Ziedaar, de droefenis der 20ste-eeuwse kunstenaar

'De schijn van echtheid, dat is literaire vormgeving', spreekt de zelfbewuste schrijfster Lotte (voluit Charlotte) Inden in de novelle De erfenis van Connie Palmen....

Echter, een auteur moet zich afzonderen vooraleer hij zijn ziel kan uitstorten. Hij geeft de echtheid vorm. Wij mogen menen hem van kruin tot voetzool te kennen, maar trappen dan in de val, de schone schijn voor waarheid te nemen. Het zicht op de kunstgrepen - de techniek om van levenservaringen kunst te boetseren - zijn we stilaan aan het verliezen, en daardoor ook de waardering ervoor. Ziedaar de droefenis van de 20ste-eeuwse kunstenaar. Als men hem denkt te begrijpen, is dat om de verkeerde redenen.

Palmen heeft een bekende vormtruc toegepast, zodat de lezer in het ongewisse blijft over wat er aan haar boek echt is en wat vertekening. De beroemde schrijfster Lotte Inden lijdt aan een progressieve spierziekte, die haar het schrijven van haar laatste grote roman onmogelijk maakt. Ze heeft opzetjes, brokstukken en een emmer ideeën die ze alleen nog mondeling kan spuien. De laatste jaren van haar leven neemt ze tegen betaling een man in huis, die als taak heeft haar te verzorgen en naar haar te luisteren. Hij gaat Indens zogenoemde 'erfelijk materiaal' beheren.

Max Petzler heet de uitverkorene, een redacteur van een uitgeverij en bewonderaar van Indens werk, die de buitenkans grijpt om niet alleen de woorden, maar ook de ziel (en jawel, na drie jaar trouwe dienst als bonus het lichaam) van zijn heldin te lezen. Hij is de verteller van De erfenis. Net als de romantische jongeman Stern die in Multatuli's Max Havelaar (1860) het chaotische Pak van Sjaalman onder zijn hoede krijgt, moet hij van de losse flarden een verhaal smeden. Originaliteit is in onze eeuw het op persoonlijke wijze ordenen van bekende gegevens, merkt de vedette Inden niet voor niets tegenover Petzler op. En dat beweerde Flaubert al in de vorige eeuw.

Max is geen schrijver maar in de eerste plaats een lezer, laat Palmen hem al vroeg meedelen. De onnozelheden in de tekst moeten dus niet Lotte of Connie, maar hem worden aangerekend.

De erfenis legt de bedoelingen bloot van de Palmen-achtige schrijfster Lotte Inden. Onthullend is, dat Inden ten overstaan van haar Adriaan van Dis-achtige collega Axel Landauer met verve speelt dat negatieve kritieken haar koud laten, om vervolgens door de mand te vallen met een obligate litanie tegen een recensent, type 'talentloze onbenul met het verstand van een mossel en het dociele taalgebruik van een brugklasser, die weliswaar iets kan opschrijven, maar die niet kan schrijven.'

Met die onthechtheid die Inden liefst voorwendt, valt het wel mee. De verwijten die critici haar maakten naar aanleiding van haar laatste roman Geheel de Uwe, dat ze een narcist was die de lezers lastig viel met haar privé-leven (vergelijk de persreacties op I.M. van Connie Palmen), kan ze helemaal niet als vuil water van zich afspoelen.

Als apologie van het narcistische schrijven is De erfenis zelfs te beschouwen als een P.S. bij I.M.. Erg diepzinnig of overtuigend is die pleitrede overigens niet: 'Het stempel narcistisch of autobiografisch heeft geen enkele analytische of onderscheidende waarde, geen enkele. Gezeur aan mijn kop! Beckett, Brodkey, Joyce, Duras, Genet, Pavese, Proust, Multatuli, Capote, Roth, Dostojevski, de hele godvergeten wereldliteratuur is autobiografisch, dus dat zegt niks.' Met permissie, madam: die auteurs zijn niet beroemd geworden omdat ze autobiografisch schrijven maar omdat ze, met gebruikmaking van ervaringen uit hun eigen leven, literatuur brouwden. Vormgeving, weet u nog wel?

De eigentijdse klacht van diverse critici is dan ook niet dat autobiografisch schrijven als genre verfoeilijk is, maar dat steeds meer schrijvers hun allerindividueelste sores op het papier mieteren zonder nog merkbaar zorg te tonen voor compositie en stijl. Maar hoe overtuigd Lotte predikt van denken te houden, we krijgen er in De erfenis geen voorbeeld van te zien.

Inden is om de een of andere reden een geliefd schrijfster, maar zelf is ze eenzaam en laat niemand tot haar wezen toe. Behalve de onderdanige Max, die elk woord van de meesteres indrinkt als orakelt de Egyptische schrijfgod Thoth zelf. De mens in onze laatste eeuwhelft is idoolbelust, stelt Inden, die zelf net voor de millenniumwende het loodje legt.

Connie Palmen verbeeldt de hedendaagse verdwazing. Met quatsch en gebakken lucht kun je tegenwoordig al vedette worden. Zelf zal Palmen, deo volente, 2000 springlevend halen. We moeten niet zo kortzichtig zijn haar te identificeren met Lotte Inden die zich in De erfenis ongestraft mag aanstellen. Bovendien zou het van onwelvoeglijkheid getuigen, dit gegeven paard al te kritisch in de bek te kijken. Koopt een goed boek, bijvoorbeeld Max Havelaar of een titel van de hierboven genoemde puike namen, en uw Boekenweek kan onmogelijk bedorven worden.

Meer over