Volkskrant-onderzoek

Zo denkt uw raadslid over het gemeentewerk: hoog afbrandrisico maar de democratie werkt goed

Ze maken zich zorgen over het functioneren van de lokale democratie, maar zijn ondanks de werklast, bedreigingen en de soms gepolariseerde sfeer in het gemeentehuis vastbesloten nog eens vier jaar hun kiezers te dienen. De Volkskrant vroeg bijna alle gemeenteraadsleden in Nederland naar hun mening.

Mark Misérus
 Verkiezingsborden langs de Hofvijver in Den Haag.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Verkiezingsborden langs de Hofvijver in Den Haag.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

1. 40 procent vindt het werk te zwaar

Ze is 85 en plakt er nog eens vier jaar in de gemeenteraad aan vast – als de kiezer dat tenminste ook wil. ‘Het is mijn passie om er te zijn voor de burgers en ondernemers die hulp nodig hebben’, laat de Amsterdamse Wil van Soest in de Volkskrant-enquête weten. Ze geniet enige bekendheid als het oudste raadslid van Nederland.

Van de 1.776 gemeenteraadsleden die de vragenlijst invulden (de Volkskrant benaderde 8.307 raadsleden), heeft 80 procent zich opnieuw verkiesbaar gesteld. Omdat ze zich verantwoordelijk voelen voor hun gemeente. Omdat hun werk er nog niet op zit. Omdat gemeenteraadslid zijn onderdeel is geworden van hun identiteit. Of simpelweg omdat hun partij te weinig andere kandidaten kan vinden.

De paradox: bijna iedereen wil nog vier jaar door, terwijl 40 procent van de raadsleden het werk eigenlijk te zwaar vindt. De combinatie met een gezinsleven en een baan ernaast vergt veel.

Het raadswerk is door de jaren heen stukken zwaarder geworden, merkt Ger Luit, veteraan in de Brunssumse gemeenteraad. ‘De informatiestromen zijn geëxplodeerd, ook door alle regionale samenwerkingsverbanden. Vroeger kreeg ik een dikke envelop met stukken, die las ik in het weekend door. Dat lukt me nu niet meer.’

Lang niet iedereen vindt het raadswerk net zo leuk als vroeger. Ook in het gemeentehuis is het debat steeds meer gepolariseerd. Er wordt harder gedebatteerd, meer op de man, soms voorbij de grenzen van het fatsoen. ‘Men bedrijft politiek voor de bühne’, vindt Luit. ‘Het gaat er vooral om hoe het naar buiten smoelt.’

‘En wat voor zin heeft het eigenlijk om je collega-raadsleden af te branden?’, vraagt Fred Rijkens, PvdA-fractievoorzitter in de gemeente Hof van Twente, zich af. ‘Raadsleden overschatten de waarde van dat ruziemaken. Zoiets is heel erg naar buiten gericht, maar geen krant schrijft daarover. Het is alleen maar angst. Angst dat je in het verkeerde kamp wordt ingedeeld.’

null Beeld

Bedreigingen en intimidatie

Soms is er sprake van meer dan harde woorden alleen. Een kwart van de raadsleden heeft zich weleens bedreigd of geïntimideerd gevoeld tijdens zijn politieke carrière. De mate waarin verschilt nogal: van kogelbrieven, kraaienpoten voor de deur en een steen door de ruit tot verbale intimidatie (‘Ik weet waar je woont’). Het kabinet is bezorgd over de veiligheid van raadsleden, wethouders en burgemeesters en trekt de komende tien jaar 100 miljoen euro uit voor het versterken en beschermen van het lokaal bestuur, maakte minister Hanke Bruins Slot (Binnenlandse Zaken) deze week bekend.

Raadsleden weten bij welke onderwerpen de gemoederen zo hoog kunnen oplopen dat ze soms via de zijingang het stadhuis binnengeloodst moeten worden. Dat gebeurt het vaakst bij de komst van een asielzoekerscentrum of het debat over windmolens (en de energietransitie in bredere zin). Ook explosief: de kleur van Zwarte Piet tijdens de lokale intocht en de terugkerende vraag of de gemeente geld in de lokale betaaldvoetbalclub moet steken.

Bijna nooit leidden geweld of bedreigingen tot een aangifte, vaak omdat niet precies duidelijk is wie erachter zat. En vrijwel altijd ging het raadslid door met zijn werk. ‘Het hoort er tegenwoordig helaas bij’, verzucht een van hen. Het helpt om met mensen in gesprek te gaan, of letterlijk je hand uit te steken als iemand dreigend op je afkomt, is de oplossing van een ander.

