Ziekenhuis in het nauw

Het moderne Nederlandse ziekenhuis staat in een weiland, omringd door vogels en koeien. Een uitzondering is het OLVG in Amsterdam: een groot hospitaal in een woonwijk, dat worstelt met ruimtegebrek en klagende omwonenden....

SOMS vergeet het personeel dat het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam middenin een woonbuurt staat. Directeur T. Kassing: 'We waren in de nieuwbouw bezig met de inrichting van de behandelruimte gynaecologie. Toen de apparatuur werd neergezet, wierpen we toevallig een blik door het raam. We keken zó bij de bewoners aan de overkant van de straat naar binnen.'

Het ziekenhuis besloot in allerijl matglas in de ramen te zetten, vertelt hoofd bouwzaken A. Jonkman. 'Een beetje privacy wil je toch bieden.'

Een ziekenhuis dat in het hart van een volksbuurt ligt. Het doet eind jaren negentig merkwaardig aan. De meeste van de 120 Nederlandse hospitalen huizen in ruime polders, met uitzicht op koeien en vogels. Of ze staan op een eigen terrein in een nieuwbouwwijk, zonder pottenkijkers. Alleen het Haagse Westeindeziekenhuis verkeert in een vergelijkbare krappe situatie als het OLVG in Amsterdam-Oost.

Kassing geeft meer voorbeelden van strubbelingen. Er was een kamer verbouwd en een rolstoeltoilet verplaatst. Niets aan de hand, tot een buurtbewoner meldde dat ze onbelemmerd uitzicht op het toilet had. 'Het hoort erbij', zegt de directeur glimlachend.

Sommige omwonenden zijn niet blij met de moloch in hun buurt en verheffen hun stem zodra hen iets niet zint. Zo voert een kunstenaar strijd tegen de oranje zonwering van het ziekenhuis. Als die wordt uitgerold, kan ze niet schilderen. 'Er valt dan een oranje gloed in haar atelier', zegt buurtbewoner F. Sterk. 'Je hebt neutraal daglicht nodig om te schilderen.' De schilder had tot dusver geen succes met haar protest.

Soms zijn de problemen groter. Oude afdelingen van het ziekenhuis die in afwachting van sloop leegstaan, zijn vorig jaar gekraakt. Na een lange juridische procedure heeft de rechter onlangs geoordeeld dat het Anna- en het Mariapaviljoen mogen worden ontruimd. Met fikse vertraging kan het ziekenhuis nu de verbouwing afronden, waarmee het al jaren bezig is.

Het van oorsprong katholieke Onze Lieve Vrouwe Gasthuis zetelt iets meer dan honderd jaar in Amsterdam-Oost. Toen de 'zusters Onder de Bogen' het ziekenhuis stichtten, bevond het zich aan de rand van de stad. Inmiddels is het complex omringd door winkels, woningen en nauwe straten. Van drie kanten kijken portiekwoningen uit op de ziekenzalen en de behandelkamers. Aan de vierde zijde ligt het Oosterpark.

Het OLVG wilde weg, maar mocht niet. Amsterdam vond dat er één ziekenhuis in de stad moest blijven. Een grote stad moet een goede eerstehulppost in het centrum hebben. En bij zo'n post hoort een ziekenhuis met alles erop en eraan. Die beslissing viel eind jaren zeventig, toen twee grote ziekenhuizen de binnenstad verlieten en samensmolten tot het in de polder verrijzende AMC.

'We staan voor een onmogelijke opgave', verzucht Kassing. 'Een ziekenhuis van onze grootte, met 532 bedden, 2300 medewerkers en ruim 120 specialisten, beschikt doorgaans over negen tot elf hectare met 1100 parkeerplaatsen. Wij redden ons met 2,7 hectare en 38 parkeerplekken.'

De klant ervaart dit woekeren met de ruimte aan den lijve. Patiënten liggen met z'n zessen op zaal, terwijl vier of minder de norm is. De behandelruimten zijn krap. Groen is er nauwelijks.

Ziekenhuizen plegen voortdurend te worden aangepast aan de eisen van de tijd. Dat lukt alleen als er genoeg ruimte is voor expansie. De directie van het OLVG stelde daarom voor in het Oosterpark een compleet nieuw ziekenhuis te bouwen, het oude complex te slopen en op die plaats een nieuw Oosterpark aan te leggen. Het voorstel haalde het niet. De uitbreiding diende op het bestaande terrein gerealiseerd te worden, het ziekenhuis mocht tijdens de bouwwerkzaamheden niet sluiten.

De buurt ging akkoord met de plannen, maar het werk vertraagde door fusies en interne perikelen. Pas nu, veel later dan de bedoeling was, zijn de laatste twee oude panden aan de beurt: het Anna- en het Mariapaviljoen. Daar komt de nieuwe hoofdingang, extra behandelruimten, kamers voor artsen die 's nachts dienst hebben, een opleidingscentrum en een parkeergarage met 200 plaatsen.

Die parkeergarage is nodig, vindt Kassing. In de wijde omgeving van het ziekenhuis geldt betaald parkeren. 'Er kwam een man met pijn. Hij parkeerde zijn auto en betaalde. Het onderzoek duurde vrij lang, maar gelukkig had hij niets. Hij ging naar buiten en zag dat hij een wielklem had. Hij kreeg ter plekke een infarct.'

