InterviewMohtab Mohamadi

Zij liet duizenden meisjes in Uruzgan toe op haar school, maar is nu gevlucht naar het Groningse Zoutkamp: ‘Hun enige toekomst is nu uitgehuwelijkt te worden’

De Afghaanse schooldirectrice Mohtab Mohamadi (42) ging jarenlang de deuren af in Uruzgan om ouders te overtuigen hun dochter naar school te sturen. Nu zit zij als vluchteling op een kazerne in het Groningse Zoutkamp. ‘Alle dromen van mijn leerlingen zijn in één klap vervlogen.’

Noël van Bemmel
Mohtab Mohamadi verblijft nu in Zoutkamp. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Mohtab Mohamadi verblijft nu in Zoutkamp.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

De enige middelbare meisjesschool in de Afghaanse provincie Uruzgan is gehuisvest in een kloek gebouw met gymzaal en scheikundelokalen in het centrum van het provincieplaatsje Tarin Kowt. Het is elf jaar geleden neergezet door het Australische leger en de Volkskrant bezocht het nog in 2020. Ook Nederland was actief betrokken bij de totstandkoming van de Malilai School, waar meisjes vanaf hun 6de tot hun 17de jaar les konden krijgen.

Beide landen noemen graag deze school – waar vierduizend meisjes zijn afgestudeerd – als voorbeeld wanneer wordt gevraagd wat hun jarenlange inspanning in de afgelegen provincie nou eigenlijk heeft opgeleverd. Bij de opening van het nieuwe Afghaanse schooljaar twee weken geleden, stuurden de Taliban echter alle leerlingen boven de 12 jaar naar huis. Tot verdriet van de 42-jarige schooldirectrice Mohtab Mohamadi, die nu als vluchteling in een kazerne bij het Groningse Zoutkamp wordt opgevangen.

Was u verbaasd toen de Taliban toch alle meisjes boven basisschoolniveau weer naar huis stuurden?

‘De Taliban zijn altijd tegen onderwijs aan vrouwen geweest. Dus nee, het verbaasde me niet, maar het was toch pijnlijk en verontrustend. De school was propvol tijdens de opening van het nieuwe schooljaar. Ik schat dat er zo’n vijftienhonderd leerlingen uit heel Uruzgan aanwezig waren. In sommige van de 35 klaslokalen zaten wel vijftig meisjes. Op dag twee kregen zij te horen dat alleen de leerlingen tot en met groep zes mochten blijven. Iedereen was verbaasd, ook de ambtenaren van het ministerie van Onderwijs. De Malilai School biedt onderwijs tot groep twaalf. Die dag moesten dus ongeveer zes- tot zevenhonderd meisjes weer naar huis. Voor hen is er geen andere vorm van onderwijs en geen internet. Het is zo triest. Hun enige toekomst is uitgehuwelijkt te worden.’

U bent al meer dan zeven maanden op de vlucht. Waarom?

‘Uruzgan is een van de meest conservatieve plekken van Afghanistan. Met veel moeite wist ik ouders te overtuigen hun dochter naar school te sturen. We gingen van deur tot deur, ik en andere leden van een netwerk van 33 vrouwen, met steun van de Nederlandse hulporganisatie Cordaid. We legden uit dat het voor de hele familie beter zou zijn als dochters hun eigen brood gaan verdienen. Niet alleen door plastic op te rapen langs de weg, zoals je nu vaak ziet. Als dochters een eigen inkomen hebben, vertelden we, hoef je ze later ook niet te onderhouden als ze bijvoorbeeld weduwe worden. Wij vroegen vaders of zij niet liever zouden willen dat hun moeder of echtgenote door een vrouwelijke arts of verpleegkundige wordt geholpen (in Uruzgan moeten vrouwen hun boerka aanhouden bij de dokter, red.). Dat legde ik ook uit op de radio; iedereen kent mij in Uruzgan.

‘Toen de Taliban in augustus het land overnamen, ben ik niet meer teruggegaan naar school. Door mijn werk ben ik vaak bedreigd afgelopen jaren. Niet fysiek, maar verbaal. Telefonisch of door mannen voor de deur. ‘Je bent een verrader’, riepen ze. ‘Je werkt voor de Amerikanen, je bent geen moslim, je bent geen Afghaan.’

‘Ik antwoordde steeds dat ik niet voor buitenlanders werkte, maar voor Afghanistan. En dat de profeet zelf heeft gezegd dat alle mensen, man én vrouw, een leven lang moeten blijven studeren. Ook al wonen ze in China! Daar voerde ik eens een publieke discussie over met een imam, die beledigd reageerde. Mijn ideeën zouden niet passen in Uruzgan. Volgens hem worden meisjes die naar school gaan slechte vrouwen die geen man zullen vinden. Ik ben nog steeds de directeur van de Malilai School, maar ik durf niet meer terug te gaan. Mijn taken zijn overgenomen door een jongere collega die nu ook graag weg wil.’

U liet zich inspireren door Iran, een islamitisch land waar vrouwen wel mogen studeren en werken. Hoe verklaart u dat verschil?