‘We nemen beslissingen over iemands achtertuin’, stelt een raadslid nuchter vast. ‘Dat valt niet altijd in goede aarde.’

null Beeld

2. 61 procent heeft geen grip op een kwart van de gemeentelijke uitgaven

Dictaturen van de meerderheid worden ze genoemd in de enquête. Een zwart gat. Ondemocratische monsters. Zo verdeeld als de raadsleden op veel andere terreinen zijn, zo eens zijn ze het over de regionale samenwerkingsverbanden. Daarin worden zaken besproken die te groot zijn voor gemeenten afzonderlijk: bijvoorbeeld de jeugdzorg en de GGD, maar ook de afvalinzameling en belastinginning.

Van alle raadsleden zegt 61 procent geen invloed te hebben op deze samenwerkingsverbanden. Gemeenten tuigen deze op om samen slagvaardiger te kunnen opereren, alleen staat de gemeenteraad er vaak op grote afstand van. Zo zijn het de burgemeesters die zitting hebben in een Veiligheidsregio (voorheen vooral voor calamiteiten, de laatste twee jaar in het nieuws vanwege de corona-aanpak) en maken de wethouders deel uit van het regionale GGD-bestuur.

‘De uitholling voor de democratie’, noemt Lars Dignum van de Schagense partij Jess Lokaal de regionale samenwerkingsverbanden: ‘Iedereen gaat er zo weinig over dat niemand erover gaat.’

Zijn punt: er heeft zich een extra bestuurslaag gevormd die uit nood is geboren, omdat gemeenten hun taken niet meer kunnen uitvoeren. ‘Ik maak me hier echt zorgen over. Zeker bij grote dossiers als de milieudiensten en de GGD weet je niet precies wat er speelt.’ Een gemeente is gemiddeld bij twintig tot dertig samenwerkingsverbanden aangesloten, concludeerde onderzoeksbureau Kwink vorig jaar.

Borden langs de Hofvijver in Den Haag.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Borden langs de Hofvijver in Den Haag.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Dichtgetimmerd

Raadslid Ger Luit van Progressief Akkoord Brunssum is achterdochtig geworden door de regionale samenwerkingsverbanden, waar volgens hem van alles ‘dichtgetimmerd’ wordt. ‘Als raadslid word je gedwongen erin mee te gaan, onder het mom van: als we het regionaal aanpakken, is het goedkoper en efficiënter. Maar elk jaar moet er geld bij.’

Gemeenten geven inderdaad steeds meer geld uit via regionale samenwerkingsverbanden, constateerden de Stentor, De Gelderlander en Tubantia vorig jaar april na gezamenlijk onderzoek. De uitgaven aan die verbanden zijn opgelopen tot meer dan 16 miljard euro, een kwart van de totale gemeentelijke begroting van 65 miljard. ‘Bizar dat zo’n groot deel van de overheidsbegroting wordt onttrokken aan democratische controle en niemand zich er druk om maakt’, zei hoogleraar economie van decentrale overheden Maarten Allers tegen de kranten.

‘Over het algemeen maken de bestuurders van die regionale verbanden de dienst uit’, zegt Kees van Drunen, GroenLinks-raadslid in Maasdriel. ‘Als raad heb je daar niet direct invloed op, terwijl het wel taken zijn die onder onze bevoegdheid vallen.’

Door de bijeenkomsten beter voor te bereiden en je meer in de dossiers te verdiepen, kun je volgens Van Drunen wel iets meer grip krijgen op wat er wordt afgesproken over de afvalinzameling of de GGD. In Maasdriel krijgen de raadsleden hulp van de griffiers, zodat raadsvergaderingen niet meer overlappen met die van het regionale overleg.

Invloed op wat er in regionaal verband wordt besloten heb je zeker, merkt een raadslid op in de Volkskrant-enquête: ‘Alleen is dat iets anders dan altijd je zin krijgen.’ Om iets gedaan te krijgen in regionaal verband is het, zeker als kleine gemeente met maar één wethouder in het bestuur, essentieel om de samenwerking te zoeken met raadsleden uit andere gemeenten. Met soms een onverwachte meevaller tot gevolg: de motie die Van Drunen in zijn eigen gemeenteraad indiende, werd volgens hem genadeloos gefileerd, maar kon in de naburige gemeente West Betuwe op heel wat meer instemming rekenen.

null Beeld

3. Toch vindt 75 procent dat de lokale democratie een voldoende verdient

Student Steven Bosch had meer verwacht van zijn collega’s in de gemeenteraad in Groningen, waarvan hij nu zelf een jaar deel uitmaakt. ‘Van de 45 raadsleden kun je er – ik chargeer een beetje – 25 wegstrepen’, zegt het enige raadslid van de partij Student en Stad. De raadsleden van een coalitiepartij maken het de coalitie volgens Bosch nauwelijks lastig, de kleinste partijen hebben meestal te weinig slagkracht om de luis in de pels te kunnen zijn.

