Ziek zijn, beter worden, werken

Op 1 maart werd de Ziektewet grotendeels geprivatiseerd. Dramatische gevolgen, voorspelden tegenstanders. Dik zes maanden later lijkt die vrees ongegrond....

HET sollicitatieformulier lag al voor zijn neus, nog voordat hij één woord met iemand van het bedrijf had gewisseld. Op de eerste bladzijde was het al raak. Welke godsdienst hij had, wat zijn politieke voorkeur was, van welke vakorganisatie hij lid was. Bij de informatie die vervolgens van hem werd verlangd, trok hij zelfs een tikje wit weg.

Vragen over zijn gezondheid. Vragen over mogelijke ernstige ziekten of oorzaken van eventueel overlijden van partner, kinderen, vader, moeder, broers en zusters. En: 'Hoe vaak heeft u zich ziek gemeld gedurende de laatste twee jaar en welke periodes betrof dit?' En: 'Bent u wel eens behandeld voor geestelijke problemen', of 'heeft u langdurige of chronische lichamelijke klachten?'

Het formulier bleef leeg. Liever een andere baas.

De wereld is een stuk ruwer geworden. Dat zal ook de komende week blijken. De FNV en de Nationale Commissie Chronisch Zieken (NCCZ) organiseren vanaf vandaag een 'belweek' om de effecten van de privatisering van de Ziektewet - sinds 1 maart dit jaar - in beeld te krijgen.

'De belweek zal zeer veel aandacht krijgen', weet Mayke van Keep, van het organiserende Breed Platform Verzekeringen. 'Het probleem gaat echt spelen, omdat werknemers zich nu pas realiseren wat het afschaffen van de Ziektewet precies inhoudt.' Ze verwacht honderden telefoontjes.

Tot nu toe heeft eigenlijk niemand inzicht in de gevolgen. Het ministerie van Sociale Zaken heeft de Tweede Kamer een eerste evaluatie van de wet toegezegd. Die komt in november. Twee onderzoeksbureaus werken in stilte aan het onderzoek.

Toch kwamen er de afgelopen weken al druppelsgewijs geluiden binnen dat er na het afschaffen van de Ziektewet al het een en ander is veranderd. Zo blijkt uit 'een bliksemenquête' van TNO Preventie en Gezondheid onder zeshonderd bedrijfs- en verzekeringsartsen dat 'de verzwakking van de positie van de werknemer' en het selecteren van werknemers bij sollicitaties als 'het grootste problemen worden ervaren'.

'Werkgevers weren ouderen of mensen met ziekteproblemen van de werkvloer', concludeert TNO. 'Als men er in slaagt een baan te krijgen, wordt er druk uitgeoefend tot doorwerken bij ziekte, snelle hervatting van het werk of ontslag op medische gronden. Meer dan de helft van de ondervraagde artsen verwacht een verscherping van dit fenomeen.' Artsen voelen zich ook onder druk gezet om werknemers sneller beter te verklaren. Artsen van arbodiensten, die het ziekteverzuim controleren, staan dan voor een ethisch dilemma: het belang van de patiënt en het zakelijk belang van de arbodienst die een contract heeft met de werkgever.

De geënquêteerde artsen zien ook positieve effecten. Bij werkgevers is meer aandacht voor arbeidsomstandigheden en het begeleiden van zieke werknemers.

Helga de Ridder uit Zaanstad werkt al jaren voor een reisbureau-organisatie. Ze meldde zich deze zomer ziek, omdat ze overspannen was. 'Dat werd duidelijk niet gewaardeerd. Ik kreeg te horen dat ik bij een eerstvolgende reorganisatie op straat zou komen te staan, of dat ik terug zou kunnen komen in een andere functie. Maar dan een veel lagere. Nou, ik heb geen zin om paperclips op kleur te gaan zitten leggen. We zijn inmiddels weer wat meer on speaking terms, maar de dreiging is er nog steeds. En dat terwijl je al overstuur bent.'

Er klinken ook mildere geluiden. Zo zegt Yvonne Boer-de Wit, als bedrijfsarts werkaam bij ArboNed Amsterdam/Hoofddorp: 'Als ik het bekijk in mijn eigen praktijk, is er weinig veranderd. Ook mijn collega's zien weinig verschil.

'Er wás al veel veranderd. Bedrijven moesten al de eerste zes weken doorbetalen bij ziekte. Daardoor was er al meer contact met de Arbodiensten. We merken dat bedrijven meer verantwoordelijkheid op zich hebben genomen. Het contact is directer geworden, er is meer betrokkenheid.' En het gaat dan niet om bemoeizucht, zegt ze. 'Het is duidelijk positieve interesse.'