‘Nergens in de Koran staat dat vrouwen niet mogen werken. Als je de helft van de bevolking verbiedt deel te nemen aan de samenleving, is dat niet alleen rampzalig voor vrouwen, maar ook voor het land. Iran ziet dat, daar krijg je gewoon respect als je als vrouw in de bus stapt. In Uruzgan zeggen ze gewoon dat Iran sjiitisch is; daar wonen volgens hen geen echte moslims.

Mohtab Mohamadi met een van haar zoons. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Mohtab Mohamadi met een van haar zoons.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

‘Ik groeide op in Iran als vluchteling. Mijn ouders vertrokken in de jaren tachtig uit Kandahar, tijdens de oorlog met de Russen. Zij waren analfabeet, maar zij stuurden mij naar de basisschool, die ik echter niet kon afmaken. Als kind was ik beloofd aan een neef, met wie ik trouwde toen ik 14 was. Hij was 20. Dat was een zware tijd, ik trok in bij mijn schoonouders en moest daar koken en schoonmaken. Als ik iets niet goed deed, kreeg ik meteen op mijn kop: 14 is te jong om te trouwen, pas na je 18de durf je voor jezelf op te komen. Daarom wilde ik deze traditie veranderen in Uruzgan.

‘Mijn man was wel aardig voor mij en wij kregen toch een liefdevolle relatie. Hij en vijf van onze zes kinderen zitten ook in Zoutkamp. Toen onze oudste zoon niet naar school mocht in Iran, omdat we geen verblijfsvergunning hadden, zijn we teruggekeerd naar Afghanistan.

‘Mijn man vond werk als automonteur in Uruzgan, waar hij geboren is. Die overgang was een schok. Ik moest voor het eerst in mijn leven een boerka aan; ik zag bijna niks, kreeg het benauwd en struikelde voortdurend. Ik voelde me een gevangene. Toen ik hoorde dat onze buurmeisjes geen les kregen omdat er geen vrouwelijke docent was, besloot ik een lerarenopleiding te volgen. Ik werd de eerste onderwijzeres van Uruzgan. Veel mensen accepteerden dat niet, onze voordeur werd ingetrapt door een boze menigte, maar mijn man steunde mij.

‘Uiteindelijk won ik het vertrouwen van steeds meer ouders die hun dochter aan mij toevertrouwden. Ik vond vrouwen die konden lezen en schrijven en ook wel voor de klas wilden staan, het ministerie van Onderwijs betaalde een salaris van 25 euro per maand. Na een paar jaar begonnen we een middelbare opleiding die door de Nederlanders en de Australiërs enorm werd uitgebouwd. Alle verpleegkundigen en alle leraressen in Uruzgan zaten bij ons in de klas. Sommigen gingen door naar de universiteit. Daar ben ik trots op.’

Wat gaat u nu doen?

‘We zijn dankbaar voor alle hulp van Cordaid en van de Nederlandse ambassade. Via Pakistan vlogen we naar Eindhoven. In de bus naar Zoutkamp zag ik dat Nederland heel groen en vredig is. Binnenkort moeten we verhuizen naar Westerwolde en ik hoop maar dat we daar niet in een tent belanden. Nog steeds bellen leerlingen mij die naar huis zijn gestuurd. Zij hebben het moeilijk, vertellen over psychische klachten. Hun toekomst is kapot, al hun dromen zijn in één klap vervlogen. Als ik aan hen denk, voel ik mij wanhopig en verdrietig. Dan luister ik naar muziek en moet ik huilen. Ik heb het gevoel dat alles wat ik de afgelopen achttien jaar heb opgebouwd, in een dag tenietgedaan is. De internationale gemeenschap moet de Taliban onder druk zetten om de rechten van Afghaanse vrouwen te respecteren.

‘Voor mezelf ben ik opgelucht dat ik veilig ben en dat mijn kinderen een toekomst kunnen opbouwen in Nederland. Zij kunnen hier naar school en zelfs gaan studeren. Inclusief mijn dochter van 13, die nu dagelijks gewoon in de bus stapt om naar Nederlandse les te gaan.’

Noodopvang Zoutkamp gaat dicht

De noodopvang voor asielzoekers in het Groningse Zoutkamp, waar naast schooldirectrice Mohtab Mohamadi nog zo’n 450 Afghaanse evacués verblijven, sluit per 1 mei. Het ministerie van Defensie heeft de Willem Lodewijk van Nassaukazerne nodig voor oefeningen als gevolg van de oorlog in Oekraïne, zei een Defensie-woordvoerder onlangs. ‘De situatie in Oost-Europa noopt ons wel daar nu urgenter in te zijn.’

De kazerne in Zoutkamp is in augustus in gebruik genomen toen Afghanen die voor Nederland hadden gewerkt hun land halsoverkop verlieten, omdat de Taliban er de macht hadden overgenomen. Ook werden in Zoutkamp tijdelijk asielzoekers uit het aanmeldcentrum in Ter Apel opgevangen. De opvang zou in eerste instantie voor een maand zijn, maar dat werd meerdere keren verlengd.

Meer over