ReportageMarker Wadden

Zo maakbaar is het vogelparadijs

Natuurmonumenten heeft 900 hectaren natuur uit de grond gestampt, midden in het Markermeer. Bij een wandeling op de Marker Wadden valt op hoe rijk de flora en fauna er al is, maar hoe komt die mol daar?

Marker WaddenBeeld Marie Wanders

Toch een aparte ervaring: rondlopen op een eiland met de geestelijk vader ervan. Roel Posthoorn, projectdirecteur bij Natuurmonumenten, is er de man niet naar het succes te claimen, maar hij is de hoofdpersoon in de wording van de Marker Wadden, een gloednieuwe eilandgroep in het Markermeer, geheel opgespoten uit omliggend slib en klei. Hij bedacht – ‘Dat doe je nooit alleen’, benadrukt hij dan – in 2011 dit project waar natuurontwikkeling, toerisme en waterbouw elkaar ontmoeten op zo’n 900 hectare.

Project directeur Marker Wadden, Roel PosthoornBeeld Marie Wanders

Staande tussen enorme velden groen-geel bloeiende moerasandijvie ziet de geestelijk vader dat het goed is. Een ‘vogelparadijs’ was een van de ambities bij de aanleg van de eilanden. Nu, twee jaar na de opening van het centrale haveneiland, kijkt op een zandheuvel een trotse tapuit om zich heen. Tijdens de rondleiding per fiets (verboden voor ‘gewone’ bezoekers, maar niet voor de beheerders van dit eiland) schieten drie soorten plevieren weg uit de oevers. Kluten waden door de poelen. Visdiefjes zijn massaal op het eiland afgekomen. Een vrouwtjeskiekendief scheert laag over de begroeiing. Ergens vanuit het riet klinken de kristalheldere tonen van een baardmannetje.

Beeld Marie Wanders

Op piekmomenten bood het eiland al ruimte aan 20 duizend oeverzwaluwen, duizend kluten, drieduizend slobeenden, duizend zwarte sterns en honderden dwergmeeuwen, zo inventariseerden tellers volgens een eerste tussenrapportage. Landelijk schaarse of zeldzame vogelsoorten zijn op de Marker Wadden gaan broeden, zoals de strandplevier, dwergmeeuw, krooneend, zuidelijke bonte strandloper en de ijseend. Vorig jaar was het eerste broedgeval van laatstgenoemde voor heel Nederland. Twee weken geleden is weer een paartje gezien, melden de beheerders trots. Met een beetje geluk het tweede broedsucces van deze zeldzame vogel op rij.

Ook de overige natuur profiteert volop van het vogelparadijs, zo blijkt uit de eerste onderzoeken. Eind vorig jaar verscheen een eerste ecologisch onderzoek, twee weken geleden volgde een tussenrapport over de ontwikkeling van de eilandengroep. Al snel na de aanleg verschenen grote troepen dansmuggen boven het eiland, een aantrekkelijk maal voor de oeverzwaluwen die zich vertoonden. In het water ontstonden grote wolken met relatief grote watervlooien, voedselbron voor de steltlopers. Vorig jaar werden de eerste vleermuizen waargenomen.

De Wadden werden snel bevolkt door paaiende vissoorten, zoals blankvoorn, winde, baars en pos. Ook werden ‘opportunistische exoten’ als grondels en inheemse pioniers in het open water als alver en driedoornige stekelbaars gevonden.

Vrijwilligers ontdekten eveneens bijzondere insectensoorten die gebieden snel kunnen koloniseren, zoals de koninginnenpage, oranje luzernevlinder, groene sabelsprinkhaan, zwervende heidelibel, zadellibel, prachtbeer, bliksemlichtmot en het resedawitje. Een steekproef door biologen leverde 109 keversoorten op. In totaal werden 198 soorten insecten, negen soorten spinnen en één soort slak waargenomen.

Beeld Marie Wanders

Roel Posthoorn vertelt over zulke resultaten met ingetogen trots. Eerder was de projectleider betrokken bij de omvorming tot natuurgebied van het eiland Tiengemeten, onder de rook van Rotterdam.

