Zo Hard als het hout van de jeneverbes

In hoog tempo is Nederland op weg een land te worden zonder boeren, een 'ontboerde natie'. Sietse van der Hoek schetst die ontwikkeling in een reeks reportages....

Meer dan anders staan ze, in tijden van mond- en klauwzeer, met de fiets aan de hand de toestand te bespreken op de Veluwe. 'Waarom moeten ze dood?', zegt de één. 'Het is een politiek spel', zegt de ander. 'Dit komt Den Haag allemaal heel goed uit', zegt de derde. 'Ja', beaamt de vierde, 'want ze willen de grond op de Veluwe vrij hebben voor recreatie en daarom moet de boer weg.'

Schoolmeisjes in lange rokken fietsen langs omvergewaaide of -gegooide afzettingshekken en de borden met 'verboden te betreden'. Een grote blauwe me-bus blokkeert de weg naar Oosterwolde. Het is pittoresk aan de Zomerdijk langs de voormalige Zuiderzee: kuddes zwarte en witte schapen, rieten daken op keuterboerderijtjes. Nunspeet, Elspeet, Epe, Oene, rood-wit-groene luiken aan weerszijden van de ramen. In Kootwijkerbroek jaagt de Mobiele Eenheid de boerenmenigte uiteen.

De verleiding is groot een verband te vermoeden tussen orthodoxe christelijkheid en bio-industrie. Immers, op de Veluwe zitten de hokken vol kalveren en kippen en is men de fundamentalistische variant van het protestantisme toegedaan, en in Noord-Brabant mest men varkens en zijn ze steiler rooms-katholiek dan elders. De grote rivieren zijn de grens. Je ziet het aan de godshuizen dat hier twee elkaar verketterende godsdiensten tegenover elkaar gestaan hebben. Nergens in Nederland zoveel eind-negentiende eeuwse neogotiek als aan de zuidkant van Waal en Maas, ten noorden waarvan de Bible Belt zich manifesteert in donkere, naar binnen gekeerde kerkgebouwen.

Nog een overeenkomst tussen Brabant en de Veluwe: zandgronden, woeste gronden die gedurende eeuwen eigendom waren van adellijke families of rechtstreeks van de bisschop van Utrecht, de graaf van Gelre of de hertog van Brabant. Onland. Rond 1800 bestond de Nederlandse bodem voor ongeveer een derde uit woeste grond en de Veluwe en Noord-Brabant bleven heel lang wildernis. 'Een schier eindeloos kaal landschap, een wijde lege ruimte, stug, onvriendelijk, soms vijandig en ongenaakbaar, in het beste geval onverschillig ten opzichte van de mens die ze wilde betreden', aldus Auke van der Woud in zijn boek Het lege land. Hij citeert uit het reisverslag van twee heren die zich in 1841, met gesloten ogen achter hun gids aan, door de zandvlakten ten zuidwesten van Beekbergen worstelden: 'Het was bijna onmogelijk tegen den ruw waaijende zuidwesten-wind, die als een halve storm ons telkens met het opstuivende zand in het aangezigt geselde, voort te kunnen dringen. Hoe menigwerf zeide ik tot mij zelven: men behoeft waarlijk niet naar Afrika te reizen om zich een denkbeeld van zandwoestijnen te vormen.'

De onderzoeker B. W. A. E. Sloet tot Oldhuis ziet in 1853 hoe er op de Veluwe langs de Zuiderzee nederzettingen ontstaan van armen in hutten op de heide. Die leven van het binden van heidebezems en boenders, het maaien van heide voor de bakker, het zoeken en verkopen van bosbessen, wilde hop, vlierbessen, eikels, die zich verhuren voor landarbeid bij grotere boeren en die thuis een eigen stukje grond hebben met een geit en een kalf. Pas tegen het eind van de negentiende eeuw, met het beschikbaar komen van kunstmest en een zich dan uitbreidende zuivelindustrie, lukte het veel van de hutbewoners keuterboertje op het zand te worden.

Een groot deel van de na-oorlogse Veluwse bevolking is afkomstig uit deze vaak illegale huttenkolonies. 'Nazaten van armoedige kolonisten, landarbeiders en verarmde boeren, bij wie de gehechtheid aan een eigen stukje grond en de drang naar zelfstandigheid diepgeworteld schijnen te zijn', schrijft Henk de Haan in zijn bijdrage De Veluwse boer en de moderne landbouw aan de in 1995 verschenen studie van de Lanbouwuniversiteit Wageningen Anderhalve eeuw Gelderse Land bouw. 'Het schrapen en sloven, en de bereidheid alles aan te pakken om uiteindelijk een eigen bedrijf te hebben en te houden, heeft het karakter van de Veluwse boer gevormd.' Hij citeert H. Gazenbeek, de grote Veluwe-kenner, die spreekt over de 'onbuigzame, taaie Veluwsche boer: Deze boer, stroef, stug en hard als het donkerroode hout van den eenzamen jeneverbes, die aan den rand van het barre stuifzand een moeilijk bestaan voert, geteisterd door de elementen, maar nochtans onverzettelijk en grimmig standhoudend op de plaats hem door het lot toegewezen.'

Zelfstandigheid en bedrijfsvrijheid zijn de Veluwse boer bijna heilig te noemen principes, overheidsbemoeienis met de bedrijfsvoering wordt nauwelijks of niet geduld. 'Wat dat betreft bestaat er op de Veluwe een lange geschiedenis van verzet', schrijft De Haan in 1995, verwijzend naar botsingen omtrent ruilverkavelingen, Landbouw schap, Boerenpartij, opgelegde moderniseringen, inenting van dieren en kunstmatige inseminatie. 'In de rangorde van vakantiegebieden in Nederland mag de Veluwe de Noordzeekust dan wel van de eerste plaats hebben verdrongen, de Veluwenaar zelf komt vooral in het nieuws als een wat wereldvreemde figuur. We kennen de Veluwnaar slechts uit fotoboeken over schilderachtige boerenkarakters en uit kranteberichten over weigeringen gehoor te geven aan de verplichte vaccinatie van vee of gewelddadig optreden tegen ambtenaren.'

Kootwijkerbroek is dus niks nieuws. Zoals er veel meer continuïteit in de historie van de Veluwe is dan de rest van Nederland denkt te weten, meent Jan Bieleman van de vakgroep Agrarische Geschiedenis in Wageningen en samensteller van de eerder genoemde studie over de Gelderse Landbouw. 'De Veluwe en de Gelderse Vallei zijn altijd bij uitstek gebieden geweest van de kleine boer en boerengemeenschappen. Die ten onrechte zo vaak als achterlijk en bekrompen zijn getypeerd, ook door landbouwvoorlichters en dergelijk volk. In de zeventiende eeuw al ontstond hier tabaksteelt omdat er in het Westen grote vraag naar was. Die georiënteerdheid op de markt zie je ook in de kalvermesterij en pluimveehouderij, die een geweldige vlucht namen toen heel Europa als afzetmarkt openging. Maar ook al in de achttiende en negentiende eeuw stond de Veluwe bekend om zijn gemeste kalveren.'

Meer over