In het ziekenhuis is alles klaar voor de laatste grote nieuwbouw. De lichtstraat, de centrale gang, loopt dood op een witte wand: de toegang naar de gekraakte paviljoens is hermetisch afgesloten. Het hoofd bouwzaken lepelt de datum van de kraak uit zijn geheugen op: '7 juni 1998.'

'Ik was er die dag niet', zegt directeur Kassing. 'Ik had ze er eigenhandig uitgehaald. Het is merkwaardig hoe weinig rechten je hebt op je eigen bezit. Het zijn geen panden die leegstaan voor speculatie, het is een ziekenhuis.'

Zestig miljoen gulden kost het laatste grote nieuwbouwproject. Dit jaar klaar, was de planning. 'We zitten nu op 2002', zegt Jonkman. 'Het uitstel kost een vermogen. Elk jaar later klaar kost geld. En dan al die procedures.'

Hij pakt een stapeltje papier. Tien vel, dichtbetypt. 'Dit zijn alle procedures die we hebben moeten voeren. Kostte miljoenen. Gekkenwerk.' Kassing: 'Grosso modo zijn de buurtbewoners enthousiast. Maar hooguit vijf personen maken gebruik van de wetgeving. Je vraagt je af of dat geen oneigenlijk gebruik is.'

De meningen van de omwonenden over hun grote buur lopen uiteen. Sommigen steunen het ziekenhuis door dik en dun, anderen procederen het OLVG het liefst suf. S. Kriger, een oudere buurtbewoner, woont vijf minuten lopen van het ziekenhuis. Ze is vol lof. Als Kriger uit het raam buigt, kan ze het ziekenhuis zien.

Ruim 30 jaar had ze met haar man een groentezaak in de straat. Ze woont al 60 jaar in Oost, ze is oud geworden met het ziekenhuis 'Als een kind zijn vingers in de groentesnijmachine stak, pakte je het op en was je zo in het ziekenhuis. Geweldig toch. Mijn man heeft twee keer een hartaanval gehad. Hij was in twee minuten in het OLVG. Als hij naar het AMC had gemoeten, was hij al eerder dood geweest. Hij is vorig jaar overleden.'

Ze heeft er zelf twee keer gelegen. 'Het is als een buurtkroeg. Je kent elkaar. De buren en je vriendinnen komen makkelijk even langs. Dat heb je niet als je in de polder ligt. Moet je maar afwachten wie er komt.'

De groep die protesteert, maakt veel kapot, vindt ze. 'Een mevrouw wilde dat er 's nachts een lampje brandde op het beeld van Maria. Het ziekenhuis is er niet aan begonnen uit angst voor protest tegen het laten branden van licht in de nacht.'

Van overlast van het ziekenhuis wil ze niks weten. 'Kijk, je woont in de stad. Je hoort van alles. De tram, herrie op straat. Als er een ambulance langs scheurt met sirene? Weet je wat ik dan denk: ik ben blij dat ik er zelf niet in lig, maar nog gezond aan tafel zit. Als je rust wilt, moet je niet in Amsterdam gaan wonen, maar op de Mookerhei.'

Het ziekenhuis brengt levendigheid in de buurt, weet ze. Winkels profiteren van de vier- tot vijfduizend potentiële klanten die dagelijks voorbij wandelen. K. Klein heeft een boeken- en krantenwinkel bij het ziekenhuis: 'Honderdvijftig vierkante meter, ik heb onlangs flink verbouwd.'

Ook buurtbewoner F. Sterk ziet de voordelen van een ziekenhuis in de buurt, 'maar het moet wel leefbaar blijven'. Sterk is een van de door het OLVG verguisde actievoerders. 'We zijn geen klein groepje, zoals het ziekenhuis beweert. We hebben veel steun, alleen steken maar een paar mensen hun nek uit.'

Sterk woont in een zijstraat, naast het ziekenhuis. De acht etages tellende vleugel steekt uit boven het rijtje huizen waar hij op uitkijkt. 'Mooi is het niet. Kijk eens naar die blauwe doos op het gebouw.' Zijn eerste verzet tegen het ziekenhuis dateert van zeven jaar geleden. Toen kwamen er nieuwe installaties op het dak, die een hoop lawaai produceerde. 'Ik kon er niet van slapen. De milieudienst heeft 's nachts metingen verricht en wees na lang speuren de schoorsteen als boosdoener aan. Het heeft drie jaar geduurd voordat het was verholpen.' Hij wijst naar de 'dikke orgelpijp' boven de daken.

Sterk zou verhuisd zijn als er niks aan te doen was geweest, maar het gedreun is gestopt. 'Klagen helpt, het duurt alleen lang voordat de problemen zijn opgelost. Het ziekenhuis is te veel opzichzelf gericht. Maar ik moet toegeven, ze luisteren, al duurt het lang. De strijd tegen het ziekenhuis heeft me jaren gekost. Het kostte ze misschien veel hoofdbrekens en geld, maar voor mij geldt hetzelfde.'

Het verzet van Sterk en zijn werkgroep tegen de sloop van het Maria- en het Annapaviljoen is tevergeefs gebleken. Het lukte niet de panden op de monumentenlijst te krijgen. Hij vindt wél dat de krakers eruit moeten. 'Het is een ziekenhuis, tenslotte.'

Meer over