Het moet een droom zijn voor wie dagelijks met natuurbehoud bezig is: niet verzinken in somberheid over wat verloren gaat, maar zelf nieuwe natuur scheppen. Zoals Posthoorn het zegt: ‘We hebben veel natuur kapotgemaakt, dan mag je als mensheid ook wel iets terugdoen.’ Dat gebeurt hier, op een eiland in de stille, kwalitatief arme wateren van het Markermeer, met zicht op (het op 9 kilometer varen gelegen) Lelystad, Almere en, in de verte, de kantoortorens van de Amsterdamse Zuidas. Het zoet water van het afgesloten Markermeer werd door de afsluiting van het IJsselmeer te troebel en bevatte mede daardoor weinig leven. Al snel na de aanleg van de eilandengroep ontstond plankton dat algen opvreet, wat moet leiden tot helderder water en een verbeterde visstand.

Beeld Marie Wanders

Een oermoeras was de eerste gedachte van overheden bij de toekomst van het Markermeer. Het woord tekent de paradox rondom het fenomeen ‘nieuwe natuur’. Die paradox ligt op het eiland zelf letterlijk aan je voeten, want het gloednieuwe eiland heeft vanaf zijn eerste dag al bijzondere waarde. Doordat het is gebouwd met opgespoten grond (om de eilanden bevinden zich gemarkeerde kuilen van wel 40 meter diep, waar 4 meter de gangbare diepte van het Markermeer is), kwamen soms eeuwenoude vondsten naar boven. Zoals een mammoetbot of de hoorn van een oeros die op het kantoor van het project (een houten keet bij Lelystad) op tafel ligt. Nieuw en toch oud.

Beeld Marie Wanders

De kosten van het project (zie kader) moeten ook wat opleveren; het moet bijdragen aan kennis en ervaring op het gebied van waterbouw, inrichting en ecologie. De Marker Wadden dienen ook als voorbeeld voor het IJsselmeer: mogelijk dat meer eilanden de oplossing zullen blijken voor een verbeterd waterbeheer, terwijl tegelijkertijd waardevolle natuur van Natura 2000-achtige proporties wordt geschapen.

Het kost wat, maar zo maakbaar is natuur dus. Een kwestie van grond opspuiten en kijken wat er gebeurt. Nou ja, zo achteloos gebeurt dat niet. Dit is ‘nieuwe natuur’, geheel bedacht achter de teken- en beleidstafel. Alleen de locatie al: het eiland is aangelegd op een strategisch punt waar door de rondgaande beweging van de ‘natuurlijke’ stroming bij harde wind een luwe plek kon ontstaan die ertoe leidt dat slib en klei bijna vanzelf worden afgezet.

Roel PosthoornBeeld Marie Wanders

Geen onbewoond eiland: op het ‘haveneiland’ staan gebouwtjes met zonnepanelen op het dak, het hout is afkomstig uit bossen van Natuurmonumenten. Daaronder vier huisjes die Landal Greenparks, partner van Natuurmonumenten, gaat verhuren vanaf komende zomer. Ze zijn geheel ‘duurzaam ingericht’ door Ikea, met energiezuinige apparatuur en verlichting, waterbesparende kranen en producten van natuurlijke en gerecyclede materialen. De huuropbrengst komt ten goede aan het project. Ook biedt een haventje plaats aan zo’n veertig boten met bezoekers. Die worden geacht op het centrale eiland te blijven, de andere vier eilanden zijn niet toegankelijk.

Om de vakantiehuisjes heen ligt een ‘eilandpaviljoen’ voor bijeenkomsten en enkele gebouwtjes voor beheer en toezicht. Ze zijn zelfvoorzienend, water en energie worden ter plekke opgewekt, opgepompt en gezuiverd. Even verderop prijkt een 12 meter hoge vogeluitkijktoren van futuristische architectuur. Posthoorn hoopt dat ook kunstenaars een (tijdelijke) plek krijgen op het eiland. Elders op het eiland staat een onderwaterkijkpunt, hoewel het water nog te troebel is voor helder zicht op het leven onder de waterspiegel.

