ReportageBoerenland

Zijn modderkruipers en trilveen de nieuwe vijand van de boeren?

Natuurgebied de Westelijke Langstraat. Een muskusrattenvanger aan het werk.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Natuurgebied de Westelijke Langstraat. Een muskusrattenvanger aan het werk.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Provincies hebben de taak om 80 duizend hectare nieuwe natuur te creëren. Het is een megaproject waar al 25 jaar aan wordt gewerkt. Maar het dreigt te stagneren: alle makkelijke gebieden zijn op. Harde keuzen zijn nodig: gaat Nederland boeren massaal onteigenen? 

Al zijn hele leven boert Adrie Verhoeven op de Bonte Hoeve in Sprang-Kapelle; hij is er geboren (1966) en getogen. Adrie volgde zijn vader op, die de boerderij weer overnam van zijn vader. Op zijn beurt zou hij niets liever doen dan het bedrijf doorgeven aan zijn zoon. Maar dat gaat niet gebeuren. Want Adries grond moet natuur worden.

De zeven hectare achter de Bonte Hoeve zijn nu nog weiland, waarop Adrie in de zomer zijn paarden laat grazen. Een stukje verderop, waar de natuurinrichters al bezig zijn geweest, laat provinciaal projectleider Peter Buster zien hoe het moet worden: smalle stroken ruig grasland tussen greppels waarin het water omhoog komt, omzoomd door elzenhagen. In dit jaargetijde is het nog kaal, zegt Buster. ‘Maar als je in mei of juni komt, dan barst het hier van de zonnedauw, orchideeën en witte lelies.’

Zo zag het gebied eruit toen het acht eeuwen geleden werd ontgonnen. De eerste boeren groeven geulen in het laagveen om het water weg te laten lopen, zodat smalle stroken land (slagen) droogvielen. Het was een landschap dat rijk was aan natte natuur. Met kranswierwateren, blauwgraslanden en trilvenen waar de kleine en grote modderkruiper rondspartelden.

In de loop der tijd werd het oude slagenlandschap verdrongen door de moderne landbouw. De percelen werden vergroot, de greppels gedempt. Er werd een kanaal gegraven om het water sneller af te voeren, de waterstand ging omlaag zodat de koeien droge voeten hielden. Welkom landbouw, vaarwel natuur.

Die ontwikkeling moet worden teruggedraaid, besloot de provincie Brabant. De Westelijke Langstraat, een gebied van 650 hectare tussen Waspik en Waalwijk, moet weer een ‘natte natuurparel’ worden. De waterstand gaat omhoog zodat het kwelwater uit het Brabants Massief kan opwellen uit de bodem. Boeren moeten daarvoor wijken. Want zo hebben we dat afgesproken in Nederland.

Laaghangend fruit

Het gebeurt niet alleen in Brabant. De aanleg van natuurgebied Westelijke Langstraat maakt deel uit van een megaproject dat al 25 jaar gaande is. In 1995 besloot Nederland tot de aanleg van een Ecologische Hoofdstructuur (EHS): een ambitieus netwerk van aan elkaar verbonden natuurgebieden, samen 744 duizend hectare groot.

Dat ging niet zonder slag of stoot. Het eerste kabinet-Rutte (2010-2012) zette het mes erin. Toenmalig staatssecretaris Henk Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie haalde een streep door ruim honderdduizend hectares nieuwe natuur en schrapte verbindingszones. De EHS ging door in een afgeslankte vorm: het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Provincies kregen de taak de NNN af te maken.

In 2013 beloofden de provincies dat zij die klus in 2027 geklaard zouden hebben. Daarvoor moest 80 duizend hectare nieuwe natuur worden gecreëerd. Precies halverwege deze periode is 41 duizend hectare gerealiseerd; nog 39 duizend te gaan. Daarmee lijken de provincies mooi op schema te liggen.

Maar de cijfers flatteren, zegt Rob Folkert, onderzoeker van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Tot nu toe zijn vooral de gemakkelijk te verwerven gronden binnengeharkt, aldus Folkert. Wat rest zijn de lastige stukken. Dat blijkt: het tempo van de uitbreiding vertraagt. Als het zo doorgaat, wordt de doelstelling niet gehaald.

‘Het tempo moet omhoog’, beaamt de Zeeuwse PvdA-gedeputeerde Anita Pijpelink, woordvoerder van de gezamenlijke provincies op dit terrein. Dat zal niet eenvoudig worden, waarschuwt ze. ‘Het laaghangend fruit is geplukt. We zijn nu in een fase beland waarin het ingewikkelder wordt.’

Wat daarbij niet helpt, is dat de opgave van provincies er in de loop der jaren alleen maar complexer op is geworden, zegt Pijpelink. De energietransitie met zijn windmolen- en zonneparken is in volle gang, de droogteproblematiek eist aandacht. Dat zijn nieuwe opgaven die ook ruimte vreten. ‘Er is een run op de grond ontstaan. Dat maakt het moeilijker. Maar biedt ook kansen door combinaties van functies te bedenken.’

