Zo Frans als stokbrood

Zo ik iets ben, corrigeert H.L. Wesseling een algemeen aanvaarde reputatie van hem, dan ben ik dus een 'eurofiel'. Hij houdt niet van het etiket 'echte francofiel'; dat vindt hij 'een beetje opgeblazen en gewichtigdoenerig'....

Maar, dat valt niet te ontkennen: Wesseling is een soort Frankrijk-specialist geworden, al sinds zijn eerste historische boek, Soldaat en krijger, over de Franse ideeover leger en oorlog aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Toch, schrijft hij in zijn nieuwe bundel Franser dan Frans, is ook die eigenschap 'eurofiel' een beetje raar; 'dat klinkt helemaal als een akelige ziekte'.

Al sinds zijn zeventiende komt hij in Parijs, eerst in 'op ons soort mensen berekende hotels', met een wc op de gang, een gat in de grond, 'het wc-papier uit in stukken geknipte krantenpagina's, geperforeerd en aan een elektriciteitsdraad opgehangen'. Le Monde, 'dat wel'.

Op zijn achttiende drinkt hij thuis een fles eenvoudige bordeaux uit het legendarische jaar 1947. Het is zijn 'eerste grote wijnervaring'; sinsdien is Wesseling een gastronoom en kelderbezitter die in ongeveer alle Franse driesterrenrestaurants heeft gegeten en alle Franse wijngebieden heeft bezocht.

Hij schrijft in Franser dan Frans over gastronomie, over de uitvinding van het restaurant, over Anthelme Brillat-Savarin en zijn Physiologie du golassieke wijsheden als: 'Een dessert zonder kaas is als een mooie vrouw met oog.'), over stokbrood, de Michelingids over het verschil tussen een brasserie en een bistro.

Na een bezoek aan de Parijse Brasserie Balzar, bij de Sorbonne en het Coll de France, vroeg iemand Wesseling wat nu precies het verschil is. Het deed hem denken aan het verhaal van de ontdekkingsreiziger aan wie na zijn terugkeer uit Afrika gevraagd werd hoe een giraffe eruitzag en niets beters wist uit te brengen dan: 'Hij is moeilijk te beschrijven, maar makkelijk te herkennen.'

In al zijn beschouwingen, over 'leven als God in Frankrijk' of de intellectueel ('een Franse uitvinding'), over De Gaulle en Europa of de Dreyfus-affaire, is Wesseling een historicus die precies analyseert en het tegelijk ook allemaal heel joyeus opschrijft.

Hij heeft het in een stuk over de Franse Revolutie, eerder verschenen in Oorlog lost nooit iets op, over een misschien 'onvergeeflijke romantische impuls', misschien 'de erfenis van lang vervlogen geschiedenislessen', toen in de laatste schooljaren de hele geschiedenis om die revolutie draaide.

'Ik behoor', schrijft hij, als ging hij te biecht, 'tot degenen die het bloed nog altijd iets sneller door de aderen voelen stromen bij het horen van die drie onvergetelijke Franse woorden: libertlitfraternitAls stokbrood: Franser dan Frans.

Meer over