Duidelijk is dat bedrijven bewuster omgaan met het ziekteverzuim van hun werknemers. En dat kleine bedrijven wellicht eerder dan grote op iemand die ziek is druk uitoefenen, omdat ze zo'n zieke werknemer sneller missen. 'Grotere bedrijven met bijvoorbeeld 150 personeelsleden kunnen voor een werknemer makkelijker een andere functie vinden', zegt de ArboNed-arts. 'Kleinere bedrijven lopen altijd een groter risico. Een bedrijf met vier personeelsleden heeft meer moeite een zieke werknemer op te vangen. Als zo iemand wegvalt, heb je direct 25 procent arbeidsverlies.' ArboNed wil niets weten van een ethisch dilemma voor haar controle-artsen.

Het doel van de privatisering was het terugdringen van het ziekteverzuim. Vroeger betaalden werkgevers in een sector ongeacht het verzuim allemaal dezelfde premie. Daardoor hadden werkgevers geen belang bij het terugdringen van het verzuim.

Sinds 1 maart moeten werkgevers zelf zorgen voor de uitbetaling van de uitkering aan zieke werknemers. Als de werknemer 52 weken ziek is, kan hij in aanmerking komen voor de WAO. Dan moet de werkgever de zieke op straffe van een forse boete tijdig, na dertien weken verzuim, aanmelden bij de bedrijfsvereniging. De werkgever kan zich uiteraard tegen de verplichting verzekeren. Dat kon tot 1 mei met terugwerkende kracht en tot 1 september zonder dat de werknemers werden gekeurd. Nu kunnen werkgevers zich alleen nog verzekeren tegen premies die zijn afgestemd op het risico in het bedrijf en nadat het risico, de werknemers, zijn doorgelicht.

Bedrijven krijgen nu de rekening gepresenteerd van het verzuim in hun eigen bedrijf. Concreet moet de privatisering van de Ziektewet het landelijk gemiddelde verzuim met 10 procent terugdringen tot 5 procent van het aantal in Nederland gewerkte uren.

Of die reductie gehaald wordt, is echter volstrekt oncontroleerbaar. Betrouwbare statistieken ontbreken - verzuim wordt nergens meer centraal aangemeld. Sterker nog, het Centraal Bureau voor de Statistiek dat via een enquête het verzuim wil registreren, stuit op non-respons, werkgevers die de vragen niet beantwoorden.

Onmiskenbaar is wel dat werkgevers zich een hoedje zijn geschrokken. Nu is in vrijwel elk bedrijf ziekteverzuim een thema. En ook dat was de bedoeling. Zo worden bedrijfsreglementen aangescherpt over de aanmelding van het verzuim, over de controle en werkhervatting. De plichten en rechten worden strikter beschreven. Soms dreigt een werkgever door te schieten. Zo wilde het verbond van kleine bouwbedrijven NVOB dit voorjaar dat de zieke de aard van de ziekte en de ernst van de klachten aan de baas rapporteerde. Dit ziekteprotocol is inmiddels bijgesteld.

Lang is ook verondersteld dat werkgevers meer flexibele werknemers zouden huren zoals uitzendkrachten en werknemers met een tijdelijk contract. Voor hen bleef de oude Ziektewetregeling van kracht. De groei van de flex-contracten blijkt echter terug te vallen. Waarschijnlijk was de groei vooral conjunctureel bepaald: als het na een inzinking beter gaat met een bedrijf worden eerst uitzendkrachten en tijdelijke werknemers ingehuurd voordat werknemers in vaste dienst worden genomen.

En dan is er plots het grote geloof in aanstellingskeuringen. De voorspellende waarde van zo'n keuring is nihil, is vanuit diverse organisaties al geopperd. 'Functie-eisen zijn te toetsen, een piloot moet goede ogen hebben. Dat is vast te stellen. Maar iedereen kan plotseling last van zijn rug krijgen of onder de tram komen. Dat is niet te voorspellen', zegt bijvoorbeeld Han Willems, adjunct-directeur van TNO Preventie en Gezondheid.

Voorlopig lijkt de verandering op schoktherapie, met uitwassen in de reacties. Werknemers moeten wennen aan de strengere regels, werkgevers moeten wennen aan hun nieuwe rol. Het verbazingwekkendst is dat nog geen werknemer met klachten naar de rechter is gestapt. De Rechtskundige Dienst van de FNV weet meteen waarom: 'Als je dat doet, is de verhouding verstoord en dat is grond voor ontslag'. Maar er klinkt enige teleurstelling door. Ook de FNV acht deze verklaring niet afdoende als er echt grof onrecht zou geschieden.

Meer over