Onteigening, het redmiddel? 

Tot nu toe hadden provincies hun hoop vooral erop gevestigd dat boeren vrijwillig zouden meewerken om hun grond om te vormen tot natuur of natuurvriendelijke landbouw. Tegen vergoeding natuurlijk. Maar daar komt weinig van terecht, zegt PBL-onderzoeker Folkert. ‘De ontwikkelingen in de landbouw gaan juist de andere kant op: nog meer schaalvergroting, nog meer intensivering. En de vergoeding die de overheid biedt is niet voldoende om ze het roer om te laten gooien.’

Volgens Folkert wordt het daarom tijd zwaardere middelen uit de kast te halen zoals onteigening, waarmee boeren gedwongen kunnen worden om hun grond op te geven. Provincies hebben die bevoegdheid.

Maar onteigening van grond ligt gevoelig. Als je daaraan begint, gaan de hakken in het zand, zegt Pijpelink. In haar eigen provincie begint ze er liever niet aan. ‘In het dna van de Zeeuwen zit diep verankerd dat de grond van jou is en dat de overheid die niet mag afpakken. Wij hebben land gewonnen op het water, onteigenen is in Zeeland echt een no go.’

Pijpelink hoopt nog steeds dat provincies boeren kunnen verleiden door ze een aantrekkelijk aanbod te doen. ‘Misschien dat daarvoor de vergoedingen omhoog moeten. Als wij dit als samenleving willen, moeten we de boeren boter bij de vis geven.’

Er zijn meer provincies die er zo over denken, zoals Drenthe en Friesland. In andere provincies mag onteigening alleen onder strenge voorwaarden. Brabant doet het wel. Maar alleen in uiterste instantie, benadrukt CDA-gedeputeerde Elies Lemkes. ‘Onteigenen zit onder in onze instrumentenkoffer. Ik heb het nog nooit gebruikt. En dat ben ik ook niet van plan. De bedoeling is om er samen met de boeren uit te komen.’

Puzzel

Toch kan alleen al het dreigen met onteigenen effect sorteren, vertelt projectleider Buster, terwijl hij een kaart uitspreidt van de Westelijke Langstraat. Die ziet eruit als een puzzel waarop met gekleurde vakjes het grondbezit is aangegeven. In het gebied zitten 61 grondeigenaren, grote en kleine, met wie de provincie tot een akkoord moet komen. Soms gaat het om land dat al generaties in de familie is. ‘Dat is een emotioneel proces.’

Toch is het al aardig gelukt. Met 42 eigenaren is een overeenkomst gesloten, tegen de rest is een onteigeningsprocedure gestart. In de meeste gevallen heeft dat tot een schikking geleid, tegen vier eigenaren loopt nog een procedure. Onteigenen is geen fijne, maar wel een heldere boodschap, zegt Buster. ‘Het is een stok achter de deur.’

PBL-onderzoeker Folkert denkt dat zonder onteigeningen provincies hun doelstellingen niet gaan halen. ‘Als je snelheid en zekerheid wilt is dat de enige route.’ Onteigenen mag dan een onsympathieke en bewerkelijke manier zijn om boeren van hun land af te dwingen, er zit ook een andere kant aan, zegt hij: het levert ze meer op.

Bij onteigening krijgt een boer niet alleen de waarde van zijn grond, maar ook een vergoeding voor inkomensschade, vermogensverlies en verhuiskosten. ‘Dat kan oplopen tot 40 procent boven de grondwaarde.’ Het is dan ook niet zo gek dat boeren liever wachten met het verkopen van hun grond tot ze onteigend worden, zegt Folkert. ‘Dat kan heel lucratief zijn.’

Nieuw masterplan

Hoe dan ook zal er meer geld bij moeten. Het goede nieuws is: dat geld komt er. Minister Carola Schouten van Landbouw en Natuurbeheer heeft voor de komende tien jaar drie miljard euro extra uitgetrokken voor versterking van de natuur. Dat komt boven op de 415 miljoen euro per jaar die provincies nu al daarvoor hebben.

Het slechte nieuws is: daarmee zijn we er nog niet, zegt Petra van Egmond, programmaleider Nationaal Natuurbeleid bij het PBL. Nederland heeft internationaal afspraken gemaakt in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn voor de bescherming van kwetsbare soorten en landschappen. Met de voltooiing van het NNN wordt 65 procent bescherming gehaald, 35 procent onder de doelstelling.

Wil Nederland die doelstelling halen, dan moet er nog zo’n 150 duizend hectare extra natuur bij komen, rekent Van Egmond voor. Dat komt toevallig overeen met de ambitie die Europese landen hebben uitgesproken om 30 procent van hun grondgebied te reserveren voor beschermde natuur. Nederland zit nu op bijna 26 procent.

