroepen durft te bedienen en niet steeds op voorhand halfslachtige concessies doet waar niemand bij is gebaat. Het wekelijkse VPRO-discussie-programma De besprekers is zeker toegankelijker dan Zeeman met boeken, maar ook zo veel vrijblijvender en richtinglozer dat het nu zelfs minder kijkers haalt dan dat verdwenen literaire programma.

Schelden op de publieke omroep past in een tijd van make-believe en beeldvorming (zie ook de discussie over museumbezoek en krantenlezers, en de koersloze heiligverklaring van alles wat jong en allochtoon is), in een land waar succes sinds jaar en dag een vlucht naar voren maakt en het kwetsbare, dat vroeger nog weleens in de luwte tot wasdom kon komen, nauwelijks nog kans krijgt.

Dat er kijkers afhaken is een niet te onderschatten zorg voor de publieke omroep. Maar wat veel erger is: het voortdurende negatieve gezwatel erover dat beleidmakers tot een defensieve houding dwingt en de creativiteit van de makers verstikt. En precies dat laatste is hetgeen wat op termijn pas echt de nekslag zou zijn voor de publieke omroep.

Meer over