'Zo doen wij dat nu eenmaal al heel lang'

Ridders, broeders en regenten. Utrecht telt nog charitatieve instellingen die, net als in vervlogen tijden, aalmoezen aan minder bedeelden verstrekken....

TEKST MICHIEL HAIGHTON

Achttien heren op leeftijd, niet van de minste komaf, die zich tot in detail buigen over de hulpaanvraag van een alleenstaande moeder die een naaimachine ter waarde van tweehonderd euro nodig heeft.

De 'eerste Huismeester' van het Broederschap van het Evert Zoudenbalch Huis, Jacob Six, erkent dat het misschien een wat 'regentekse' manier van charitas is. 'Maar zo doen we dat nu eenmaal al heel lang. En bovendien kunnen we op deze beproefde wijze goed de vinger aan de pols houden.'

Minimaal zes keer per jaar komen de achttien broeders zichzelf ook wel regenten noemend bijeen in de met goudlederen behang beklede bestuurskamer van het Evert Zoudenbalch Huis aan de Nieuwegracht.

Bij die gelegenheid toetsen de heren onder voorzitterschap van de eerste Huismeester of de binnengekomen hulpaanvragen aan de doelstelling van de stichting Evert Zoudenbalch Huis beantwoorden: 'In nood verkerende jeugd in en om Utrecht hulp verlenen.'

De naaimachine van de alleenstaande moeder valt daar wel degelijkonder: met het apparaat kan de tegen de armoedegrens levende vrouw als kledingmaakster wat bijverdienen zodat zij haar kinderen iets extra's kan toestoppen.

Het verzoek voor een naaimachine is overigens niet rechtstreeks door de moeder aan het Evert Zoudenbalch Huis gedaan. De stichting neemt nadrukkelijk geen particuliere verzoeken om bijstand in behandeling. Volgens Six is het ondoenlijk om te controleren of de aanvrager wel 'te goeder trouw is', en of het geld wel voor het juiste doel wordt aangewend.

Om die reden leunt de stichting sterk op de expertise van professionele hulpverleners zoals het Bureau Jeugdzorg (van wie de naaimachine-aanvraag afkomstig is) en Vluchtelingenwerk. Alleen via dit soort instanties wordt bijstand aan in nood verkerende particulierengen verleend.

Jaarlijks fourneert het Evert Zoudenbalch Huis ruim honderdduizend euro aan verschillende jeugdhulpinitiatieven. Het rentedragende vermogen van het Evert Zoudenbalch Huis bedraagt circa vijf miljoen euro. 'Ook bezitten we her en der in de regio nog wat boerderijtjes. Maar de pacht die dat opbrengt, is vrijwel verwaarloosbaar.'

Van het broederschap kan niet iedereen lid worden: je moet ervoor worden gevraagd. 'Het helpt daarbij als je van adel bent', zegt Six, zelf ook van adel. Maar noodzakelijk is het zeker niet, zegt hij. 'Het belangrijkste is dat je een bepaalde expertise in huis hebt. Zo hebben we een bankier in ons midden, die mede waakt over het vermogen van de stichting', aldus Six, die zelf werkzaam is als cardioloog.

Nieuwe broeders worden uit 'eigen kring' geselecteerd. 'Iemand moet zich hier natuurlijk wel thuis voelen.' Was vroeger het broederschap volgens Six een 'onderonsje van de Utrechtse notabelen die elkaar via dit mannennetwerkje de bal toespeelden', vandaag de dag is dat volgens hem geenszins meer het geval. 'De liefdadigheid staat voorop. Daarna komt de vriendschap, en pas dan de traditionele franje van het broederschap.'

Utrecht kent meer charitatieve vermogensstichtingen waar traditie en aalmoes hand in hand gaan. De Johan van Drongelenstichting bijvoorbeeld, is gelieerd aan de eeuwenoude Ridderlijke Duitse Orde Balije van Utrecht. De stichting voorziet in 'noodhulp' aan gehandicapten.

Jaarlijks hebben de Utrechtse ridders voor dit doel circa 750 duizend euro te besteden. De inkomsten van dit fonds worden gegenereerd uit pachtgelden: de Duitse orde bezit van oudsher nog heel veel boederijen en landerijen in Nederland.

Het aan de Maliesingel gevestigde Karel Frederik Hein Fonds is van een veel recentere datum, en heeft ook een 'volkser' karakter. De stichting is in 1936 opgericht door de tot Nederlander genaturaliseerde Duitser Karl Friedrich Hein uit Bilthoven. Geboren als zoon van een Duitse trambaanopzichter, emigreerde Hein in 1886 naar Nederland waar hij carri maakte bij de Steenkolen Handelsvereniging (SHV). Hier schopte hij het tot procuratiehouder en directeur.

Bij zijn dood in 1945 na een aanrijding door een Duits legervoertuig, enkele weken vde bevrijding liet de vrijgezel Hein, die altijd zeer sober had geleefd, zijn aanzienlijke vermogen na aan de door hem zelf opgerichte liefdadigheidsstichting. Die kreeg als doelstelling mee: 'het doen van uitkeeringen voor opvoeding, studiedoeleindenen/of levensonderhoud'.

In het overigens niet onaardige onderkomen van het K.F. Heinfonds aan de Maliesingel ontbreekt het aan de historische grandeur van het Evert Zoudenbalch Huis en het Duitse Huis van de Duitse Orde aan de Springweg. Maar het bedrag dat de stichting jaarlijks aan giften heeft te vergeven, compenseert dit gemis weer volledig. De stichting spendeert jaarlijks miljoenen aan natuurbehoud, monumentenzorg, volksgezondheid, cultuur en maatschappelijk werk. Alles in en rondom de stad Utrecht.

Het bedrag dat aan bijzondere noden van particulieren wordt uitgegeven is beduidend lager: ruim 175 duizend euro in 2002. Maar het bedrag groeit de laatste jaren, zegt directeur Lianne Peters. 'De overheid trekt zich meer en meer terug van het terrein van de zorg, en laat die taken in toenemende mate over aan het particulier initiatief.'

Toch zegt Peters ertegen te willen waken dat deze 'vangnetfunctie' leidt tot oneigenlijk gebruik. 'We moeten oppassen niet de problemen te gaan oplossen die eigenlijk bij de overheid horen.'

Meer over