bericht uit

Zo is mijn Chinese buurman uit een arme volkswijk snel rijk geworden

Er liggen brokken steen op mijn vloer en er zitten gaten in de muur. Er zijn leukere dingen om aan te treffen als je thuiskomt van een reis, maar ik schrik er niet meer van. Mijn buurman is aan het renoveren, en heeft weer eens tot in mijn huiskamer geboord. Ik neem foto’s, stuur ze hem en krijg een bericht retour dat hij binnenkort een mannetje stuurt.

Leen Vervaeke
Bij thuiskomst in Beijing trof correspondent Leen Vervaeke een gat in haar muur. Beeld Leen Vervaeke
Bij thuiskomst in Beijing trof correspondent Leen Vervaeke een gat in haar muur.Beeld Leen Vervaeke

Mijn buurman is al maanden aan het verbouwen, en ik verbouw ongevraagd mee. Toen het werk net was begonnen en ik regelmatig moest vluchten voor het monsterlijke lawaai van de drilboren, grapte ik dat hij ooit eens recht door de dunne muren zou boren. Een paar dagen later kwam ik thuis en zat er een enorm gat in de muur van mijn woonkamer. Mijn grap was realiteit geworden.

Er volgden enkele bizarre gesprekken: de buurman wilde de schade wel herstellen, maar pas als het hem uitkwam. Ik wilde dat hij onmiddellijk kwam en zelf het puin ruimde. Maar wat ik ook zei, buurman deed zijn zin: hij hield zich aan geen enkele afspraak, en drong uiteindelijk mijn huis binnen – via de poetsvrouw, die me in paniek belde – om in mijn afwezigheid lekker te klussen.

Het was een frustrerende ervaring, maar in China leer je dit soort toestanden ‘interessant’ te noemen. Dat is de minst pijnlijke manier om ermee om te gaan.

Gouden ketting

Het interessante aan deze ervaring was dat ik mijn buurman beter leerde kennen. Ik vond hem altijd al fascinerend: een vijftiger met bovenop zijn kale hoofd een toefje geblondeerd haar, en boven zijn doorgaans ontblote bovenlijf een gouden ketting. Het Chinese neefje van de familie Flodder, maar dan met een appartement in het centrum van Beijing (geschatte waarde: 1,8 miljoen euro).

Buurman was tot nu toe altijd vriendelijk maar terughoudend geweest. Het gat in onze gemeenschappelijke muur brak het ijs: hij leidde me rond in zijn tot bouwwerf omgetoverde appartement. Hij somde trots al zijn plannen op – marmeren vloeren, hyperuitgeruste keuken – telkens met het prijskaartje erbij. Het pronkstuk: een lift van meer dan 10.000 euro.

Nu moet ik even uitleggen: buurman en ik wonen allebei in een duplex op de vijfde etage van een gebouw zonder lift. Hij moet dus sowieso vijf etages trappen op, maar heeft er 10.000 euro voor over om het laatste stukje naar zijn eigen bovenetage per lift te doen. Dat klinkt als iemand die geld over heeft.

En inderdaad, kort daarna vertelde buurman met zichtbaar genoegen dat hij niet één, maar vier appartementen in Beijing bezit. Hoe hij dat heeft klaargespeeld? ‘Gekregen’, zei buurman. ‘Van de Communistische Partij.’

Arme volkswijk

Het zit zo: tot de eeuwwisseling woonde buurman in een vervallen huis in een arme volkswijk. Maar toen zijn huis werd gesloopt voor een nieuwbouwwijk, werd hij gecompenseerd met een nieuw appartement van evenveel vierkante meter. Ook zijn vrouw kreeg een appartement, en via verhuur breidden ze hun imperium uit. Nu zijn ze multimiljonair, met een portret van Mao aan hun muur.

In het Chinees is er een woord voor mensen (of hun nakomelingen) die snel rijk zijn geworden door de sloop van hun woning: ‘chai’erdai’. Vrij vertaald: sloopvergoedingspatjepeeërs. Volgens het Chinese Wikipedia zijn ze vaak laag opgeleid, ongemanierd en arrogant, en geven ze hun geld uit aan de gekste dingen. Dat deed bij mij wel een belletje rinkelen. Niet de ideale buurman, wel interessant.

Meer over