'Zo, en nu wil ik in een Boeing'

Een minumumleeftijd waarop je mag vliegen is er niet. Daarom begon luchtvaartpark Aviodrome in Lelystad vorig jaar met vlieglessen voor kinderen....

Zelfverzekerd, alsof ze nooit anders heeft gedaan, stapt Eva Shair-Ali op het platform in een roodwitte Cessna. Het oude vliegtuigje lijkt vanbinnen op een jaren-vijftigauto met zijn rode, skaileren bekleding, gekleurde lampjes, klik-klakschakelaars en chromen deurklinken.

‘Kussentje!’, roept de piloot naar een collega, zodra hij ziet dat Eva’s hoofd niet boven het dashboard uitkomt. En tegen Eva: ‘Je wilt natuurlijk wel kunnen zien welke kant je op moet sturen.’

Piloot Gijs Janssens en collega Stefan Affourtit hebben deze morgen vliegles gegeven aan acht kinderen, die aansluitend een eenmotorig toestel mogen besturen. ‘Wie heeft er al eens gevlogen?’ vroeg Affourtit. Vingers schoten in de lucht. ‘Ik ben naar een warm land geweest!’, riep Jelle Bosman, die de les voor zijn elfde verjaardag heeft gekregen. De piloten kregen er lol in. ‘Nou, vandaag gaan we niet naar een warm land – vandaag halen we, als de mist optrekt, met een beetje geluk Harderwijk.’

Het is mistig deze woensdagmiddag. Grijze wolken ontnemen elk uitzicht op de hemel boven het luchtvaartthemapark Aviodrome in Lelystad. De piloot gespt Eva’s riem dicht en zet het meisje een grote koptelefoon op.

– ‘Hoor je mij?’

Eva’s bevestigende antwoord klinkt metalig over de radio.

–‘Mooi. Dan wens ik jou een heel goeie vlucht.’ De piloot zoekt contact met de verkeerstoren, vraagt toestemming voor vertrek en schuift al taxiënd, met één hand aan de stuurknuppel, Eva’s stoel naar voren. Sierra Mike Alpha, go ahead sir, kraakt een stem over de radio. Janssens laat de motor brullen en geeft gas. Het toestel schiet vooruit, de snelheidsmeter kruipt omhoog. Bij 180 kilometer per uur trekt Janssens zijn stuurknuppel naar achteren en komt de PH-SMA los van de grond. Een vlucht ganzen zeilt onder het toestel door, weidse weilanden veranderen in een mozaïek van groene puzzelstukjes. ‘Okee, nou jij Eva! Hou ’m recht!’

Eva klemt haar handen rond het stuurwiel en kijkt nonchalant over haar schouder naar de diepte, alsof ze al jaren op een lijndienst vliegt. Ze maakt een bocht, hoog over de hoogste bomen, laag genoeg om niet in de mist te verdwijnen. ‘Heel goed Eva. Hou het stuur maar losjes vast, vliegen is eigenlijk heel gemakkelijk, zie je?’

In de briefingroom, met behulp van een schaalmodel Cessna, leerden zes jongens en twee meisjes een uur geleden hoe luchtdruk een vliegtuig de hoogte in duwt. Dat een stuurknuppel niet alleen naar links en rechts, maar ook naar voren en naar achteren kan. Dat snelheid in de luchtvaart niet in kilometers, maar in knopen wordt aangegeven. En dat de Cessna waarin ze mogen vliegen zo’n drie kilometer hoog kan. Ouders waren bij de theorieles niet toegestaan; dan durven de kinderen geen vragen te stellen, had Janssens gezegd. Ze mogen tegen betaling wel mee de lucht in.

Het toestel klimt tot 1000 voet, zo’n 300 meter. Recht voor de cockpit ligt het Markermeer, waarop zeilboten schuimende sleepsporen trekken. Rechts weerkaatst de koepel van het Dolfinarium in Harderwijk het vale zonlicht. In de diepte loopt de A6 als een lang, zilveren lint dwars door omgeploegde akkers. ‘Zie je die autootjes?, vraagt de piloot. ‘Die gaan 100 kilometer per uur. Wij gaan 200, dus we halen ze allemaal in.’

Heel gek – in de wet staat niets over een minimumleeftijd waarop je mag vliegen, zegt woordvoerder Peter van de Noort van Aviodrome. Dat geldt wel voor een rij- of vaarbewijs, maar niet in de luchtvaart. Om die reden, en om de grote vraag die er was, is het themapark vorig jaar met kindervlieglessen begonnen. Al binnen een jaar steeg het duizendste kind op. ‘Voornamelijk jongens melden zich aan’, zegt Van de Noort. ‘Velen van hen willen piloot worden.’

Piloot lijkt ook Eva Shair-Ali geen gek beroep. Gijs Janssens wijst haar op wat hij vanmorgen heeft verteld: ‘Dit is de toerenteller, dat is de brandstofmeter, dat ding daar meet de temperatuur. En kijk es aan deze kant Eva! Hier links door mijn raampje, daar vliegt een groep zwanen. Prachtig hè?’

Na ruim een kwartier neemt hij het roer weer van het meisje over. Het toestel daalt, de start- en landingsbanen van het luchtvaartpark komen dichterbij, evenals de windzak die wappert bij het platform waar de Cessna is opgestegen. Omstanders fotograferen het binnenrijdend toestel.

Eva – ‘Ik kon echt voelen dat ik vloog, en niet de piloot’ – schudt Janssens de hand, steekt haar handen in haar broekzakken en loopt geroutineerd de verkeerstoren binnen, waar ze een oorkonde krijgt uitgereikt. ‘Zo’, zegt de elfjarige, terwijl ze naar een groot vliegtuig op het terrein van het museum wijst. ‘Nu wil ik in die Boeing.’

Meer over