Een 12 meter hoge vogeluitkijktoren van futuristische architectuur.Beeld Marie Wanders

De natuur heeft hier vrij spel. Intussen wordt elke vierkante centimeter van de Marker Wadden wel gemonitord, onderzocht en getoetst aan ambities en doelstellingen met tussenrapportages en evaluatieronden. In beleidsjargon moeten de Marker Wadden bijdragen aan het ‘verbeteren van de ecologische kwaliteiten en recreatieve gebruiksmogelijkheden van het Markermeer en daarmee een stap richting het Toekomstbestendig Ecologisch Systeem, een ecologisch systeem dat vitaal, gevarieerd en robuust is, en dat juridische ruimte biedt om de gewenste (grootschalige) ruimtelijke en recreatieve ontwikkelingen mogelijk te maken’.

Toe maar.

Buiten de maakbaarheid duiken toch verrassingen op. Mysterieus was de verschijning, in maart dit jaar, van de eerste mol. Zomaar vanuit het niets ontstond een molshoop. Wat de vraag oproept: wie is de mol? Vermoedelijk een onvermoede meereiziger, zegt Posthoorn. Mollen zijn goede zwemmers, maar veel waarschijnlijker is dat het ondergrondse beestje is meegelift bij de aanvoer van gesteente van het vaste land. Ook gespot: de veenmol. Geen ‘echte’ mol, maar een groot insect. Maar net zo tekenend voor de aantrekkingskracht van nieuwe natuur.

Problemen en onzekerheden zijn er ook. Volop, ondanks de vele hoopgevende resultaten.

Het opgespoten slib bleek al na een week begaanbaar voor (grauwe) ganzen, met het onverwachte risico op vraat van de gewassen. De aangroei bleek sneller te gaan dan de ganzen konden bijbenen, maar het risico voor de rietvelden blijft.

Bij het noordelijk strandje kijkt Posthoorn licht bezorgd toe: de wind zorgde in februari en maart voor zo’n sterke golfslag dat een flink deel van het zandkustje is afgeslagen. Wie het zien wil, herkent er de Britse klifkust op Madurodamformaat in terug. Nieuwe natuur moet z’n gang kunnen gaan, maar dit was niet helemaal de bedoeling.

Beeld Marie Wanders

Het project moet ook leren over bouwen met slib, een relatief nieuw verschijnsel. Normaal wordt zand van elders aangevoerd, waar ter plekke enkel slib voorradig is. Slib bevat veel water en moet zich in de loop van de eerste paar jaar ontwikkelen tot steviger klei. Zo eenvoudig is dat niet: waar eerst de zwaartekracht het werk doet, volgt boven water verdamping, waarna onvoorspelbare factoren als vegetatie en chemische processen de bodem beïnvloeden.

Spannend voor de bedenkers en beheerders is de verzakking. Dat de bodem zou inklinken, was voorzien, legt Roel Posthoorn uit. ‘De curve neemt al af. Toch blijft de vraag hoe het eiland zich zal houden en of verse grond moet worden aangewend.’

Ook is nog onzeker of en hoe het bescheiden toerisme de vogels zal verstoren. In de broedtijd worden ook delen van het centrale haveneiland afgesloten voor publiek. Vrijwillige ‘eilandwachten’ van Natuurmonumenten houden een oogje in het zeil en wijzen bezoekers op verboden.

En, nog zoiets: de onverwachte vondst van grote hoeveelheden bodembedekkende zwavelbacteriën benedenstrooms van de Marker Wadden stelt de beheerders voor nieuwe vragen. Kan het prille ecosysteem dit dragen, en wat betekenen die bacteriën voor de gewenste helderheid van het water in het Markermeer? Het moet allemaal nog onderzocht en geëvalueerd.

Desondanks schijnt groen licht over het eiland. Een kersvers rapport (de tussenreportage van het Kennis en Innovatieprogramma Marker Wadden) concludeert dat, hoewel het project nog niet lang genoeg loopt voor definitieve conclusies in 2022 vermoedelijk een volgende fase kan worden ingezet: meer natuureilanden in ‘het blauwe hart’ van Nederland. De visdiefjes kunnen wel kraaien van plezier.

