REPORTAGE

Zijn we écht minder spiritueel geworden?

Dat de kerken het hebben verbruid bij de Nederlanders wil Mark Hoek van het spiritueel centrum De Regenboogslang in Haarlem best aannemen. Maar dat de spiritualiteit ook buiten de kerk tanende is, zoals kan worden opgemaakt uit het onderzoek God in Nederland: nee, dat gaat er bij hem niet in. 'Laat ik het zo zeggen: het komt niet overeen met mijn waarnemingen. Ik meen te zien dat de alternatieve spiritualiteit groeit en bloeit als nooit tevoren.'

Sander van Walsum
null Beeld Martijn Hol
Beeld Martijn Hol

Dat is ook de inschatting van Kristel Scholte, werkzaam bij spiritueel centrum De Roos in Amsterdam. 'Ik woon in De Pijp, en daar zijn de laatste paar jaar tien yogascholen bijgekomen die vooral door jongeren worden bezocht.' Haar verbaast dat allerminst. 'Spiritualiteit is tenslotte overal: in de soep, in de rijst en in de lucht die we inademen.'

Dat slechts 31 procent van de Nederlanders zichzelf volgens God in Nederland als 'spiritueel' kwalificeert, tegen 40 procent in 2006, zou ermee te maken kunnen hebben dat 'spiritualiteit' minder tastbaar is dan een christelijke geloofsrichting. Het zou zelfs zo kunnen zijn, suggereert Scholte's collega Nicole Tulfer, dat spiritualiteit inmiddels zo sterk gemeengoed is geworden dat veel spirituele mensen zich misschien niet eens zo wensen te noemen. En afgezien daarvan: what's in a name? Tulfer zelf heeft niet zoveel met de 'typisch Nederlandse' neiging om overal maar etiketjes op te plakken.

School voor de Filosofie

Dat spiritualiteit geen marginaal verschijnsel is, kan ook worden opgemaakt uit het onderkomen van De Roos: het luisterrijke pand van de School voor de Filosofie aan de P.C. Hooftstraat, op een steenworp afstand van het Vondelpark. Hier wordt, in serene rust, bijna de klok rond spiritualiteit bedreven in uiteenlopende verschijningsvormen. Filosofen, taoïsten, handlezers, yogaleraren en reiki healers bieden er hun diensten aan. In de winkel op de eerste verdieping, gelegen naast een wintertuin, is lectuur uit een veelheid aan filosofische scholen verkrijgbaar. En een ruim assortiment aan helende stenen en kristallen. Voor solitaire stiltezoekers is er een meditatieruimte waarvan de deur altijd openstaat. De eerste gebruikers van deze ruimte staan 's ochtends vaak al om half negen op de stoep. 'Je kunt hier proeven, ruiken en voelen', zegt Tulfer. 'Maar je hoeft hier niets. In een kerk is dat wel anders.'

Ook in 'gemeenschapsvorming' doet De Roos volgens Scholte niet onder voor een kerkelijke gemeente of een parochie. 'Misschien is de gemeenschap die wij bedienen zelfs wel breder dan die van een kerk.' En bij de cursussen - zoals '365 dagen succesvol' - draait het heus niet uitsluitend om de individu en om diens zelfredzaamheid in een harde wereld. 'Alles draait om het verbinding leggen met de medemens en met de buitenwereld.' Van dat streven is de hele bedrijfsvoering van De Roos doordesemd. 'Na de aanslagen in Parijs zijn we allemaal, ook de bezoekers, bij elkaar gaan zitten en hebben we vijf minuten gezwegen om ons met de slachtoffers verbonden te kunnen voelen.'

Ook buiten de witte muren van De Roos is de spiritualiteit overal voelbaar, zegt Tulfer. 'Het spiritueel bewustzijn is veel verder ontwikkeld dan de structuren waarin de mensen leven: de kantoren met magneetdeuren en met beeldschermen waar mensen met rode ogen achter moeten zitten. Je merkt dat de mensen steeds meer beseffen dat die structuren voor hen niet meer werken.'

Bevrijding van angst

'Spiritualiteit is een bevrijding van de angst waarin de kerken ons ooit gevangen hielden, en waarin banken en verzekeringsmaatschappijen ons nu nog gevangen houden', zegt Mark Hoek. Zijn onderkomen, een voormalig kantoorpand van uitgever Sanoma dat hij mag gebruiken in afwachting van de verkoop, is beduidend soberder dan dat van De Roos. Maar ook hij neemt een groeiende behoefte waar 'om terug te keren naar iets wat de mensen tijdens de volwassenwording zijn kwijtgeraakt.' De kerk is volgens hem niet meer in staat om iets voor de zoekende mens te betekenen. 'Ze heeft als spiritueel instituut gefaald. Ze heeft wel een verbinding weten te leggen tussen het denken en het voelen, maar niet tussen het voelen en het zijn.' Hij meent daar, als aanhanger van de oeroude sjamanistische traditie, beter voor te zijn toegerust. Zo staat vanavond een zogenoemde trance dans op het programma: een ritmische groepsdans waarbij de geblinddoekte deelnemers terugkeren naar het door angsten overwoekerde ik.

God verdwijnt uit Nederland

Om een indruk te krijgen van de veranderingen in het geloofsleven van de Nederlander laat de KRO sinds 1966 elke tien jaar het onderzoek 'God in Nederland' uitvoeren. Uit de publicaties die de laatste vijftig jaar zijn verschenen blijkt een aanhoudende - bij de rooms-katholieke kerk zelfs versnellende ontkerkelijking. Nog slechts een kwart van de Nederlanders rekent zich tot een christelijke kerk (tegen ongeveer 60 procent in 1966).

Onder de katholieken voltrekt zich, aldus de onderzoekers, een 'dubbele secularisering': het aantal ingeschreven kerkleden daalt niet alleen, de achterblijvers nemen ook steeds minder deel aan het geloofsleven.

Ook de Protestantse Kerk in Nederland krimpt, zij het in mindere mate. De kerkleden zijn in de regel actiever dan de katholieke parochianen, en ze zijn minder wankelmoedig in hun geloof. De kleine orthodoxe kerken weten zich het best te handhaven. Jongere gelovigen zijn al met al orthodoxer dan de ouderen.

Onder de niet-gelovigen is de onverschilligheid tegenover de kerken sterk toegenomen. De stelling 'Het zou een goede zaak zijn als de kerken zouden verdwijnen' werd door 19 procent van de seculieren onderschreven (tegen 12 procent in 2006). Bijna de helft was het niet eens/niet oneens met die stelling.

Opvallend is dat het percentage Nederlanders dat zichzelf als 'spiritueel' omschrijft, afnam van 40 procent in 2006 tot 31 procent nu. Ook het aantal 'ietsisten' (mensen die geloven in een hogere macht) en het aantal niet-kerkelijk gelovigen nam af. Bijna een kwart van de ondervraagden noemt zich atheïst, tegen 14 procent in 2006.

Meer over