‘Ik vind dat veel raadsleden hun controlerende taak niet goed uitvoeren’, zegt Bosch. ‘Het is ook moeilijk: er is altijd te weinig tijd en geld.’ Zeker in een gemeente met ruim 200 duizend inwoners als Groningen zou raadslid daarom best een fulltimebaan mogen zijn, vindt hij (66 procent van de raadsleden vindt dat de vergoeding voor het raadswerk niet in verhouding staat tot de tijd die ze eraan kwijt zijn.).

Toch vindt driekwart van de raadsleden dat de lokale democratie een 6 of hoger verdient. En hoewel ook de meeste raadsleden (46 procent) volgens de enquête te spreken zijn over de manier waarop burgers en lokale media toezien op die democratie, maakt een bijna even grote groep (41 procent) zich zorgen. Zo wordt de lokale pers in meerdere gemeenten vooral gezien als doorgeefluik van persberichten van het college van B&W, worden kritische burgers soms niet meer toegelaten tot de interruptiemicrofoon en hamert de burgemeester lastige oppositieleden af.

null Beeld

Meerdere lokale volksvertegenwoordigers vragen zich bovendien af: doet de gemeenteraad zijn werk eigenlijk wel? ‘De raad is op aarde om te controleren of het dagelijks bestuur, het college, de juiste dingen doet in opdracht van de raad’, zegt René Meijer, GroenLinks-raadslid in het Noord-Hollandse Bergen. ‘Maar dan moet je wel slimmer zijn dan een wethouder die alle juridische geitenpaadjes kent.’ Meijer houdt het mede daarom na een jaar alweer voor gezien als raadslid.

‘De raad verzaakt zijn controlerende functie’, is GroenLinkser Van Drunen uit Maasdriel stellig. ‘Vragenstellers worden bestookt omdat ze lastige vragen stellen, goede lokale media hebben we nauwelijks meer. Het college hier wil rust na een paar roerige perioden. Maar rust heb je nu eenmaal niet altijd in de gemeentepolitiek.’

De coronacrisis heeft de zorgen over het functioneren van de lokale democratie versterkt, constateerde vakblad Binnenlands Bestuur in april 2020 – de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden herkende zich in die vaststelling. Vanwege de coronacrisis werden projecten ‘doorgedrukt’ en miljoenen aan noodmaatregelen uitgegeven, zonder dat burgemeesters en wethouders altijd uitlegden waarom. Hoe staan gemeenten er straks ná de crisis voor, vroegen raadsleden zich af.

null Beeld

Voorvergaderen

Het gebrek aan dualisme is zo’n zelfde bron van zorg bij raadsleden. Dat de lijntjes korter worden wanneer je als partij een wethouder levert aan het college, valt misschien te begrijpen. ‘En als er iets is met de kermis, zit ik misschien net even wat dichter bij mijn wethouder’, zegt Brunssummer Ger Luit. ‘Maar bij fundamentele zaken geldt het dualisme. De fractie neemt dan een standpunt in, niet de wethouder.’

‘Iedereen wil altijd maar voorvergaderen’, verzucht Jos Stam, aannemer en gemeenteraadslid van coalitiepartij Gemeentebelangen Opmeer. ‘Wethouders, de burgemeester, fractievoorzitters: ze willen allemaal weten welke kant het opgaat.’ Hij bespeurt angst in het college als er een WOB-verzoek binnenkomt. Je hebt burgers die heel scherp zijn en zelf op onderzoek uitgaan. Maar als het goed is, heb je als gemeente niks te verbergen.’

Verantwoording
Het onderzoek naar de opvattingen van gemeenteraadsleden is gebaseerd op een enquête die is verstuurd naar 8.307 mailadressen van de gemeenteraadsleden. Van een klein deel van de gemeenteraadsleden was geen mailadres te achterhalen. De vragenlijst is door 1.776 personen ingevuld. De respondenten komen uit alle delen van Nederland en zaten zowel in oppositie als coalitie en geven daarmee een goed beeld van de opvattingen van raadsleden. De enquête is uitgevoerd door Erik Verwiel en Fleur de Weerd.

Meer over