Zie je dat Rita wel wat op een Chinees staatsfonds lijkt ...

Mensen die te zwak zijn om echt op avontuur te gaan, maken soms een reis door hun kamer. Dan doen ze in een halve dag meer spectaculaire ervaringen op dan een stoere wereldreiziger in een heel jaar....

Marjolijn Februari

En die paar mensen die zelfs voor zo’n reisje door hun eigen kamer nog te lamlendig zijn, blijven op een stoel zitten en reizen door de krant. Die snappen in een half uur meer van de wereld dan een globetrotter in zijn hele leven.

Ga allemaal maar eens op een stoel bij de keukentafel zitten en laten we gezellig eens gaan knippen en plakken met NRC Handelsblad van een willekeurig weekend in april. Eerst scheuren we iets uit over China. Niet het China van de Olympische Spelen, maar het China dat in razend tempo groeit en dat 1.400 miljard dollar in zijn zak heeft zitten om over de hele wereld bedrijven en infrastructuur op te kopen. In de krant die voor ons op tafel ligt, schrijft Heleen Mees erover in een zorgelijke column. ‘In rap tempo nemen de staatsfondsen van China, Rusland, Singapore en de Verenigde Arabische Emiraten belangen in Wall Street en andere financiële instellingen.’

Mees hamert erop dat de explosief groeiende rol van zulke autoritaire regimes op de wereldmarkt niet alleen economische motieven en gevolgen heeft. Er zijn ook politieke redenen te bedenken waarom bijvoorbeeld de Chinese staatsfondsen beleggen in Europa. Daarom ook wil de Europese Unie een gedragscode instellen die bepaalt dat staatsfondsen inzage geven in hun investeringsbeleid. Maar de Chinezen halen nonchalant hun schouders op over dat plan, zegt Mees. ‘Zolang de code niet verplicht is, hebben zij er geen moeite mee.’

Bladeren we even door naar de NRC van een dag later, dan lezen we daar op verschillende plekken iets over Rita Verdonk. En verhip, als je je ogen snel heen en weer laat gaan tussen de diverse stukjes, dan zie je dat Rita Verdonk wel wat op een Chinees staatsfonds lijkt. Rita * China * in beide gevallen zijn er grote investeerders met serieuze politieke ambities in het spel. En in beide gevallen willen die investeerders geen openheid van zaken geven over de geldstromen en over hun inhoudelijke politieke motieven.

In het opiniekatern van diezelfde NRC op zaterdag schrijft Bas Heijne over de geringe belangstelling van Verdonk voor de politiek: ‘Inmiddels doet ze alles wat met politiek te maken heeft af als oude politiek.’ Op de voorpagina van de krant heet Verdonk daarom zelfs een ‘apoliticus’, iemand die de politiek vaarwel heeft gezegd. En, inderdaad, als je er vanaf een afstand naar kijkt, is het fascinerend, die volstrekte desinteresse van Verdonk voor haar eigen vak. Alsof een zangeres een podium bestijgt en verontwaardigd mompelt: ‘Dat zingen, daar heb ik helemaal geen zin in. Ik ga liever naar een bouwbeurs.’ En dan toch gewoon op dat podium blijft staan.

Maar als je weer even terugbladert naar Heleen Mees en China, wordt duidelijk dat je je vooral niet moet blindstaren op Rita Verdonk zelf. Eigenlijk doet zij er helemaal niet toe. Veel interessanter zijn de grote ondernemers die achter haar staan te trappelen om Nederland straks vol te bouwen en rendabel te maken.

Net als in China tref je hier een onduidelijke mix aan van economische macht en politieke ambitie: de economische macht moet de politieke ambitie verwezenlijken en de politieke ambitie moet de economische macht versterken. Rita Verdonk is niets dan het uithangbord, en ik twijfel er sterk aan of ze begrijpt wat er achter haar rug gebeurt.

Hier ligt dan ook precies het wezenlijke verschil tussen Wilders en Verdonk. Geert Wilders heeft een uitgesproken politieke boodschap. Hij maakt zich sterk voor de beginselen van de westerse rechtsstaat, en je kunt het eens zijn of oneens met zijn analyses, maar hij zelf is gehecht aan de democratie. Bij Verdonk ligt dat anders – potentiële Verdonkstemmers moeten zich daarom wel een paar dingen heel goed realiseren, en toevallig vinden we die deels ook terug in de krant die voor ons op tafel ligt.

Op verschillende plekken in die krant schrijven Marc Chavannes en Flip de Kam namelijk zeer strenge woorden over de fatale gevolgen die het marktdenken kan hebben voor publieke taken als de zorg. Denk je weer aan de geldschieters van Verdonk, dan wil je opeens heel graag weten hoe geïnteresseerd die ondernemers eigenlijk zijn in politiek, in publieke taken en het algemeen belang. In ieder geval is Rita Verdonk zelf niet bijster geïnteresseerd in het algemeen belang, maar hoe zit het met haar vrienden?

Verderop in dezelfde krant staat een interview met Mirjam Sijmons, tot voor kort directeur van uitzendbureau Content. Zij zegt dat Nederland alle zeilen bij zal moeten zetten om de welvaart op het huidige peil te houden; de economie moet blijven groeien en dat kan in de toekomst alleen door mensen van buiten te halen. ‘Ideeën en arbeid van buiten moeten we omarmen, we moeten onze nieuwsgierigheid terug krijgen.’

Al deze flarden en knipsels aan elkaar vastgeplakt leiden tot een wonderlijke conclusie. Wordt Nederland voortgedreven door economische belangen, dan moeten er veel meer allochtonen bij en zullen alle Nederlanders een stuk harder moeten werken, vernieuwen en studeren. Of Verdonkkiezers dat een goed idee vinden, staat te bezien.

En wat Rita Verdonk verder op het politieke vlak heeft te bieden aan doodstraf, macht en willekeur – als ik een ordinaire populist was, zou ik deze versie ogenblikkelijk de Sharita noemen – lijkt meer op de autoritaire regimes van China en de Verenigde Arabische Emiraten dan goed is voor de kiezers.

De conclusie zou al met al heel grappig zijn, als het allemaal niet zo gevaarlijk was. Er zijn horden onzekere kiezers op drift die bescherming zoeken. En juist die kiezers geven straks hun stem aan een vrouw die ze opzadelt met de grootst mogelijke onzekerheid.

Meer over