De Marker Wadden zijn toegankelijk voor bezoekers. Voor bezitters van een eigen boot biedt het haveneiland zo'n dertig ligplaatsen (vol is vol, reserveren niet mogelijk). Vanwege het coronavirus varen tot 1 juli geen veerboten naar het eiland. Natuurmonumenten.nl  

Nieuwe natuur 

‘Nieuwe natuur’ is niet onomstreden. De aankoop van boerenland gaat vaak niet zonder slag of stoot. Er is weinig grond beschikbaar, de prijs is hoog. Kern van het bezwaar van sommige ecologen is dat er, in tegenstelling tot ‘wilde natuur’, wordt ingegrepen door de sterk sturende mens. Ze noemen het natuurvervalsing.

Anderen accepteren dat als gegeven en zien het als logische compensatie voor het verdwijnen van oorspronkelijke natuur en het dreigende uitsterven van plant- en diersoorten.

In 2013 sloten provincies het Natuurpact. Volgens dat verdrag zou vóór 2027 samen 80 duizend hectare nieuwe natuur moeten worden aangelegd bij het Natuurnetwerk Nederland, dat nu bestaat uit ongeveer 690 duizend hectare grond.

Vorig jaar beklaagden Marc van den Tweel (algemeen directeur van Natuurmonumenten) en ANWB-directeur Frits van Bruggen zich erover dat er weinig schot in zit. ‘Enkele provincies doen weinig tot niets meer aan natuurontwikkeling’, constateerden zij in dagblad Trouw, sinds 2011 stagneert volgens hen de aanschaf en inrichting van hectaren voor natuur. ‘Om de belofte waar te maken, moet de komende negen jaar nog 44 duizend hectare nieuwe natuur worden gerealiseerd. Als we in het tempo van de afgelopen jaren verdergaan, wordt het Nationaal Natuurnetwerk pas in 2049 voltooid. Twintig jaar later dan beloofd.’

De laatste gegevens over nieuwe natuur zijn van het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij: in 2018 heeft Nederland er ruim drieduizend hectare nieuw ingericht natuurgebied bij gekregen.

Een makkelijk succes is het maken van natuur ook al niet. Veel ‘nieuwe natuur’ werd afgelopen decennia gepland op voormalige landbouwgronden. Dat werd niet altijd een succes: vaak werd niet onderzocht hoe diep meststoffen nog in de bodem zaten. Op vruchtbare bodems, met veel meststoffen, krijgen snelle groeiers de overhand. Soms werd te weinig afgegraven, waardoor de groene oase op de tekentafel in de praktijk al snel veranderde tot een woestenij, met boomgroei en te weinig ruimte voor dieren en planten die zouden moeten verschijnen.

‘Minstens de helft van de nieuwe natuurgebieden in Overijssel is mislukt’, berichtte RTV Oost dan ook in 2013. Nieuwe natuur die niet goed onderhouden en beheerd wordt, leidt onherroepelijk tot bosvorming. Ook dat is natuur, maar vaak niet de gewenste natuur die ruimte moet geven aan planten- en diersoorten die het elders moeilijk hebben.

De prijs van een eiland

De aanleg van de eerste fase van de Marker Wadden heeft 78 miljoen euro gekost. Mede dankzij een bijdrage van de Nationale Postcode Loterij (van 7 miljoen euro) kon Natuurmonumenten de eerste 15 miljoen bijdragen. De ministeries van Landbouw, Natuur en Visserij (LNV) en van Infrastructuur en Waterstaat gaven 30 miljoen, de provincie Flevoland financierde 3,5 miljoen en Natuurmonumenten nog eens 1,5 miljoen. Met dat geld kon het eerste en grootste eiland van het ontwerp van Boskalis worden aangelegd.

Voor de aanleg van de volgende vier eilandjes van de groep was 28 miljoen euro extra nodig. Het werd bekostigd door de Rijksoverheid (ministerie van LNV 4 miljoen, ministerie I en W 3 miljoen) en de provincies Noord-Holland (4 miljoen) en Flevoland (3 miljoen). Daarnaast schonk Natuurmonumenten nog eens 14 miljoen euro, mede dankzij een tweede bijdrage van de Nationale Postcode Loterij, maatschappelijke organisaties, haar eigen leden en bedrijfsleven.

Meer over