150 duizend hectare extra: bijna twee keer zoveel als de opgave waarmee provincies nu al moeite hebben. Of dat realistisch is? Alles kan, zegt de Zeeuwse gedeputeerde Pijpelink. ‘Maar dat gaat dan wel ten koste van iets anders. Ben je bereid om op andere punten een stapje terug te doen? Kan Nederland nog wel de tweede grootste landbouwexporteur van de wereld blijven? Wat hebben wij als samenleving daarvoor over? Dan zul je politieke keuzes moeten maken. Ik denk dat we een nieuw masterplan voor Nederland nodig hebben: wat kan wel en wat niet?’

‘Geen paard in de slaapkamer’

Aan de keukentafel van paardenmelkerij en zorgboerderij de Bonte Hoeve in Sprang-Kapelle krijgt Adrie Verhoeven daarvan de consequenties op zijn bord. Ook tegen zijn grond is de provincie een onteigeningsprocedure begonnen. Wat hem steekt, zegt Verhoeven, is dat de provincie alleen uit is op zijn land, maar niet het bedrijf wil opkopen. ‘Maar zonder land heb ik geen bedrijf. Ik kan mijn paarden moeilijk in de slaapkamer zetten.’

Het gaat allemaal zo langzaam, klaagt Adrie, die al in de klankbordgroep van boeren zat toen eind jaren negentig in de Westelijke Langstraat plannen werden ontvouwd voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Onder Bleker leken die definitief in de kast te verdwijnen. ‘Toen dacht ik: ik kan hier blijven.’

Maar een paar jaar geleden stond de provincie ineens weer voor zijn deur. Ondertussen waren de spelregels veranderd, want onder de EHS waren onteigeningen uitgesloten. ‘Nu zit er ineens dwang op. Dat vind ik onbetrouwbaar van de overheid.’

Het liefst, zegt Adrie, zou hij verhuizen naar een vergelijkbare boerderij met land, in de buurt. ‘Ik heb tegen de provincie gezegd: verras mij maar. Zij hebben mij nodig, ik hun niet. Maar je mag best weten: ik slaap er slecht van.’

Kaart Natura-2000 en Natuurnetwerk Nederland. Beeld CBS, LNV, Bij12
Kaart Natura-2000 en Natuurnetwerk Nederland.Beeld CBS, LNV, Bij12

Een kwart van Nederland is natuur

Hoeveel natuur heeft Nederland? Dat is een simpele vraag waarop het antwoord ingewikkelder is dan je zou denken, zegt onderzoeker Marlies Sanders van Wageningen University & Research.

Om te beginnen: wat is natuur? Volgens Van Dale is natuur ‘dat wat de mens om zich heen ziet als niet door hem gewijzigd’. Als je die definitie strikt hanteert, heeft Nederland geen natuur. Alles wat wij tegenwoordig als natuur beschouwen - heidevelden, stuifzanden en (grotendeels aangeplante) bossen - is door mensenhanden gevormd of beïnvloed.

Om uit te rekenen hoeveel natuur Nederland heeft, turven onderzoekers gebieden waarvoor beschermende maatregelen gelden, zoals Natura-2000 en het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Volgens de Zesde Voortgangsrapportage Natuur was de omvang van het NNN op 1 januari 2020 697 duizend hectare. Tel je daarbij Natura-2000 gebieden op die buiten het NNN vallen en binnenwateren waarvoor ook natuurmaatregelen gelden, zoals het IJsselmeer/Markerwaard en de afgesloten zeearmen in Zeeland, dan komt daar nog eens 234 duizend hectare bij. Dat is bij elkaar 931 duizend hectare, een kwart van de totale oppervlakte land en binnenwater (3,7 miljoen hectare).

De doelstelling van het NNN is om in 2027 uit te komen op 735.474 hectare. Dan zou het percentage uitkomen op 25,9 procent. In de VN Convention on Biological Diversity (CBD) en de EU biodiversiteitsstrategie (EBS) heeft Nederland met andere landen afgesproken dat in 2030 30 procent van het oppervlak beschermd natuurgebied is. Nederland komt dan dus nog 4,1 procent te kort. Dat is ruim 150 duizend hectare.

Meer lezen:

Het gevecht om de grond is in volle gang. De ruimte voor huizen, recreatie, windmolens of voedselteelt wordt schaarser. Dus rijst de vraag wie de grond in Nederland bezit en wie kan bepalen wat er met die grond gebeurt.

In de polder Rijnenburg bij Utrecht woedt het gevecht om de schaarse ruimte. Wat gaat het worden: woningen of windmolens? En wie bepaalt dat?

Wat Nederland nodig heeft, is een minister van Ruimte, zegt (voormalig) Rijksadviseur Berno Strootman. Want als Den Haag niet snel de regie pakt bij de ruimtelijke ontwikkeling van het landschap, dan wordt Nederland ‘één grote hagelslag’.  ‘Ik houd mijn hart vast.’

Meer over